Hulpverlener ziet negeren doodswens vaak als ‘oplossing’

Wat doe je als hulpverlener, mantelzorger of familie als een oudere zegt dat het leven voorbij mag zijn? Het is volgens de Kennisagenda ouderen en het zelfgekozen levenseinde van de organisaties voor wetenschappelijk gezondheidsonderzoek ZonMw en NWO een vraag die hulpverleners en families nauwelijks kunnen beantwoorden.

In Nederland kunnen ouderen, zonder dat sprake is van een dodelijke ziekte, hun wens om te sterven volgen door euthanasie te vragen aan een arts, te stoppen met eten en drinken, dodelijke medicijnen in te nemen of zelfdoding te plegen door het gebruik van heliumgas.

Maar wat is legaal en wat niet? Hoe ontdek je of een oudere écht dood wil? Wat mag en kan een hulpverlener doen als besloten wordt het overlijden te begeleiden?

Vaak is de oplossing: negeren. Het ontbreken van antwoorden op deze vragen leidt tot groot ongemak in verzorgingshuizen en binnen families, zegt ZonMw-voorzitter Pauline Meurs. Ze geeft het voorbeeld van een oudere die wil stoppen met eten en drinken. Meurs: „Uit gesprekken weten we dat hulpverleners vaak de neiging hebben extra lekkere hapjes te bereiden, zodat ze het misschien nog kunnen omdraaien.” Maar eigenlijk, zegt Meurs, weten die hulpverleners niet of ze wel het goede doen. Misschien kunnen ze er beter voor kiezen het overlijden te begeleiden. „Het verschilt per persoon en situatie, maar voor hulpverleners zijn er nauwelijks kaders en richtlijnen.”

Volgens Bregje Onwuteaka-Philipsen, hoogleraar levenseindeonderzoek in VuMC Amsterdam, kan het taboe leiden tot „pijnlijke situaties”. Uit een in 2013 gepubliceerd onderzoek blijkt dat artsen na weigering van een euthanasieverzoek nauwelijks meer met de oudere over die wens praten. „Na weigering denkt de patiënt; het heeft geen zin erover te praten. De arts denkt; de wens is er niet meer. Dat kan niet. Het gesprek moet altijd gevoerd worden.”

De auteurs van de ‘kennisagenda’ stellen dat de problematiek in de maatschappelijke context moet worden geplaatst. „De wens niet langer meer te willen leven speelt tegen de achtergrond van een maatschappij waarin mensen steeds ouder worden, sociale verbanden minder hecht zijn, technologische ontwikkelingen snel voortschrijden en de grenzen van de verzorgingsstaat eindig blijken.”

De verwachting is dat na de verhuizing van ouderenzorgtaken van Rijk naar gemeenten, in 2015, ouderen langer thuis wonen. Want gemeenten krijgen minder geld. „We denken dat er meer mantelzorgers komen die deze vragen tegenkomen. Voor hen hebben we nog geen begin van een antwoord”, aldus Meurs.