Hij voelde het als enige aankomen

Het had de revanche van Sven Kramer moeten worden // Maar het was Jorrit Bergsma die de 10 kilometer won

Sven Kramer ‘verloor’ de tien kilometer. Na afloop bekende hij (al lange tijd) veel last te hebben van zijn rug.
Sven Kramer ‘verloor’ de tien kilometer. Na afloop bekende hij (al lange tijd) veel last te hebben van zijn rug. Foto AP

Altijd weer onkwetsbaar, altijd weer de winst. Pijn? Niemand die het merkte. Tot Sven Kramer gisteren in de Adler Arena de pijn niet langer kon wegduwen. En iedereen zag hoe de grote favoriet op de olympische tien kilometer niet opgewassen bleek tegen de fantastische Jorrit Bergsma. Uitgerekend in die ene wedstrijd in zijn carrière, die hij het allerliefste had willen winnen. „Ik had te veel last van mijn rug”, klonk het diep teleurgesteld.

Vier jaar geleden was Kramer (27) bijna gestopt, omdat hij de pijn niet langer kon verdragen. Juist op het moment van de ultieme beloning, olympisch goud op de tien kilometer, stuurde zijn coach Gerard Kemkers hem de verkeerde baan in. Waarom nog langer zijn gekwelde lijf teisteren met zware trainingsarbeid, zichzelf forceren in uitputtende races? Om na een jaar vol fysieke malheur, twijfels en dieptepunten toch weer te beginnen. Met nog slechts één doel: de tien kilometer van Sotsji. Afrekenen met het trauma van 2010. Weer vocht hij, ging hij jarenlang dwars door muren. Maar opnieuw zonder de beloning.

„Ik voelde het een beetje aankomen”, stelde Kramer na zijn nederlaag verrassend. Want verder bespeurde bijna niemand vooraf enige zwakheid. In grootse stijl won de zesvoudig Europees en wereldkampioen allround op de openingsdag van de Spelen de vijf kilometer. Hij zou de grootste gouddelver van Sotsji worden, voorspelde internationale media. Drie keer goud. Op het oog ontspannen reed hij dagenlang zijn trainingsrondjes en dribbelde hij gisteren voor zijn race over het middenterrein. Last van de rug, al jaren zijn achilleshiel? „Je kunt het wel aan de grote klok hangen, maar daar word je niet beter van.”

Wat Kramer echt voelt, hoeft niemand te weten. „Je moet anderen niet de indruk geven dat er iets te halen valt”, was een van de eerste topsportwetten die hij ooit leerde van zijn vader Yep, die zelf ook rugklachten meesterlijk verborg. De Amerikaanse schaatslegende Eric Heiden prees vier jaar geleden de onkwetsbare houding van Kramer. „Reken maar dat hij ook pijn lijdt, maar hij laat het niet zien.” Liever groeide hij met elke zege, titel of record verder uit tot onaantastbare heerser. De concurrentie bij voorbaat demoraliseren. De Lance Armstrong van het schaatsen.

Hoe goed was hij eigenlijk nog?

Maar was hij nog wel de grote heerser, sinds hij in 2011 zijn rentree maakte? Niet voor niets werd rond hem een groot schimmenspel opgevoerd. Geen interviews, weinig wedstrijden. Geen zwakheid tonen, Kramer de grote kampioen. Die met een uitgekiende planning al snel weer de allroundtitels aaneen reeg, vijf kilometers won. Maar die ook best veel wedstrijden oversloeg, niet meer de fabelachtige versnellingen toonde van voor zijn fysieke en mentale depressie. En in echt zware races, vooral op de slopende tien kilometer, verloor hij vaker dan voorheen. Maar wie zag het?

Zoals hij ook vooral zweeg over zijn verhouding tot Kemkers, de coach die hem in 2010 goud kostte? Wat Kramer echt denkt, hoeft niemand te weten. Als professionals gingen ze samen verder. Maar uit de manier waarop de schaatser tussentijds met coaches als Peter Mueller of Jilert Anema flirtte, sprak weinig warmte. „Gelukkig niet zo groot”, antwoordde hij in Sotsji ad rem op de vraag hoe groot de inbreng van Kemkers was geweest bij zijn goud op de vijf kilometer.

„Vier jaar geleden hebben ze besloten om samen door te gaan”, verklaarde assistent-coach Geert Kuiper, die op de tribune als een van de weinigen wel had gezien dat Kramer last had van de linkerbil en onderrug. „Hun doel was hier goud winnen, met als bijgevoel dat je iets rechtzet.” Niet dus. „Voor ons vergaat de wereld even”, sprak Kemkers later aangeslagen. En Kramer? „De klap van vier jaar geleden kwam harder aan dan dit.”

De heerschappij van Kramer was vóór de dreun van gisteren ten einde, stelde BAM-coach Anema zelfverzekerd. Zijn schaatsers Bergsma en Bob de Jong hadden de lat te hoog gelegd. „Vorig jaar dachten we al dat we Sven voorbij waren, maar toen reed hij in december ineens weer een baanrecord op Thialf.” In een rit tegen Bergsma moest Kramer toen ronde voor ronde forceren om nog net te winnen. In een wereldtijd, dat wel. Maar weer had hij pijn op de tien kilometer, weer zijn rug.

„Ik word er schijtziek van”, klaagde hij gisteren in de catacomben van de Adler Arena. „In de optiek van veel mensen lijkt het bij Sven Kramer altijd vanzelf te gaan. Maar ik heb gewoon te veel last.” Als hij pech heeft, kan het worden uitgelegd als een goedkoop excuus. Want wie weet wat Kramer echt denkt of voelt? Jarenlang was hij slechts de onaantastbare heerser. Gerespecteerd, maar ook geliefd?

Maar niet iemand van excuses. Zie hoe hij winnaar Bergsma direct groots feliciteert, terwijl hij zojuist heeft verloren in de race die zijn carrière had moeten vervolmaken. Zoals Armstrong in de Tour van 2009 opvolger Alberto Contador feliciteerde. „Jorrit rijdt een wereldrecord op een laaglandbaan, dat is onwijs goed. Hij is de beste.” En zonder de rugblessure, die hij in jeugdige roekeloosheid al in 2005 in een interview onthulde? „De reden maakt geen flikker uit. Fit zijn hoort ook bij topsport.”