Hij vocht, verbeet de pijn en verloor

Na de Spelen van de ‘wissel’ was Sven Kramer al bijna gestopt, omdat hij de pijn niet langer kon verdragen. Hij ging door met slechts één doel: de tien kilometer van Sotsji. Het mislukte.

Teleurgesteld kijkt zilverenmedaillewinnaar Sven Kramer toe hoe winnaar Jorrit Bergsma en Bob de Jong (brons, rechts) elkaar op het podium feliciteren.
Teleurgesteld kijkt zilverenmedaillewinnaar Sven Kramer toe hoe winnaar Jorrit Bergsma en Bob de Jong (brons, rechts) elkaar op het podium feliciteren. Foto ANP

Altijd weer onkwetsbaar, altijd weer de winst. Pijn? Niemand die het zag. Tot Sven Kramer gisteren in de Adler Arena de pijn niet langer kon wegduwen. Voor het eerst knakte de grote kampioen op een moment dat het moest en zou. Jorrit Bergsma had hem gebroken met een fantastische tien kilometer. Na 7.200 meter kon Kramer niet meer, en iedereen zag het. Uitgerekend op de Olympische Spelen, in die ene wedstrijd die hij het allerliefste had willen winnen. „Ik had te veel last van mijn rug”, klonk het na afloop diep teleurgesteld.

Vier jaar geleden was Kramer (27) bijna gestopt omdat hij de pijn niet langer kon verdragen. Juist op het moment van de ultieme beloning, olympisch goud op de tien kilometer, stuurde zijn coach Gerard Kemkers hem in Vancouver de verkeerde baan in. Waarom nog langer zijn gekwelde lijf teisteren met zware trainingsarbeid, zichzelf forceren in uitputtende races? Om na een jaar vol fysieke malheur, twijfels en dieptepunten toch weer te beginnen. Met slechts één doel: de tien kilometer van Sotsji. Afrekenen met het trauma van 2010. Weer vocht hij, ging hij jarenlang dwars door muren. Maar opnieuw zonder de beloning.

„Ik voelde het een beetje aankomen”, stelde Kramer na zijn nederlaag verrassend. Want verder bespeurde vrijwel niemand vooraf enige zwakheid. In grootse stijl won de zesvoudig Europees en wereldkampioen allround op de openingsdag van de Spelen de vijf kilometer. Hij zou de grootste gouddelver van Sotsji worden, voorspelden de internationale media. Drie keer goud. Op het oog ontspannen reed hij dagenlang zijn trainingsrondjes en dribbelde hij gisteren voor zijn race over het middenterrein. Last van de rug, al jaren zijn achilleshiel? Hooguit enkele intimi wisten dat hij in Sotsji al vijf dagen pijn had. „Je kunt het wel aan de grote klok hangen, maar daar word je niet beter van.”

Wat Sven Kramer echt voelt, hoeft niemand te weten. „Je moet anderen niet de indruk geven dat er iets te halen valt”, was een van de eerste topsportwetten die hij ooit leerde van zijn vader Yep, die zelf ook rugklachten meesterlijk verborg. De Amerikaanse schaatslegende Eric Heiden prees vier jaar geleden de onkwetsbare houding van Kramer. „Reken maar dat hij ook pijn lijdt, maar hij laat het niet zien.” Liever groeide hij met elke zege, titel of record verder uit tot onaantastbare heerser. De concurrentie bij voorbaat demoraliseren. De Lance Armstrong van het schaatsen.

Jaar na jaar brak hij iedereen, pijn of geen pijn. In 2005 klaagde hij in het blad Sport International over zijn kwetsbare rug, die het hem soms onmogelijk maakte om zijn grote schaatstalent te etaleren. „Dat bevalt me niet.” Maar in de grote wedstrijden bestond geen pijngrens. Winnen was zijn enige optie. Dacht coach Peter Mueller in 2009 dat zijn Noorse pupil Håvard Bøkko voorbij Kramer kon? No way. Alleen een enkeling zag dat hij in trainingen soms bijna flauwviel, dat hij jaren leefde op pijnstillers.

Maar was de Fries nog wel de grote heerser, sinds hij in 2011 zijn rentree maakte? Niet voor niets werd vaak een schimmenspel opgevoerd. Weinig interviews, mensen in zijn omgeving sommeren om niet mee te werken aan de onlangs verschenen biografie Sven. Geen zwakheid tonen, Kramer de grote kampioen. Die met een uitgekiende planning al snel weer de allroundtitels aaneen reeg, vijf kilometers won. Maar die ook wedstrijden oversloeg, niet meer de fabelachtige versnellingen toonde van voor zijn fysieke en mentale depressie. En in echt zware races, vooral op de slopende tien kilometer, verloor hij vaker dan voorheen. Zoals vorig jaar bij de WK afstanden in Sotsji tegen Bergsma. „Als Sven na hem start, wint hij”, sprak coach Kemkers toen.

Zijn verhouding tot Kemkers, de coach die hem in 2010 goud kostte? Wat Kramer echt denkt, hoeft niemand te weten. Als professionals gingen ze samen verder. Maar uit de manier waarop de schaatser tussentijds met coaches als Mueller of Jillert Anema flirtte, sprak weinig warmte. „Gelukkig niet zo groot”, antwoordde hij in Sotsji ad rem op de vraag hoe groot de inbreng van Kemkers was geweest bij zijn goud op de vijf kilometer.

Hij leek toch weer onaantastbaar, won dit seizoen elke vijf en tien kilometer. Zie hem lachen. Ontspanning als geheime wapen? BAM-coach Anema, die Kramer goed kent, wist al dat het met zijn heerschappij gedaan was. Zijn schaatsers Bergsma en Bob de Jong, gisteren derde, waren beter. Maar bij het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf verbaasde Kramer, met winst uit geslagen positie. Ongekende vechtlust, hoewel de schommelende rondetijden duidden op pijn.

Gisteren liet hij tijdens de superrace van Bergsma zijn flesje water vallen in de inrijbaan. Na de 12.44,45 knoopte hij extra lang zijn veters. Angst? Hij vocht, verbeet lang de pijn. Maar zelfs Kramer heeft een grens. „In de optiek van veel mensen lijkt het bij Sven Kramer altijd vanzelf te gaan”, klaagde hij. Een excuus was het zeker niet, daarvoor klonk zijn respect voor Bergsma te oprecht. Eindelijk mocht de wereld weten wat Sven Kramer echt voelt. „ Fit zijn hoort ook bij topsport.”