Google is te gretig

‘Be Googly’ staat er op een sticker in de rijk voorziene koffiehoek, ergens op de Google-campus in Mountain View. Oftewel: al zijn de snoeprepen en frisdranken hier gratis, wees niet te gretig. Denk aan je collega’s.

Googly, ook wel gespeld als Googley, verwijst naar de principes die het bedrijf opstelde. Op nummer één: „We zorgen ervoor dat U vooropstaat, niet onze bedrijfsdoelen. U kunt ons daarop altijd aanspreken.”

Bij deze.

Als je zo groot bent als Google (56 miljard dollar omzet, 44.000 medewerkers) is het moeilijk om het belang van de gebruiker niet uit het oog te verliezen. Zeker met een alomtegenwoordige zoekmachine en een Android-besturingssysteem op 80 procent van de smartphones.

Google is overal. Maar is Google nog Googly? Afgelopen week maakte het bedrijf bekend dat er een overeenkomst met de Europese Unie was bereikt over een slepende kwestie. Concurrenten klaagden dat Google zijn eigen diensten in de zoekmachine voortrok. Machtsmisbruik. De deal: concurrenten zoals Bing, Yelp en Expedia krijgen een duidelijk vermelding in de zoekmachine. En Google krijgt geen boete.

Er komt een speciale Europese versie van de zoekmachine. Dat roept herinneringen op aan Microsoft; dat moest aparte Europese Windows-versies maken om concurrerende mediaspelers en webbrowsers een kans te gunnen.

Google wacht mogelijk net zo’n scenario met Android. Dat mobiele besturingssysteem is op papier ‘open’ – dat wil zeggen dat gebruik gratis is en de computercode openbaar. Maar de Googlediensten die op deze telefoons staan zijn streng gereguleerd, blijkt uit contracten die vorige week uitlekten. Een telefoonfabrikant mag niet één (gratis) Google-app als Gmail, Chrome, YouTube of de Play Store op een Android-toestel installeren. Er moet meteen een bundel Google-applicaties geïnstalleerd worden, op een prominente plek.

Je zou dat koppelverkoop kunnen noemen, alleen wordt er niets verkocht. Maar het resultaat is hetzelfde: telefoongebruikers worden vanaf de eerste keer dat ze inloggen de Googlewereld ingelokt. Daaruit is het lastig ontsnappen.

Tegelijkertijd probeert Google de wildgroei aan verschillende Android-versies te beperken. Android wordt achter gesloten deuren ontworpen, belangrijke onderdelen worden overgeheveld naar gesloten licenties, bevriende fabrikanten mogen geen aparte Android-varianten ontwikkelen en alleen de nieuwste Android-versies krijgen Google-apps. Het argument: fragmentatie staat innovatie in de weg. Maar de keuzevrijheid wordt er niet groter op.

Zoals Google gebundelde diensten aan telefoonmakers opdringt, gebeurt dat ook bij de gebruiker (internetters) en de klant (adverteerders). Europese privacyorganisaties zijn het er niet mee eens hoe Google sinds vorig jaar de gebruikersdata van al zijn diensten koppelt: Gmail, YouTube, zoekgeschiedenis en Maps vormen één groot, uitdijend profiel voor honderden miljoenen consumenten.

Gebruik van Google+ – het netwerk dat maar niet sociaal wil worden – wordt afgedwongen. Op YouTube is alleen commentaar van Google+-leden toegestaan en Gmail krijgt opeens Google+-trucs. Bedrijven die zichtbaar willen zijn in de zoekmachine, moeten Google+-accounts onderhouden nu hun ‘sociale resultaten’ meetellen in de rangschikking.

Balanceren tussen stille dwang en vrije keuze, daar is Google een meester in. Belangrijke keuzes worden vooraf genomen en bezwaren achteraf weggewuifd met twee woorden: opt out. Als je onze briljante gratis diensten (en ze zijn vaak briljant) niet blieft, ben je met één muisklik uitgelogd. Maar een bedrijf dat moeiteloos moonshots uit de mouw schudt – robotauto’s, computerbrillen, contactlenzen voor diabetici, big data tegen de dood, roept u maar – moet niet morrelen aan de basis. Wees niet te gretig. Be Googly.