Gezocht: droombaan zonder stempel

De sociale werkplaatsen mogen binnenkort geen nieuwe werk- nemers meer in dienst nemen. Bedrijven en overheden beloven meer mensen met een arbeids- handicap aan een baan te helpen. Gaat dat lukken? „Het zal volstrekt oncontroleerbaar zijn.”

Wajongere Anthony Daal aan het werk in de Albert Heijn aan het Helperplein in Groningen.
Wajongere Anthony Daal aan het werk in de Albert Heijn aan het Helperplein in Groningen. Foto Kees van de Veen

In het stadion van FC Twente, in een VIP-zaal met uitzicht op het veld, zit minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken (PvdA) aan tafel met twee ondernemers. De een heeft een kunststofvloerenbedrijf, de ander een autowasserij. Allebei nemen ze graag mensen in dienst die lang in de bijstand zaten of een handicap hebben, zoals past in het project dat deze middag bij de minister wordt gepromoot: ‘Scoren met Werkgevers’ van de stichting FC Twente.

„We weten allemaal dat de bouw het moeilijk heeft”, zegt Asscher tegen de vloerenspecialist. „Waarom doe je dit dan?” De man zegt: „Het is vooral de sociale gedachte.” De eigenaar van autowasbedrijf The Wash, Jeroen Winterink, vult aan: „Het geeft je een fijn gevoel en we hebben als ondernemers een prettige samenwerking.”

Na de bijeenkomst zegt Winterink dat hij er natuurlijk veel meer over te zeggen had: hij doet het ook, net als zijn collega’s, omdat hij op deze manier „supergemotiveerde jongens” binnenhaalt, voor weinig geld. Ze krijgen het minimumloon en volgen een opleiding op zijn kosten – het is niet de bedoeling dat ze langer dan een paar jaar blijven. „En al zit ik er niet op te wachten: voor opleidingen zijn er geweldige subsidiepotten en ik kan een deel van de kosten aftrekken van de belasting.”

Winterink vertelt over zijn medewerker Geert Hiemstra, die een Wajonguitkering had, speciaal voor jonge gehandicapten. Nu niet meer, hij werd een goeie autowasser. „Maar als ik hem twee dingen tegelijk vraag, raakt hij de weg kwijt.” Hiemstra volgt naast zijn werk een opleiding tot ambulancebroeder en hij maakte als ‘zanger Geert’ een cd met Nederlandse liedjes. Jeroen Winterink vindt: „Het helpt die jongens niet als je ze een stempeltje geeft. Ze moeten een kans krijgen.”

Dat zouden zomaar óók de woorden kunnen zijn van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA), die deze week in de Tweede Kamer de ‘Participatiewet’ verdedigt. Voor de 240.000 gehandicapten met een Wajong-uitkering wordt nog een uitzondering gemaakt en wie in een sociale werkplaats werkt, houdt die baan zolang de werkplaats bestaat.

Maar iedere gehandicapte die na 1 januari 2015 achttien wordt en kan werken, al is het maar een beetje, krijgt geen bijzondere uitkering meer en kan ook niet terecht in een sociale werkplaats. Ze vallen allemaal onder de Participatiewet, samen met de 400.000 bijstandsgerechtigden. De gemeenten voeren de nieuwe wet uit: zij gaan over de uitkeringen en moeten mensen aan het werk helpen.

Het kabinet-Rutte I wilde dat ook al, maar dat viel in april 2012 net voordat de Tweede Kamer erover zou stemmen. De wet heette toen ‘werken naar vermogen’, naar de titel van een onderzoek uit 2008 door oud-CDA-minister Bert de Vries.

Het idee was: er zijn te veel verschillende regelingen voor wie niet zelfstandig aan een baan kan komen. Werkgevers vonden het onoverzichtelijk en lang niet alle gehandicapten en bijstandsgerechtigden kregen de begeleiding en voorzieningen die ze nodig hadden. „De bedoeling was”, zegt De Vries nu, „om meer mensen te helpen voor hetzelfde geld.”

Maar zo ging het niet. „Mijn rapport is misbruikt om de zaak over de schutting van de gemeenten te gooien en 1,8 miljard euro te bezuinigen.” Gemeentebesturen, denkt De Vries, zullen de neiging hebben om vooral „de besten van de bovenkant” aan het werk te helpen. Dan zijn ze minder geld kwijt aan inzet en begeleiding.

Werkgevers hebben beloofd dat er de komende jaren 100.000 extra werkplekken bij komen voor gehandicapten en als dat niet lukt, worden ze ertoe verplicht door een ‘quotumwet’. „Daar komt niets van terecht”, zegt De Vries. „Het zal volstrekt oncontroleerbaar zijn. Bedrijven zullen proberen om mensen die ze al in dienst hebben het etiket van gehandicapte te geven.”

Vakken vullen

Er zijn natuurlijk meer ondernemers zoals Winterink van The Wash. Er zijn ook grote bedrijven en supermarktketens die gehandicapten een tijdelijk contract geven. Maar het zijn er nog steeds weinig: volgens het UWV (uitvoeringsinstituut van de werknemersverzekeringen) heeft minder dan 5 procent van de werkgevers een Wajonger in dienst. Vakcentrale CNV deed eigen onderzoek met als uitkomst: 80 procent van de bedrijven zegt geen werk te hebben voor gehandicapten.

In de Albert Heijn aan het Groningse Helperplein vertelt supermarktmanager Heidemarie Veenstra over de twee jongeren met een Wajong-uitkering, Anthony en Alex, die in haar winkel vakken vullen en ‘spiegelen’: ze halen producten in halflege schappen naar voren en zetten ze op volgorde van datum. „Vroeger zouden zij het hulpje van de smid zijn geworden.”

Albert Heijn nam in 1994 in Groningen de eerste Wajonger in dienst, maar pas sinds 2006 is het officieel beleid: in alle 849 winkels zou in elk geval één Wajonger moeten werken. Nu zijn het er zo’n 620. AH betaalt alleen de ‘loonwaarde’: de arbeidsproductiviteit van de Wajonger. Die krijgt via het UWV een aanvulling tot minstens 75 procent van het minimumloon. Het UWV regelt ook een jobcoach die de administratie doet en de Wajongers inwerkt.

Om bij Albert Heijn te werken, moeten ze kunnen lezen en klantvriendelijk zijn, zegt Heidemarie Veenstra. Voor een ‘vul-shift’ waar anderen twee tot drie uur over doen, krijgen zij maximaal vijf uur.

Volgens Veenstra is het voor iedereen goed om Wajongers in de winkel te hebben. „Het geeft een goede sfeer. Je krijgt saamhorigheid onder de collega’s en klanten worden er milder van.”

En Wajongers, zegt ze, zijn bijna nooit ziek en komen altijd op tijd. „Mijn Wajongers vinden het ook fijn om elke dag hetzelfde werk te doen. Het geeft hun zekerheid en structuur.”

Bij de schappen met boter en margarine zegt Anthony Daal (25) dat hij eerder bij een autowasserij werkte. „Daar stond ik onder druk. Je moest steeds zoveel auto’s klaar hebben.” Hij werkt nu twee jaar bij Albert Heijn en is tevreden. Maar zijn doel is: onderwaterlasser worden. „Mijn opa op Sint Maarten repareerde speedboten. Dat heb ik vaak gezien.”

In de lunchpauze zegt Alex Niewzwaag (18) dat hij vaak met Anthony over onderwaterlassen praat. Want dat was ook zíjn droombaan. „Maar ik krijg die kans nooit. Als ik iets fout doe, kost dat de baas duizenden euro’s.” Misschien is het maar goed ook, zegt hij. „In de metaal werk je veel je eentje. Hier ben ik onder de mensen.” Maar Alex is niet van plan om zijn hele leven maaltijdsalades op datum te controleren. Hij wil beveiliger worden.

Albert Heijn neemt wel eens Wajongers in vaste dienst, maar de bedoeling is vooral dat ze werkervaring opdoen, waardoor ze sneller een andere baan kunnen krijgen. Jan Postma, teamleider in de Groningse Albert Heijn, zegt dat hij dat soms moeilijk vindt: „We kunnen ze nu meestal drie keer drie keer een jaarcontract geven, Anthony zou er dan nog één te goed hebben. Het zal me zeer doen als ik moet zeggen: ‘Anthony, jongen, het is klaar.’ Maar je moet ook andere mensen een kans geven.”

Uitkering omlaag

Martine Schoneveld (46) is een Wajonger met een vaste baan. Ze werkt al vijftien jaar als jurist, nu bij Bureau Sociaal Raadslieden in Vlaardingen. Haar kantoor en de knopjes in lift zijn aangepast op haar groeistoornis, ze is 1 meter en zestien centimeter. Ze werkt negentien uur per week en heeft een aanvullende uitkering. Haar gewrichten zijn slecht gevormd, ze heeft last van haar spieren, ze is snel moe.

Schoneveld is voorzitter van de FNV-Wajongwerkgroep, ze mailde en belde de afgelopen maanden met Kamerleden en ging langs bij staatssecretaris Klijnsma. „Het komt vooral door jou”, zei Klijnsma vorige week tegen haar, „dat ik nog eens goed ging nadenken over de Wajongers.” Anders dan eerst de bedoeling was, komen gehandicapten die nu een Wajong-uitkering hebben en deels kunnen werken, niet in de bijstand. Hun uitkering gaat wel omlaag.

Martine Schoneveld is opgelucht voor zichzelf en de andere Wajongers, al is nog niet duidelijk of ze hun aanvullende uitkering houden als ze werken. Maar ze is bezorgd over alle nieuwe jonge gehandicapten voor wie zo’n mooie regeling er niet is. „Ik heb lang over mijn studie gedaan: 8,5 jaar. Ik heb een aangepaste auto, alle aanpassingen op kantoor zijn door het UWV betaald.” Daardoor kan zij werken. „Welke gemeenten willen en kunnen dat straks allemaal betalen voor hun gehandicapte jongeren?”