Getreiter opleiding officier is doelmatig

Pesten op de defensieopleiding: je kunt het als misstand zien, maar voor Stephan de Vries is het een vorm van ‘zelfreinigend vermogen’.

De Nederlandse Defensie Academie kampt met een ‘cultuurprobleem’, zo blijkt uit een door Defensie ingesteld onderzoek. De belangrijkste structurele problemen waarover gerapporteerd wordt hebben te maken met geweld en vernederingen tussen de aspirant-officieren onderling.

Sommige van de cadetten en adelborsten worden structureel buitengesloten, gepest en op die wijze de opleiding uitgewerkt. Kort gezegd komt het erop neer dat de studenten onderling mede bepalen wie uiteindelijk de eindstreep haalt en wie niet.

De vraag is of dat ongewenst is. Volgens generaal Theo Vleugels, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie, wel degelijk. „Dat studenten ‘intern saneren’, gaan we stoppen”, aldus de generaal. Volgens hem is het niet aan tweedejaars cadetten om te bepalen wie er voldoet en wie niet en moet het duidelijker worden op welke criteria mensen beoordeeld worden.

Dat laatste is zeker belangrijk: niemand zal tegen heldere en zo veel mogelijk objectief toetsbare functioneringscriteria zijn. Het is een nobel streven om iedere aspirant-officier op die manier een eerlijke kans te geven en uiteindelijk over te blijven met die studenten die volgens vastgestelde normen de besten zijn.

Daar hebben zij ook recht op, gezien de zware eisen die gesteld worden en de offers die zij moeten brengen tijdens de fysiek en mentaal zware opleiding en de daaropvolgende loopbaan.

Aan deze maakbaarheid zitten echter wel duidelijke grenzen. Van interne sanering is, tot op zekere hoogte, overal en altijd sprake, ook binnen universitaire studies en bij bedrijven. Het grote verschil is dat het zelfreinigende vermogen binnen militaire opleidingen en eenheden (waarschijnlijk) veel sterker is. Dat heeft alles te maken met de extreme(re) context waarbinnen de groepsvorming van militairen plaatsvindt.

Om de vaak zware opleiding als groep te kunnen volbrengen moet binnen afzienbare tijd een hechte eenheid gesmeed worden, waarbinnen bereidheid heerst klappen voor elkaar te incasseren. Zij die ondanks een uitgebreide selectieprocedure te veel afwijken van de binnen de groep heersende (veelal impliciet tot stand gekomen) sociale normen of te vaak verzaken ten koste van de groep, worden uiteindelijk buiten diezelfde groep geplaatst. Ook als zij ondertussen wel voldoen aan de binnen de opleiding geldende objectieve criteria. Groepsdynamiek is binnen de officiersopleiding een zeer bepalende factor.

Voor studenten die dat zelf op negatieve wijze ondervinden kan dat een behoorlijke impact hebben. Het is aan de opleiders om daar prudent mee om te gaan. Een reden om interne sanering binnen de officiersopleiding aan banden te leggen is het echter niet.

Het zelfreinigende vermogen van militaire eenheden vervult namelijk een cruciale rol: het functioneren en zelfbehoud van die eenheden staat of valt ermee.

Steeds opnieuw geven militairen zelf te kennen dat kameraadschap en vertrouwen de meest bepalende elementen zijn voor de sterkte van hun eenheid. Personen die te veel afwijken kunnen gemakkelijk een bedreiging vormen voor de robuustheid van de groep en zullen afgestoten worden.

Dat klinkt hard, maar in de meest extreme gevallen – waarbij de marges minimaal zijn en kleine afwijkingen een catastrofale uitkomst kunnen genereren – kan dat het verschil betekenen tussen overleven of sneuvelen.

De onderzoekers geven er blijk van zich te realiseren dat dergelijke overwegingen reeds tijdens de opleiding een functie vervullen. Zij verklaren de soms harde omgangsvormen tussen studenten onderling ‘uit het feit dat mensen die met elkaar een oorlog in gestuurd kunnen worden, elkaar in hoge mate moeten kunnen vertrouwen en de ‘zwakkeren’ proberen te lozen.’

Met de mededeling intern saneren aan banden te willen leggen reageert Defensie overtrokken en onverstandig op de uitkomsten van het onderzoek.

Daarmee dreigt een belangrijke filterfunctie van de officiersopleiding te worden belemmerd. Dat zal uiteindelijk consequenties hebben voor de kwaliteit van de Nederlandse strijdkrachten en hun veiligheid in conflictsituaties. Een ironische uitkomst voor een organisatie die werft met de leus: ‘Werken bij Defensie. Je moet het maar kunnen’.