Gerhard Richter is iedereen weer de baas

Aan de jubelstemming bij de grote veilingen van moderne kunst lijkt geen einde te komen. Het regende in Londen de voorbije weken records. Maar niet voor de Nederlandse kunstenaars.

Italiaanse verzamelaars scoren, maar minder vaak en raak dan hun Zwitserse collega Jan Krugier. De Duitse kunstenaar Gerhard Richter is iedereen de baas en zijn Nederlandse collega René Daniëls mist voor open doel.

Doe er nog een Picasso en een Bacon bij en hierboven staat een redelijke samenvatting van twee weken veilingen in Londen, waar in een al jubelende markt opnieuw records werden gebroken.

De voorjaarsveilingen in New York en Londen gaan begin maart van start. Dit is het moment om nog even terug te kijken.

De grootste tegenvaller in Londen was dat René Daniëls’ schitterende schilderij van een langspeelplaat bij Sotheby’s geen koper vond. Het is uit 1977, Daniëls was net een jaar van de academie. De geschilderde elpee komt veel terug in zijn werk, maar nooit zo groot – 2 bij 1,5 meter – en dynamisch als hier. De eigenaar had het vers van de schilder gekocht bij galerie Paul Andriesse. Maar op 13 februari wilde niemand de gevraagde 120.000 euro betalen. Terwijl toch werk van Daniëls in Tate Modern hangt en hij eindelijk internationaal de erkenning leek te krijgen die hij al zo lang in Nederland heeft.

Ook een ander Nederlands werk, The Surface (1963, vraagprijs 26.000-30.000 euro) van Michael Raedeker, viel niet in de smaak. En slechts één van beide beschikbare Schoonhovens vond een koper (voor 74.500 pond, 90.500 euro).

Sotheby’s winnaar was Gerhard Richter, de 82-jarige Duitse topschilder die zijn status 12 februari weer eens bevestigde met 17,4 miljoen pond (21 miljoen euro) voor het 2,4 bij 2,4 meter grote, rode abstracte schilderij Wand (1994). Richter hield het werk zestien jaar zelf, al leende hij het vaak uit voor exposities. Pas in 2010 verkocht hij het aan een Japanse galerie.

Voor zo’n grote Richter staan is een indrukwekkende ervaring. Het schreeuwende rood wordt gekalmeerd door een soort plankenpatroon terwijl aan de bovenkant een verkoelende baan blauw door de vlammen walmt. Het voelt anders dan een Rothko, maar ook Richter dwingt tot mediteren in een warme gloed.

Christie’s had een avond later de man opgesteld die altijd scoort en piekt. Francis Bacon was die woensdagavond weer eens onverslaanbaar. Portrait of George Dyer Talking (1966, 2 bij 2,5 meter) bracht 42,2 miljoen pond op (51,3 miljoen euro). En het veilinghuis kon weer een record van de daken schreeuwen: „Most expensive work of Post-War & Contemporary art sold at auction in Europe!” En de hoogste prijs voor een Bacon die geen triptiek is.

Boeiender in het aanbod van Christie’s was een stemmig geelgroenblauwig Abstraktes Bild (2,6 bij 2 meter) van Richter uit 1989 dat voor 19,5 miljoen pond (23,7 miljoen euro) werd geveild. Plus een prachtige Neo Rauch, Platz (2000, 2 bij 2,5 meter), vorig jaar nog op zijn grote expositie in Brussel te zien, die bijna het dubbele van de schatting opbracht: 1 miljoen pond (1,27 miljoen euro).

Waar Nederland het moet hebben van geluk en incidenten, heeft Italië altijd Lucio Fontana in de spits staan. Geen veiling of beurs compleet zonder zijn werk en ook in Londen gingen zijn doorgesneden doeken grif voor een miljoen of meer van de hand. Nieuw was dat Christie’s het Italiaanse team een hele veiling voor zich zelf gaf. Op 11 februari kwamen er onder de titel Eyes Wide Open: An Italian Vision maar liefst 109 werken op het veld, afkomstig uit de collectie Arte Povera van verzamelaars Nerio en Mariana Fossatti. Samen brachten ze 38 miljoen pond op (46 miljoen euro). Dertien Italianen braken hun persoonlijke record, onder wie Michelangelo Pistoletto, Francesco Lo Savio, Luciano Fabro, Mario Merz en Alberto Burri, wiens Combustine Plastica maar liefst 5,6 miljoen euro opbracht.

De grote winnaar van de Londense veilingen kwam uit Zwitserland. Van galeriehouder en verzamelaar Jan Krugier (1928-2008) veilde Sotheby’s op 5 februari een deel van zijn nagelaten collectie. De kern was een uitgelezen verzameling van 35 werken op papier van topkunstenaars (Degas, Van Gogh, Cézanne, Ingres, Goya, enzovoort). Niets bleef onverkocht, al is het zonde dat deze prachtwerken die Holocaustoverlevende Krugier in veertig jaar bij elkaar bracht, elkaar nu uit het oog verliezen. De hoogste opbrengst was voor Pablo Picasso’s gouache Composition au Minotaure (1936), door Krugier ooit gekocht van Marina, de kleindochter van de schilder. Het bracht 10,3 miljoen pond op (12,4 miljoen euro). Een dag later gingen nog eens 82 werken uit de collectie Krugier onder de hamer. De totale opbrengst voor zijn erven bedroeg 90 miljoen euro.