‘Egyptische extremisten bedreiging voor toeristen’

De islamitische extremisten in de Sinaï-woestijn zijn een bedreiging voor buitenlandse toeristen. Dat heeft de Egyptische premier Hazem Beblawi gisteren gezegd. Dit kan grote gevolgen hebben voor de economie, die al in crisis verkeert en sterk afhankelijk is van toerisme. De autoriteiten proberen het land juist weer aantrekkelijk te maken voor toeristen.

Beblawi reageert op een dreigement van de groep Ansar Bayt al-Maqdis, die de verantwoordelijkheid opeiste voor de zelfmoordaanslag op een bus met Zuid-Koreaanse toeristen afgelopen zondag. De groep stelde alle toeristen een ultimatum om Egypte te verlaten. Degenen die toch blijven zullen worden vermoord, aldus de verklaring via een Twitteraccount dat is verbonden met de groep.

Moslimextremisten hebben honderden politieagenten en militairen gedood sinds het leger vorig jaar president Mohammed Morsi afzette, maar toeristen bleven tot nu toe buiten schot. De aanslag haalt herinneringen naar boven aan de opstand van de jaren negentig, toen moslimextremisten onder meer een bloedbad aanrichtten onder buitenlandse toeristen in Luxor. Er vielen 62 doden.

Voor de opstand tegen president Mubarak in 2012 was toerisme een belangrijke bron van werkgelegenheid en buitenlandse deviezen, goed voor 10 procent van het Egyptische bbp. Sinds 2012 is het aantal toeristen enorm afgenomen. Duitsland heeft maandag zijn reisadvies veranderd en ontraadt toeristen reizen buiten Kairo en Alexandrië. (AP, Reuters)