Een oude boom komt helemaal tot rust in Rotterdams bomenasiel

De platanen die moesten wijken voor het nieuwe station in Rotterdam zijn niet versnipperd, maar staan in een bomenasiel.

De logeerpartijen van bomen in het Rotterdamse bomenasiel kunnen best een paar jaar duren, vertelt Ronald Loch.
De logeerpartijen van bomen in het Rotterdamse bomenasiel kunnen best een paar jaar duren, vertelt Ronald Loch. Foto Frank de Roo

Ronald Loch vergelijkt bomen graag met mensen. Oude mensen verhuis je niet makkelijk. Zo is dat met oude bomen ook. „Je moet goed kijken. Kan hij het aan?”

Ronald Loch is adviseur bomen van Stadsbeheer. Als in Rotterdam bomen moeten wijken voor renovatie, nieuwbouw of herstel van riolering, gaat hij met zijn mensen kijken of ze een verhuizing kunnen overleven.

Een sterke boom, die niet elders terecht kan, gaat naar het bomenasiel. Dat is een terrein naast het Kralingse Bos in Rotterdam-Oost. Daar staan bijvoorbeeld de grote platanen die weg moesten voor het nieuwe centraal station. Die zijn met een kluit met een diameter van vier meter door een kraan opgetild en met een vrachtauto afgevoerd. Platanen zijn goed te verplanten. Loch: „Stevige bomen die zich goed herstellen.” Hij vervolgt, terwijl op de stam klopt: „Hier komt de boom lekker tot rust.”

Jarenlang was het Rotterdamse asiel uniek, inmiddels zijn ook enkele andere gemeenten begonnen. Om naar het asiel te mogen, moet de boom gezond zijn: Boven de grond. En onder de grond. De boom mag geen wonden in de schors hebben. Er mag geen rot in zitten. En belangrijk: Hij moet met een stevige, compacte kluit uit de grond te tillen zijn. Rondgraven, heet dat. Loch: „Sommige bomen hebben vlezige wortels die uit elkaar vallen. Die redden het niet.” Zo’n boom gaat in de versnipperaar.

De logeerpartij mag best een paar jaar duren. Als iemand de boom wil hebben, wordt de adoptieprocedure in gang gezet. Er is animo genoeg. Van de 165 bomen die er nu staan, zijn er zo’n 80 gereserveerd. Ze zijn gewild voor nieuwbouwprojecten en renovaties. Ronald Loch: „Dan heb je meteen een echte boom en niet van die sprietjes.”

De nieuwe eigenaar (het mag geen particulier zijn) moet wel goed voor de boom zorgen: Voedzame aarde. Voldoende plek. Loch: „Wat je boven de grond ziet, heeft de boom ook onder de grond nodig aan ruimte. Dat is soms lastig door kabels en funderingen.” Onvoldoende plaats? Dan geen boom. De verhuizing is al zwaar genoeg.

Loch praat niet met de bomen. Hij luistert wel naar ze. „Bomen vertellen een verhaal. Met hun uiterlijk laten ze zien of ze het naar hun zin hebben. Bladkleur en bladgrootte vertellen hoe het met de boom gaat.”

650.000 bomen telt Rotterdam, voor elke inwoner één boom. Ongeveer dan. En als het aan Loch ligt worden dat er meer. Hoe groener, hoe beter. Als de bomendokters met een boom bezig zijn, komen bewoners altijd uit hun huizen. „Hé wat gaan jullie doen met mijn boom”, vragen ze dan. Mensen houden van bomen, zegt Loch. Hij ook.