Een held vecht zich door het tranendal van slavernij

Favoriet: 12 Years a Slave
Favoriet: 12 Years a Slave Odd: 1/4

Regisseur Steve McQueen vergeleek het boek 12 Years a Slave zelf met Het Achterhuis van Anne Frank. Twee egodocumenten over een gruwelijke historische misdaad, maar daar houdt de vergelijking op. Anne Frank wachtte, uit noodzaak, op wat komen ging en schreef daarover. Ze is een machteloze getuige. Solomon Northup, een vrije zwarte violist en timmerman die in 1841 werd gedrogeerd en verkocht als slaaf op de plantages van Louisiana, gaf nooit de moed op en herwon zijn eigen vrijheid. Hij is een klassieke held.

Om te voelen wat slavernij is, heb je een held nodig die dat lot, net als wij, niet accepteert. En wil je dat er mensen komen kijken, dan moet hij ook winnen. Filmmaker Agnieszka Holland vertelde dat ze ooit een ‘authentieke’ holocaustfilm wilde maken waarin iedereen stierf. Dat werkte niet. Filmcriticus Malamud Smith noemde dat naar aanleiding van 12 Years a Slave het „heldenprobleem”, maar maakt niet duidelijk wat dat probleem dan is. Alsof onze identificatie met the one that got away betekent dat je de miljoenen achterblijvers minacht. Welnee, de held zegeviert namens hen.

Kwetsbaarheid en waardigheid

Zo zag de historische Solomon Northup het ongetwijfeld zelf. In zijn relaas, en de voortreffelijke verfilming van McQueen, is hij sluw en wendbaar genoeg om te overleven en wilskrachtig, hoopvol en koppig genoeg om zijn doel – vrijheid, zijn familie terug – niet uit het oog te verliezen. Chiwetel Ejiofor speelt hem met de juiste mix van kwetsbaarheid en waardigheid. Een held die vernederingen slikt, veinst en zichzelf klein maakt, maar zonder te breken.

Eigenlijk is het verbijsterend dat er voor 12 Years nauwelijks een Amerikaanse film was met een slaaf als held. Des te beter dat McQueen zijn enorme talent als visueel artiest en verteller inzet voor dit relatief toegankelijke avontuur. Want de rauwe, verbluffend gecomponeerde evocatie van de Noord-Ierse troebelen Hunger (2008) en de bezeten lijdensweg van een seksverslaafde Shame (2011) hadden lang niet het bereik van 12 Years a Slave. Met zijn toeristische camerawerk en – spaarzaam en smaakvol ingezette – cellothema van Hans Zimmer is de film mainstream. En toch ook grimmig en compromisloos.

McQueen gebruikt schoonheid namelijk om de wreedheid, willekeur en systematische vernedering van slavernij te accentueren. Northup die in de prachtige bayou plots op een lynchpartij stuit. Patsey (Lupita Nyong’o) die gehuld in kant en tule thee nipt op een zonovergoten veranda, om even later zo genadeloos de zweep te krijgen dat haar rug een reliëfkaart van bloed en vleesrafels wordt. Of het sterkste beeld: Northup met de nek in een strop, balancerend op zijn tenen om niet te stikken, terwijl zijn medeslaven in de schemering hun werkdag beginnen. Horror in een decor vol Gone with the Wind-lyriek van wolkenvelden katoen, spirituals neuriënde slaven en wit houten landhuizen.

Zwart, dus rechteloos

Slavernij is een systeem dat goede mensen verachtelijke dingen laat doen in 12 Years a Slave. Northups eerste eigenaar William Ford (Benedict Cumberbatch) waardeert zijn intelligentie en geeft hem een viool. Bij hem was Northup misschien een Oom Tom geworden die zich met zijn lot verzoende, fiedelend voor zijn negerhut. Maar als hij zich verweert tegen een jaloerse blanke voorman, redt Ford hem van de strop door hem aan een monster te verkopen. Hij weet dat Northup een vrij man is, maar negeert dat. Northup is immers ook zwart, dus rechteloos. En een forse investering.

Northups nieuwe baas, plantagehouder Edwin Epps, is zo’n verknipte psychopaat dat acteur Michael Fassbender van deze sterke cast de Oscar nog het meest verdient. Epps is een dieptrieste knoop tegenstrijdige impulsen die zijn wankele heerschappij schraagt met echte en verzonnen bijbelteksten. Hij hongert naar liefde maar weet dat hij haat zaait, wat hem paranoïde en onvoorspelbaar maakt. Het zwaarst lijdt modelkatoenplukker Patsey, door Epps radeloos bemind. Zij kan zijn liefde niet beantwoorden noch simuleren, hoe hard hij haar ook slaat en verkracht.

Bij Edwin Epps loopt iedere slaaf continu op zijn tenen, de nek in de strop. Dat toont de irrelevantie van argumenten om de horreur van slavernij te verzachten: plantagehouders waren vaak welwillend familiaal, slaven hadden het als kostbaar bezit vaak beter dan vrije arbeiders. Dat zal best, maar één terloopse transactie en je verloor je kinderen of viel in handen van een sinistere verkrachter. En dan kwam geen held je redden, laat staan de wet.