Een chique club, met dure joints

Catalonië telt ruim 300 gedoogde wietclubs. „Een pragmatische keuze”, zegt de bestuurder. Het buitenland toont interesse.

Zodra de zware deur na één keer bellen opengaat, komt de wietlucht de bezoeker tegemoet. In geur en uiterlijk onderscheidt El Rincón de María zich weinig van de betere Nederlandse coffeeshop. In deze cannabis social club in Barcelona staan comfortabele zitbanken, waarop vooral jongemannen onderuitgezakt aan een pretsigaret lurken. Drie grote schermen op de begane grond tonen een voetbalwedstrijd. In het souterrain is de verlichting gedimd en wordt reggaemuziek gedraaid.

Maar El Rincón de María (RDM) is allesbehalve een coffeeshop, benadrukt gastheer Enric Peris. „Dit is een ledenclub. Iedereen hier staat bij ons geregistreerd en heeft een lidmaatschapspasje.” De club, legt hij uit, kweekt als collectief wiet. Van die oogst mogen alleen de leden kopen. „Daarbij hebben we geen winstoogmerk.”

Dit soort wietclubs schieten sinds drie jaar als paddestoelen uit de grond in Spanje. Catalonië alleen al, met z’n 7,5 miljoen inwoners, telt ruim 300 clubs met elk honderden tot enkele duizenden leden. Dit model wekt veel interesse in het buitenland, ook Nederlandse.

De Spaanse wet staat bezit en kweek van wiet voor eigen gebruik toe, handel en transport niet. Wietclubs plakken daarom op elke pot in hun wietplantages een sticker met de naam van een lid. Zo wordt de wet niet overtreden, blijkt uit proefprocessen.

Met de clubs is de roep om regulering opgekomen. De Catalaanse regioregering bereidt een ‘code van goed gedrag’ voor. Een pragmatische keuze, zegt Joan Colom, in het regiobestuur verantwoordelijk voor drugspreventie. „We pogen de schadelijke effecten van drugs zoveel mogelijk te beperken, en denken dat dit het beste gaat door de clubs te gedogen.”

Via de clubs, legt de hoge ambtenaar uit, zijn gebruikers bijvoorbeeld makkelijker voor te lichten. „Ook kunnen we proberen het gebruik op latere leeftijd te laten beginnen.” Verder is ernstige verslaving makkelijker te signaleren en kunnen harddrugs buiten de deur worden gehouden.

Albert Tió van de Catalaanse Federatie van Cannabisclubs (FedCat) juicht de opstelling van de regio toe. „Wij missen juridische zekerheid. Er wordt geen club meer gesloten, maar er worden nog wel mensen vervolgd omdat ze kweken of de oogst vervoeren. Soms worden invallen gedaan en leden staande gehouden in de directe omgeving van de club.”

Goedgeleide clubs huren al agronomen in die de plantages inspecteren. Zij meten de wietkwaliteit, het percentage THC (de werkzame stof) en schatten de omvang van de oogst. Die moet overeenkomen met het aantal kilo’s dat de leden aangeven te willen afnemen. Clubs die veel méér kweken, laden de verdenking op zich ook voor de zwarte markt te produceren. Volgens geruchten zouden enkele ‘slechte’ clubs ook exporteren. Vooral naar Italië, waar de straatprijzen bijna drie keer zo hoog zijn.

Een ander probleem dat de gedragscode moet wegnemen, is het ontluikende drugstoerisme. Op Amerikaanse websites wordt Barcelona al omschreven als „het nieuwe Amsterdam”. Mensen bieden zich op fora aan als gidsen in Catalaans cannabisland. Zij beloven de buitenlandse bezoeker – tegen forse betaling – op sleeptouw te nemen langs clubs met een laks toelatingsbeleid.

Dit turismo de porro (jointtoerisme) is onwenselijk, vinden politiek en clubs, die daarom een wachttijd van 10 tot 15 dagen voor nieuwe leden overwegen, of een bewijs van inschrijvings in de gemeente.

Plannen om het THC-percentage in wiet te limiteren – in Nederland wordt maximaal 15 procent bepleit – heeft Spanje niet. El Rincón de María vermeldt het bij elk van zijn twaalf soorten: in veel gevallen ligt het ver boven de 20 procent. Ook kan er, anders dan in de Nederlandse coffeeshops, alcohol worden gedronken. In de frisdrankautomaat zit ook bier, leden mogen zelf consumpties meebrengen.

Over de gedragscode valt komende maanden een besluit. Het nationalistische tij in Catalonië zit de blowers daarbij mee. Drie jaar geleden verbood de regio al als eerste op het vasteland stierenvechten met een dodelijke afloop. De politiek zet zich graag af tegen de centrale regering in Madrid, die op veel terreinen aanstuurt op strengere rechtshandhaving.

Niet toevallig floreren de clubs ook in het eigengereide Baskenland en op de Canarische Eilanden. En ook de Baskische politiek praat over regulering. De regio nam al een strenge tabakswet aan, die het automobilisten verbiedt te roken met kinderen in de auto.

Topambtenaar Colom gaat liever niet in op een verband tussen ‘regionationalisme’ en wietbeleid. Lachend: „We denken wel dat we gewoon pragmatisch zijn. Hier willen we innovatieve oplossingen niet dwarsbomen.”

De zwarte markt is intussen een realiteit. Gedoogde wiet is relatief duur: een gram kost 7 tot 8 euro. Wiet op straat kost 5 à 6 euro. „Bij mijn dealer koop ik de grote zak voor doordeweeks”, vertelt vuilnisman Mario, die een jointje komt roken in RDM. „In de club koop ik mijn delicatessen.”