Die bravoure van hem helpt me nog vaak

„‘Ik wou dat ik Stuart Hall was’, had hij geschreven. ‘Ik wou dat ik Anil Ramdas was’, zei ik bij onze eerste ontmoeting. Op mijn verzoek was hij naar Maastricht gekomen om een lezing te geven voor debatplatform Studium Generale. Als student smulde ik van alles wat hij schreef. Aan de hand van kleine details kon hij mooie, grote verhalen vertellen. Bijvoorbeeld hoe de wachtende riksjarijder symbool staat voor heel India. Ik wilde net zo scherpzinnig naar de wereld leren kijken als hij.

„Toen we later collega’s en vrienden werden bleef hij mijn idool. Als je iets eng vindt, moet je niet achteruitstappen, maar vooruit, leerde hij me. Toen ik door De Groene Amsterdammer werd gevraagd redacteur te worden was ik vereerd, maar Anil raadde me aan om te antwoorden dat ik columnist wilde worden. Dat advies volgde ik op en tot mijn verbazing reageerden ze bij De Groene heel enthousiast: ik kreeg een column. Die bravoure van hem helpt me nog vaak: het was bijvoorbeeld best eng om de sprong te wagen van de journalistiek naar de politiek en een gooi te doen naar de opvolging van Lodewijk Asscher, maar ik heb het wel gedaan.

„Dankzij Anil ging ik ook anders denken over vriendschap. Hij vond dat je zoveel mogelijk vrienden moet maken met een andere achtergrond. Want vooroordelen hebben we allemaal en alleen met verschillende vrienden generaliseer je minder snel. Als iemand iets zegt over Surinamers, denk ik aan Anil. Meestal klopt er dan niks meer van zo’n generalisatie. Hij heeft me geleerd om op een andere manier met verschillen om te gaan en voorbij vanzelfsprekendheden te denken. Het devies daarbij is paradoxaal: vergeet dat ik anders ben, maar vergeet nooit dat ik anders ben.”