De nieuwe stiltegebieden

Tankstations langs de grens hebben het moeilijk. En de accijnzen gaan voorlopig niet omlaag, bleek gisteren. Fotograaf Herman Engbers bracht het probleem in beeld.

Ter Apel, Groningen
Ter Apel, Groningen

Even bestond er onduidelijkheid over, maar gisteren zei staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) in de Tweede Kamer dat de brandstofaccijnzen zeker niet op korte termijn omlaag gaan. Hij wacht tot mei met eventuele stappen, „want dan weten we pas wat er aan de hand is”.

Er komt voorlopig dus geen einde aan de malaise voor pomphouders langs de Duitse en Belgische grens. Die klagen dat sinds de accijnsverhogingen op diesel, lpg en benzine op 1 januari hun klandizie en omzet dramatisch zijn teruggelopen omdat tanken over de grens goedkoper is. Sommige pomphouders zeggen dat ze 90 procent minder omzet maken, anderen dat ze tegen kostprijs verkopen om hun klanten te behouden.

De verhoging van de accijnzen is onderdeel van het in de herfst gesloten begrotingsakkoord tussen coalitiepartijen VVD en PvdA en de ‘constructieve’ oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP.

Volgens een berekening van brancheorganisatie Bovag heeft de maatregel echter een negatief effect op de begroting. De Nederlandse overheid zou in januari 65 miljoen euro aan inkomsten uit accijnzen en btw zijn misgelopen door de verhoging, die ertoe leidt dat automobilisten en vrachtwagenchauffeurs over de grens gaan tanken. De tankstations verkopen ook minder sigaretten en tabak. Eerder zei Bovag te verwachten dat 800 tot 900 tankstations failliet zullen gaan of sluiten door de maatregel.

Vrijdag zei staatssecretaris Wiebes dat de berekening een „serieus signaal” was en de „cijfers er niet mooi uitzien”. Dat voedde de verwachting dat het kabinet misschien op korte termijn maatregelen zou nemen. Maar in reactie op vragen van Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) zei Wiebes gisteren: „Een effect breng je pas in beeld, niet in één maand, maar over meerdere maanden.” Hij wil de opbrengsten van de raffinaderijen over minstens drie maanden kennen en van benzinemaatschappijen weten hoeveel brandstof aan elke pomp wordt aangeleverd. Pas dan zou duidelijk worden wat het „grenseffect” is.