De lucratieve kogellagers zijn overal

Het nieuwe onderzoekscentrum van kogellagerfabrikant SKF heeft honderd man extra nodig.

Lagers voor een windturbine worden getest in het onderzoekscentrum van SKF in Nieuwegein. Met het toekomstige Global Technical Centre moet de tijd tussen idee en product aanzienlijk korter worden.
Lagers voor een windturbine worden getest in het onderzoekscentrum van SKF in Nieuwegein. Met het toekomstige Global Technical Centre moet de tijd tussen idee en product aanzienlijk korter worden. Foto Rien Zilvold

In de fabriekshal op het bedrijventerrein in Nieuwegein klinkt het repeterende geluid van grote ijzeren machines dwars door de oordoppen heen. Het zijn testmachines. Hun taak bestaat uit draaien. Miljoenen keren. De perfecte draai, zo glad, soepel en weerstandloos mogelijk.

Dat is het werk van kogellagerfabrikant SKF, wereldwijd leider op het gebied van kogellagers, smeersystemen en afdichtingen. De lagers van SKF zitten overal in, zegt directeur Hannie Kroes. Wasmachines, koffiezetapparaten, vliegtuigen, windmolens. „Bijna iedereen gebruikt onze producten dagelijks, maar bijna niemand weet dat. Alleen de industrie kent ons goed. Het enige wat niet op onze systemen draait, is de wereldbol.”

SKF is een Zweeds bedrijf, actief in 130 landen. De mondiale omzet was vorig jaar 7,2 miljard euro. Eind januari maakte SKF bekend dat het in Nieuwegein een Global Technical Centre Europe in zal bouwen. Dat betekent extra werkgelegenheid voor meer dan honderd hoog opgeleide technici in de provincie Utrecht. Gedeputeerde Remco van Lunteren (Economie, VVD) noemde het „een lichtpuntje waar onze economie op zit te wachten.” Dat klopt, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Maar: „Er werken 32.000 mensen voor Zweedse bedrijven in Nederland. Honderd extra banen is mooi, maar geen aardverschuiving.”

SKF ligt verscholen op bedrijventerrein Plettenburg, achter een slagboom, bomen en een parkeerterrein. Het heeft wat veel bedrijven sinds de economische crisis missen: werkgelegenheid. En, zegt Kroes: „Wij hebben geld.”

Honderd jaar geleden vestigde de kogellagerfabrikant zich in Nederland. Eerst in Amsterdam, later lange tijd in Veenendaal. Daar zijn nog altijd sportverenigingen genoemd naar de fabrikant die, vergelijkbaar met Philips in Eindhoven, ook verantwoordelijk was voor een deel van het sociale leven in Veenendaal. In 1972 vestigde SKF een onderzoeks- en ontwikkelingscentrum in Nieuwegein, dat nu wordt uitgebreid.

Hoeveel SKF investeert, wil Kroes niet zeggen. Volgens haar wilden meerdere Europese vestiging het centrum bouwen, en had Nederland het beste verhaal. Duidelijk is dat het Nederlandse belastingsysteem gunstiger is dan dat in omringende landen. Kroes: „We hebben geprofiteerd van onze belastingregels, maar ook van onze goede samenwerkingsverbanden met universiteiten en de uitstekende ligging.”

Volgens Wim Westerman, econoom aan de Rijksuniversiteit Groningen en kenner van de Zweedse economie, kiezen Zweedse bedrijven vaker voor Nederland als vestigingsplaats en ‘draaischijf’. „Ik zie ook een verband met zware Zweedse industrie die zich in Nederland heeft gevestigd: clustervorming is iets waar Zweden van houden. Fiscaal gezien is Nederland nogal eens aantrekkelijk als zowel distributieland als holdingparadijs.”

In Nieuwegein heeft SKF al een onderzoekscentrum en een ontwikkelingscentrum. Met de uitbreiding komt volgens Kroes alles onder een dak en kan de tijd van idee tot product sterk worden verkort. Nu duurt het na een eerste onderzoek van bijvoorbeeld een nieuwe soort lager voor een windturbine soms wel acht jaar voordat het product klaar is. Door bedrijfsonderdelen te combineren, kan dat straks in een paar jaar.

Probleem: waar moeten die honderd nieuwe medewerkers vandaan komen? Kroes wil hen van universiteiten plukken door PhD-studenten stages en onderzoeksplaatsen aan te bieden, maar ze hoopt ook oudere werknemers die elders buiten de boot vallen te kunnen aantrekken. De directeur: „Je bent op je veertigste niet uitgerangeerd.” Maar de Nederlandse arbeidsmarkt biedt nu niet voldoende geschikte mensen. „Op dit moment zouden we nog buitenlandse arbeidskrachten moeten aantrekken.”

In de laboratoria zitten mannen – vooral mannen – in witte jassen met hun oog tegen microscopen geplakt. Hoe ontwikkelen ijzer en andere metalen waar de lagers van zijn gemaakt zich bij hoge weerstand? Wat gebeurt er ín het metaal, als het bijvoorbeeld gebruikt wordt in een vliegtuig en op grote hoogte moet vliegen? Het Formule 1-team van Ferrari gebruikt SKF-lagers in de auto’s. Vliegtuigbouwers, treinontwikkelaars, ze komen allemaal regelmatig overleggen bij SKF. Medewerker Hans Sloof, die rondleidt: „Het gaat onze klanten om details. De producten moeten duurzaam zijn, lang meegaan en altijd werken.”

SKF was vroeger een klassieke fabriek maar verkoopt nu ook kennis. Zoals een systeem dat een sein geeft als de lagers versleten raken. Handig, want als een lager in bijvoorbeeld een windmolen versleten raakt, kan dat andere onderdelen aantasten. Er op tijd bij zijn scheelt handenvol geld. Ook handig: technici hoeven niet steeds bovenop de windmolen te staan om te kijken hoe het met de lagers is.