Amsterdam en Haarlem liggen al jaren aan de Donau

Naast Hollywood kan ook de Nederlandse film niet om filmstad Boedapest heen: historisch spektakel ‘Kenau’, straks in de bioscoop, werd opgenomen aan de Donau. Of is de Hongaarse filmhausse in zijn nadagen beland?

Links: Monic Hendrickx als Kenau.Midden: beeld uit tv-serie The Borgias.Boven: Dwayne Johnson als Hercules. Onder: Boedapest kan in films elke Europese stad zijn.
Links: Monic Hendrickx als Kenau.Midden: beeld uit tv-serie The Borgias.Boven: Dwayne Johnson als Hercules. Onder: Boedapest kan in films elke Europese stad zijn. Foto Boedapest Hollandse Hoogte

Een peloton lange, goedgebouwde Hongaren in korte leren rokken en roodbruine borstplaten marcheert tussen de trailers en loodsen van Origo Film Studios. De camera’s rollen nog niet, maar de oud-militairen blijven in hun rol van elitegarde in de Amerikaanse historische spektakelfilm Hercules. Ze lopen strak in formatie richting set. Levend decor voor acteur Dwayne Johnson als Hercules, halfgod en huurling met woeste manen.

De filmlocatie lijkt een willekeurig stuk land met hoge hekken en grote betonnen loodsen even ten noorden van Boedapest. Vlak voor de grote vuilverbrandingsinstallaties van de plaats Fót, waar van oudsher een groot deel van de Hongaarse filmindustrie zit.

Voor Hercules, een dure Amerikaanse productie die in augustus in Nederland draait, hangen hijskranen boven een bouwput. Daarin een arena met een enorme houten toegangspoort en door bulldozers opgeworpen aarden wallen. ‘Thracië rond het jaar nul’. Pas als je er middenin staat, zie je wat het voorstelt. Metershoge hekken en een sloot houden nieuwsgierigen op afstand van de trailers voor de acteurs. Mobiele telefoons met camera’s worden vanachter de slagbomen achterdochtig bekeken.

Hercules is de zoveelste Hollywoodfilm op rij die in Hongarije wordt gedraaid. En zeker niet de laatste. De vraag naar studio’s en technici is groter dan het aanbod. Want Boedapest is na Londen de belangrijkste Europese filmlocatie van dit moment. De stad heeft de faciliteiten, de vakmensen, de decors en boven alles de belastingvoordelen om filmproducenten te lokken. Van elke euro die in of via Hongarije aan een film wordt uitgegeven, krijgt de producent 20 procent terug van de belastingdienst. Daar bovenop zijn er stimulansen voor investeringen in film, waardoor de korting oploopt tot 25 procent.

„Je kunt haast niet om Hongarije heen”, zegt de Nederlandse regisseur Maarten Treurniet (De Heineken Ontvoering). Hij heeft er vorig jaar Kenau opgenomen, die over twee weken in de bioscoop te zien is. Ook in Fót, maar dan bij de wat minder luxe voormalige staatsstudio’s van MA Film. MA Film heeft een middeleeuws dorp dat goed als decor kan dienen voor historische producties. Voor Kenau werden stukken zestiende-eeuws Haarlem nagebouwd. „Daar zijn ze meesters in”, zegt Treurniet bewonderend.

Rauwe koppen en paarden

Voor de loodsen van Origo Films, waar Hercules wordt gemaakt, staan kolossale stenen kruiken naast wapentuig uit de Oudheid. Voor loods 25 wachten een paar honderd Hongaarse figuranten op hun kostuums. Het zijn mannen met getekende koppen: diepe groeven, hier en daar een mankement. „Dat vind je hier nog”, zegt Jany Temime, die de kostuums ontwierp en leiding geeft aan een ploeg van 55 mensen om ze in elkaar te zetten – leerwerk komt uit Bulgarije, helmen uit Hongarije. Rauwe koppen én paarden: Hongaren zijn trots op hun ruitertraditie en hebben getrainde stuntpaarden die zich op commando laten vallen. Toch zijn de paarden voor Hercules uit Spanje overgekomen: Amerikaanse acteurs hebben Engelstalige paarden nodig.

Temime is Française, maar getrouwd met een Nederlander, waardoor ze lang in Nederland werkte. Voor Hercules deed ze kostuums bij de James Bond-film Skyfall en drie Harry Potter-films. Ze verhuisde daarvoor naar Londen, maar verkaste het grootste deel van 2013 naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest. „De winter is zó gezellig hier”, zegt ze. Naast Hercules werden twee Amerikaanse dramaseries opgenomen, en Kenau met Monic Hendrickx als zestiende-eeuwse verzetsstrijder. „Ik ontmoet meer bekenden in Boedapest dan in Londen.”

De meeste grote films hebben een in Hongarije gebaseerde coproducent of uitvoerende producent. Zo’n samenwerking is nodig om de belastingvoordelen te benutten. Voor Hercules en een trits andere Hollywoodfilms is dat Mid Atlantic van producent Adam Goodman, een Brit. Hij viel in 2001 op Boedapest, vertelt hij. Door de sfeer, de vibe en het arbeidsethos. „Er is een filmgemeenschap die nog oprecht lol heeft in wat ze doet. Hongaarse crews schudden elkaar ’s ochtends de hand.”

Hij klapt in een café in een statig negentiende-eeuws pand in Boedapest zijn laptop open en laat een overzicht zien dat hij ook aan potentiële klanten stuurt. Op de foto’s staan gevels, bogen, straatbeeld, ramen. Boedapest, maar het kan elke Europese stad zijn. „We kunnen hier een beetje Parijs doen, een beetje Rome, een beetje Londen. Het is een veelzijdige locatie. Met oud, nieuw, contrasterende stijlen.” Of Moskou, zoals in de laatste film uit de Mission Impossible-reeks van Tom Cruise of Die Hard-reeks van Bruce Willis. De stad is een veelzijdig decor: über-Europees, met zware negentiende-eeuwse gebouwen, marmeren bruggen over de Donau en een burcht. Daarmee wilde de stad vanaf eind negentiende eeuw opboksen tegen Wenen, binnen de Habsburgse Dubbelmonarchie de eerste stad.

Die grandeur suggereert meer rijkdom dan er is: salarissen zijn laag. En ook die lage lonen zijn een belangrijke trekker voor filmproducenten. Zeker voor films met veel figuranten, zoals historische spektakels Hercules en Kenau, waarin stadsmuren worden bestormd. Een figurant kost in Hongarije een paar tientjes voor een dag. Daar krijg je ze in Nederland niet voor.

„Hongaren denken graag dat buitenlanders hier komen filmen omdat het hier zo geweldig is. Dat is niet waar”, zegt Goodman eerlijk. De belastingkorting is de belangrijkste reden. Salarissen via Hongarije uitbetalen, ook aan de Nederlandse crew van Kenau, heeft ook voordelen.

Porno-industrie

Zoals de meeste Oostbloklanden, lag er al een sterke infrastructuur voor film in Hongarije. Onder het communisme gold film als het machtigste propaganda-instrument; voor dure en technisch complexe films werden grote studio’s gebouwd. Na de val van de Muur stonden die tijdelijk leeg. Praag werd al snel ontdekt als locatie met goedkope en technisch sterke arbeidskrachten. Hongarije vulde het gat tijdelijk met porno-industrie, tot in de roemruchte studio’s van MA Film aan toe. Behalve de lage kosten en goede faciliteiten golden vrouwen uit Hongarije en buurland Oekraïne als naturel: nog niet bedorven door facelifts en tatoeages en tot alles bereid. Hongarije maakte naam met anale scènes.

Inmiddels is die industrietak verder naar het oosten doorgeschoven en heeft de fiscale voorkeursbehandeling voor de filmindustrie in Hongarije ertoe geleid dat de faciliteiten aanmerkelijk vooruitgingen. Origo Studios, waar Hercules wordt gedraaid, is supermodern. Hongarije heeft bovendien geen ruimtegebrek: decors kunnen blijven staan en worden aangepast voor volgende producties.

In 1994 werkte kostuummaker Jany Temime hier voor het eerst, met Ate de Jong, voor de verfilming van All Men Are Mortal. „Toen was het hier nog prehistorisch. Het was vies, geluid was niet goed. Echt Oostblok. Het was wel gezellig, zoiets als Duivendrecht in de jaren vijftig.”

Hongaren waren volgens Temime na jaren stilstand hun vaardigheden in kostuums maken kwijtgeraakt. Met uitzondering van leer, daar zijn ze altijd goed in geweest. Nu komt dat terug. In de Korda Studios werd vier jaar lang de renaissanceserie The Borgias gedraaid, een leerschool voor topontwerpers. „Veel mensen die daar werkten, werken nu voor mij. Ik neem een van de couture naaisters mee naar mijn volgende productie in Engeland.”

Glamourkoppel

Het weegt in de internationale concurrentieslag ook zwaar dat Boedapest een plezierige stad is om te verblijven. Goede restaurants, fijne badhuizen, prima openbaar vervoer en comfortabele appartementen. Een stad waar het glamourkoppel Brad Pitt en Angelina Jolie graag een half jaar neerstrijkt en hun kinderen op school doet. Hongaren smullen van het shownieuws dat Hollywoodsterren meebrengen. Tijdens de opnames voor World War Z met Brad Pitt werden de ingevlogen nepwapens door speciale eenheden van de Hongaarse politie op het vliegveld in beslag genomen. Ze dachten dat ze echt waren.

Dat jonge Hongaren Engels spreken, helpt volgens Temime ook. „Vroeger had je per persoon een vertaler nodig.” Dat is overigens niet de ervaring van Treurniet, die het lastig vond acteurs en figuranten aan te sturen via een tolk.

Buurlanden met nog lagere lonen krijgen vooralsnog dan ook de minder prestigieuze producties. Temime huivert bij het idee van een winter in Boekarest. „Nee, ik zou dat niet doen. Het zijn ook negen maanden van mijn leven. Mensen zijn daar zo arm. De confrontatie daarmee als jij met je luxe aankomt. Dat is niet leuk.” Roemenië specialiseert zich in goedkope films die alleen op dvd verschijnen. Praag is een geduchte concurrent, maar kent minder belastingvoordeel. De Servische hoofdstad Belgrado is in opkomst. „Dat is Boedapest tien jaar geleden”, zegt producent Goodman. En in het Bulgaarse Sofia is onlangs een grote nieuwe studio gebouwd.

Jany Temime heeft Boedapest zien groeien en vreest binnen een paar jaar oververhitting. Personeel wordt nu al duurder en schaarser. Zo heeft Game of Thrones net zes mensen bij haar weggekocht; de tv-serie wordt deels opgenomen in de oude stad van Dubrovnik aan de Kroatische kust. „Het is de Gouden Eeuw voor Boedapest, maar over twee jaar wordt het hier te duur.” Maarten Treurniet had het fantastisch gevonden om Kenau in Haarlem te filmen, zegt hij thuis aan de keukentafel. De Sint Bavo-kathedraal als decor, Nederlandse vaklui om mee te werken en ’s avonds in zijn eigen bed in Amsterdam. Maar de producent besluit. Die gaat over het budget.

Zo wordt dit jaar in Hongarije ook Publieke Werken deels opgenomen, de verfilming van de historische roman van Thomas Rosenboom. Nederlandser kan niet, zou je denken, maar Hongaarse trapgevels zijn goedkoper dan Amsterdamse. Misschien verandert dat door de in november aangekondigde cash rebate, waarmee het Filmfonds jaarlijks 20 miljoen euro aan filminvesteringen mag terugstorten. Maar voorlopig liggen Amsterdam en Haarlem nog aan de Donau.