Ze stoppen zeker niet met het opzoeken van grenzen

De Nederlandse Defensie Academie heeft een cultuurprobleem // Dat blijkt uit gisteren verschenen onderzoek // Cadetten lopen het risico op geweld, vernedering en seksuele intimidatie

De NLDA in Breda bereidt studenten voor op levensgevaarlijk werk.
De NLDA in Breda bereidt studenten voor op levensgevaarlijk werk. Foto ANP

Toen Theo Vleugels in 1976 op de Koninklijke Militaire Academie in Breda aankwam, was die nog verboden terrein voor vrouwen. Etnische minderheden lieten zich er niet zien. „Dat was een stuk overzichtelijker, kan ik je vertellen”, zegt generaal Vleugels. Na een internationale militaire carrière is hij nu de baas van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA): de officiersopleidingen voor landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee.

Tegenwoordig stroomt daar een redelijke doorsnede van de bevolking binnen, in een leeftijdsgroep waarin ze volop experimenteren met drank en seks. „Die zetten we bij elkaar in een internaat met een hek eromheen. En dwingen we hun eigen grenzen op te zoeken, zodat ze later levensgevaarlijk werk kunnen doen.” Dat zijn geen excuses, zegt Vleugels, maar wel redenen dat er binnen de militaire opleidingen seksuele en morele grenzen kunnen worden overschreden.

Gistermiddag verscheen een groot onderzoek waaruit blijkt dat de academie ‘kwetsbaar’ is voor integriteitschendingen en te maken heeft met ‘structurele problemen’. De belangrijkste kwesties hebben te maken met ‘verschillende vormen van geweld en vernedering tussen cadetten of adelborsten onderling, variërend van structureel buitensluiten en andere vormen van pesten tot intern saneren’. Daarnaast wordt er veel en vaak gedronken, zowel door de studenten als hun opleiders, wat kan leiden tot ‘ongewenste gedragingen’. En ‘de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van [seksueel] ongewenst gedrag wordt veelal bij de vrouwen gelegd’.

Bent u geschrokken?

Theo Vleugels: „Geschrokken niet. Ik heb dit onderzoek zelf aangevraagd, omdat bekend was dat er soms ongewenst gedrag plaatsvindt [dat bleek onder meer uit onderzoeken in 2006 en 2010]. De vraag was hoe dat komt en wat we eraan kunnen doen. Het resultaat is niet fijn om te horen, maar wel goed om te weten.”

Wat gaat u aan de problemen doen?

„Dat interne saneren gaan we stoppen. Het probleem is dat het niet altijd zichtbaar is. We praten met iedere student die uitvalt, maar als iemand zegt: ‘Defensie is toch niet mijn wereld’, dan weet ik niet of dat komt omdat hij of zij is weggepest.

„Selectie tijdens de opleiding zal er altijd zijn, want niet iedereen is geschikt voor de krijgsmacht. Maar het is niet aan een stel tweedejaars cadetten om te bepalen wie voldoet en wie niet. Nu is tijdens de opleiding niet duidelijk genoeg wat de criteria zijn waarop mensen beoordeeld worden. Dat moet dus veranderen.

„We gaan niet voor simpele oplossingen, zoals de academie droogleggen, vrouwen afscheiden of overal controleurs neerzetten. Dat is onzin. En we gaan zeker niet stoppen met het opzoeken van de grenzen. Want als we dat doen, leveren we slechtere officieren af en dat weiger ik.”

Wie naar het aantal meldingen van incidenten op de academie kijkt, denkt: daar is niks aan de hand.

„Dat is juist een onderdeel van het probleem. We moeten een omgeving creëren waarin mensen zich veilig voelen, fouten kunnen maken en incidenten melden. Nu is het bij wijze van spreken zo dat als een jongen aan de deur van een meisje krabt, die melding binnen een uur op het bureau van de minister ligt. En op het kleinste vermoeden van een incident wordt gereageerd door media.

„We moeten, overigens binnen de hele krijgsmacht, een setting creëren waarin mensen, als er grenzen worden overschreden, roepen: ‘Hoho’. Kameraadschap is een heel belangrijk onderdeel van wat wij doen, maar dat wordt nu vaak geïnterpreteerd als: wij verraden elkaar niet.

„We moeten zorgvuldig opgaan met meldingen en adequaat optreden. Het lijkt tegenstrijdig, maar als wij de cultuur verbeteren, zal het aantal integriteitsmeldingen eerst sterk omhoog gaan.”