Wietland Nederland is al lang ingehaald

Morgen praat de Tweede Kamer met minister Opstelten (Veiligheid) over softdrugs. Burgemeesters willen wietteelt en handel gedogen, maar de minister zegt dat internationale verdragen dat niet toestaan. Toch experimenteren veel landen hier al mee.

De wietconferentie in Utrecht is al even bezig als de zij-ingang opengaat en VVD-prominent Frits Bolkestein binnenwandelt. Hij loopt naar voren, pakt een pen, en tekent resoluut als eerste het manifest Joint Regulation.

Het gebeurde ruim twee weken geleden, in een congreszaaltje in Utrecht. Het manifest is een initiatief van burgemeesters en wethouders uit 35 Nederlandse gemeenten die de handel en teelt van wiet voortaan ook willen gedogen.

Daarmee willen ze af van de „hypocriete” scheiding tussen legale verkoop aan coffeeshopklanten en illegale inkoop aan de achterdeur. Ze denken dat overlast rond coffeeshops zo beter bestreden kan worden. De kwaliteit van softdrugs, hopen ze, is beter te controleren en criminele groepen raken hun (directe) afzetmarkt kwijt.

Morgen praat minister Opstelten (Veiligheid, VVD) met de Tweede Kamer over het drugsbeleid. Nog tijdens de wiettop verwees hij het initiatief van de burgemeesters al naar de prullenbak en gisteren herhaalde hij zijn standpunt in een brief aan de Kamer. Het heeft geen zin en mag bovendien niet, zegt de minister. Tachtig procent van de wiet is volgens hem bestemd voor de export. Criminele groepen pak je met regulering niet aan. Zijn voornaamste argument: internationale verdragen zouden het gedogen van productie en teelt niet toestaan.

Opstelten doelt vooral op VN-verdragen uit 1961 en 1988 tegen illegale handel, die Nederland verplichten handel, teelt en transport van wiet strafbaar te stellen. Op dat standpunt is kritiek van wetenschappers, die stellen dat de verdragen wel ruimte bieden om te experimenteren. Tijdens de wiettop pakten ook burgemeesters en wethouders Opstelten hard aan. De Utrechtse wethouder Victor Everhardt (volksgezondheid, D66) spreekt van „mythes” waar Opstelten in blijft geloven. „De internationale verdragen bieden ruimte voor regulering. Dat zie je ook aan de initiatieven die in het buitenland worden ontplooid.” Locoburgemeester Ton Schroor van Groningen voegde daar fijntjes aan toe: „Wel lastig dat de grootste gelover van mythes juist onze minister is.”

In samenwerking met het Transnational Institute (TNI) – dat wereldwijd onderzoek doet naar cannabiswetgeving – inventariseerde deze krant de initiatieven voor regulering of experimenten met legale wiet over de hele wereld. Uruguay heeft de legalisering al doorgevoerd, veel onbekender is dat hierover ook discussie is in landen als Denemarken, Chili, Marokko, Tsjechië en India. De Amerikaanse staat Colorado wordt door de pers in de VS al New Amsterdam genoemd.

D66-raadslid Magda Berndsen kondigde aan dat ze morgen een onderbouwing eist van Opsteltens argument dat hij cannabisteelt en -verkoop niet kan reguleren omdat internationale verdragen dat in de weg zouden staan.

De positie van Nederland op het wereldtoneel lijkt veranderd. Toen hier in 1973 de eerste coffeeshop werd geopend, werd daar vanuit het buitenland lang zeer kritisch naar gekeken. Een Franse senator schreef in 1996 zelfs in een rapport dat Europa zich niet kon veroorloven „een narcostaat” binnen de gelederen te hebben. Maar die tijd is voorbij, zei Bolkestein tijdens de wiettop: „Het tij is internationaal aan het keren. Wat wij doen kan niet meer. De minister steekt zijn kop in het zand.”