Volle dossierkasten bij fraudeadvocaten

In één keer stoppen met omkoping is heel moeilijk voor bedrijven. Maar justitie doet veel meer onderzoek naar corruptie. Dus moeten bedrijven iets doen. Neem het verlies en meld je bij justitie.

Foto Thinkstock

Bedrijven voelen zich op de hielen gezeten. Door het Openbaar Ministerie (OM), maar ook door hun aandeelhouders, investeerders en de publieke opinie. Omkoping wordt niet meer getolereerd – dus kloppen Nederlandse bedrijven die in corrupte landen werken steeds vaker bij fraudeadvocaten aan voor hulp.

Stel. De werknemers van een bedrijf blijken wel heel warme banden te hebben met de buitenlandse ambtenaren die opdrachten hebben gegund. Of de bemiddelende tussenpersoon wil ineens uitbetaald worden op een Zwitserse nummerrekening. Het zijn redenen voor alarmbellen en om hulp in te schakelen. Om te voorkomen dat hen eenzelfde lot treft als bouwbedrijf Ballast Nedam en maritiem dienstverlener SBM Offshore – hun omkoopaffaires kwamen recent veelvuldig in het nieuws.

Het aantal Nederlandse bedrijven dat zich meldt in verband met omkoping in het buitenland is de afgelopen jaren fors toegenomen. Dat blijkt uit een rondgang langs fraudeadvocaten van grote kantoren, gespecialiseerd in financieel economisch strafrecht.

Advocatenkantoor Allen & Overy heeft het fraudewerk de afgelopen vijf jaar zien verdubbelen. Houthoff Buruma schat dat de hoeveelheid werk in die tijd met een kwart toenam. Fraudeadvocaten van andere kantoren geven zonder uitzondering aan dat het aantal is gestegen. Ook hun afdelingen werden groter – die van De Brauw groeide bijvoorbeeld in acht jaar van 4 naar 28 mensen mensen en begint bovendien een praktijk in New York, om Nederlandse bedrijven daar te verdedigen tegen Amerikaanse justitie.

Slapend bestaan

De reden voor de groeiende vraag is simpel: de pakkans is groter geworden, zeggen de advocaten. „Het OM zit er de laatste jaren veel meer bovenop”, zegt advocaat Marnix Somsen van De Brauw. Dat komt doordat de Verenigde Staten omkopende bedrijven daarvoor al veel actiever zijn gaan opsporen en bestraffen – ook Nederlandse. „Het OM kan niet achterblijven.”

Bovendien heeft de Oeso, de club van rijke landen, Nederland vaak bekritiseerd. Het OM heeft, sinds buitenlandse omkoping in 2001 verboden werd, te weinig omkopingszaken opgespoord en vervolgd, zegt de Oeso. „De wet heeft lang een slapend bestaan geleid”, beaamt advocaat Joost Italianer van NautaDutilh. „Nu is het niet meer alleen een Amerikaans feestje.”

Opsporing wordt effectiever, nu landen in toenemende mate samenwerken. „Het is niet meer: what happens in Brazil, stays in Brazil”, zegt advocaat Hendrik Jan Biemond van Allen & Overy. Ook de straffen worden strenger, zegt advocaat Daan Doorenbos van Stibbe. Zo ligt er momenteel een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat de mogelijkheid zal bieden om de maximale boete voor buitenlandse omkoping te verhogen. „Nu geldt voor een bedrijf een maximum van acht ton per delict. Met de nieuwe wet wordt dat 10 procent van de jaaromzet.”

Dan zou een eventuele boete voor SBM Offhore, die voor 185 miljoen euro zou hebben omgekocht, kunnen oplopen tot immense bedragen. Het bedrijf had vorig jaar een omzet van 3,5 miljard euro.

En behalve kans op een hoge boete, bestaat het risico op reputatieschade. En dat valt vaak nog duurder uit, zegt Biemond. „Een boete is eenmalig, maar reputatieverlies blijft heel lang kleven.” Behalve het bedrijf kan een omkopingsschandaal ook fataal zijn voor bestuurders. Die voelen zich volgens Biemond dan ook steeds kwetsbaarder. „Het Nederlandse hoofdkantoor wordt nu geacht te weten wat er overal in de wereld gebeurt.”

Rode landen

Als corruptie een kleur heeft, is dat donkerrood. Anti-corruptieorganisatie Transparancy International publiceert elk jaar een kaart waarop alle landen op corruptie gerangschikt zijn. Er staan veel rode landen op die kaart, vooral in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Dat zijn landen waar ook veel Nederlandse bedrijven werken. Bouwers en baggeraars bijvoorbeeld.

Dat sommige omkoping in het verleden niet uit de weg gingen, is gebleken. Het OM deelde recent een paar hoge boetes uit. Eind 2012 betaalde Ballast Nedam 17,5 miljoen euro, vanwege omkoping in Saoedi-Arabië en Suriname. Controlerend accountant KPMG betaalde eind vorig jaar 7 miljoen euro vanwege het verhullen daarvan.

Dat zij waarschijnlijk geen uitzondering zijn, blijkt uit onderzoek van Ernst & Young onder 1.700 bestuurders in 43 landen uit 2012. Van de ondervraagde Nederlandse bestuurders was 18 procent bereid om steekpenningen te betalen. Het gemiddelde lag in West-Europa op 11 procent.

Ineens met omkoping ophouden, is niet zo eenvoudig. Als bedrijven contracten ontbinden of zich terugtrekken, kost dat geld. En als ze stoppen met de betalingen, kost dat opdrachten – eens begonnen, betekent dat stoppen vrijwel onmogelijk is. Doen ze dat tóch, dan kan het gebeuren dat de lokale overheid plots vergunningen intrekt. Of water, gas en licht afsluit.

Of, nog ernstiger, dat de veiligheid van de werknemers in het geding komt. Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma stond eens een topman bij die, nadat zijn bedrijf stopte met de illegale betalingen, enkele maanden onder „erbarmelijke omstandigheden” in een cel doorbracht. De werknemers van een bedrijf dat Biemond van Allen & Overy bijstond, kregen te maken met bedreigingen. „Iedereen moest snel het land verlaten.” Om welke bedrijven het ging, willen de advocaten niet zeggen.

Toch is het advies nooit: ga maar door met die corrupte betalingen. Wordt Biemond om hulp gevraagd, dan is stap één: onderzoeken wat er precies gaande is. Zit het fout, dan adviseert hij hoe het bedrijf kan stoppen. Zo snel de veiligheid van de eigen mensen dat toelaat. En dat betekent soms: „Neem je verliezen.”

Self-reporting

Een mogelijkheid voor bedrijven is zichzelf bij justitie te melden als er iets mis is. Bedrijven willen graag een „good corporate citizen” zijn, zegt Somsen van De Brauw. Een praktijk die daarbij hoort, is self-reporting – „overgewaaid uit Amerika”.

Dat betekent: zélf onderzoek doen, de praktijken stopzetten, de omkopers ontslaan, de gedragsregels aanscherpen en zich melden bij justitie. In ruil voor zeggen autoriteiten doorgaans strafvermindering toe. „Anders is het minder aantrekkelijk”, zegt Somsen. Volgens Somsen stijgt het aantal Nederlandse bedrijven dat aan self-reporting wil doen „gestaag”. Het OM zegt „nog geen trend” te zien, maar moedigt self-reporting wel aan.

Nee, de volle dossierkasten van de advocaten duiden niet op het einde van Nederlandse corruptiepraktijken, zegt Aldo Verbruggen van Houthoff Buruma. „Het is een illusie dat wij in die felrood gekleurde landen de corruptie even gaan uitroeien. Hooguit zullen sommige bedrijven die landen gaan mijden. Zich de vraag stellen: willen we dit nog?”