Toezicht bij crèche zeehonden vervangen

De raad van toezicht van de zeehondencrèche in Pieterburen is gisteravond opgestapt. Directie en medewerkers zegden eerder het vertrouwen in de raad op en dreigden met een kort geding.

Sinds zondag voerde het personeel actie: bezoekers mochten de zeehondenopvang gratis bezoeken.

Oud-staatssecretaris Henk Bleker is voorzitter van de nieuwe raad van toezicht. Verder maken ook viroloog Ab Osterhaus en crisismanager Ferry van der Kwaak er deel van uit.

De vertrouwensbreuk ontstond twee weken geleden, en vloeide voort uit een verschil van mening over de omgang met opgevangen zeehonden. De vorige maand aangetreden raad van toezicht, onder leiding van oud-omroepbestuurder Wibo van de Linde, eiste terugkeer naar de oude manier van opvang van zieke zeehonden. Die aanpak, van oprichtster Lenie ’t Hart, was om zieke dieren lang te verzorgen en te behandelen met veel medicatie. De voorgaande raad van toezicht was opgestapt wegens onenigheid met ’t Hart.

Onder directeur Niek Kuizenga zette de crèche eind 2012 een nieuwe koers in: zeehonden zo snel mogelijk uitzetten in zee, minder „vetmesten” en minder antibiotica. Het personeel weigerde de oude methode in te voeren. Kuizenga zat een week ziek thuis en is vandaag weer begonnen.

Volgens woordvoerder Ad van Rooy was de nieuwe behandeling – de gemiddelde opvangtijd daalde van 108 naar 62 dagen – succesvol: het sterftecijfer van zeehonden in de crèche is met 1 procent nog nooit zo laag geweest.

Of Lenie ’t Hart verbonden blijft aan haar levenswerk is onduidelijk. Bleker en het personeel willen dit wel graag. Van Rooy: „Zij is het boegbeeld van de crèche en we hebben veel respect voor haar. Maar ze moet zich niet met de operationele gang van zaken bemoeien.”

De crèche, die per jaar 2,5 miljoen euro nodig heeft, zit overigens in zwaar weer. De afgelopen jaren kwam ze enkele tonnen tekort. De directie stelt nu een plan op om meer sponsoren en donateurs binnen te halen. Bleker kan hierbij een belangrijke rol spelen, meent Van Rooy. „Hij heeft goede contacten in zowel Den Haag als het Groninger provinciehuis.”