Slapen op het schouwburgpodium

Om één uur gaat het licht uit. Slapen in de Stadsschouwburg met wijkbewoners die aan een toneelproject van Adelheid Roosen meedoen.

Terwijl de acteurs van Toneelgroep Amsterdam in historische kostuums revolutionaire redevoeringen uit Dantons dood oreren, komen vanuit de zaal honderd mensen met verschillende culturele achtergronden uit Amsterdamse wijken het podium opgelopen. Middenin het decor rollen ze brutaal hun slaapzakken uit, eten broodjes en trekken hun pyjama’s aan. De plechtstatige schouwburg wordt een half etmaal lang hun buurthuis.

De groep neemt deel aan De Oversteek, een project van Adelheid Roosen waarmee de theatermaakster „de schouwburg wil teruggeven aan de wijkbewoners en de wijkbewoners aan de schouwburg”.

Het idee ontstond enkele jaren terug toen een storm van kritiek over de culturele sector raasde. „We kregen het verwijt dat we met onze rug naar het publiek stonden en met onze portemonnee naar Den Haag. Dat vond ik zeer onterecht, dus die handschoen wilde ik wel oppakken”, zegt Roosen.

Om de drempel van de theatertempel te verlagen, koos Roosen voor een concept „dat alle mensen met elkaar verbindt: de slaap”. Halverwege elke opvoering van Dantons dood steekt ze met een wisselende groep onervaren theaterbezoekers letterlijk het podium over en blijft ze na het slotapplaus hangen voor een pyjamaborrel, slaappartij en ontbijt. Op zoek naar mensen die zelden tot nooit in de schouwburg komen, belde Roosen aan bij moskeeën, stichtingen en buurthuizen in de buitenwijken van de steden waarlangs Toneelgroep Amsterdam toert.

Bij aanvang van de voorstelling verzamelt iedereen in de artiestenfoyer, waar Roosen een korte briefing geeft. „We lopen in ons eigen tempo het toneel op, net zoals we ook op straat doen. We zijn wie we zijn. De acteurs van Toneelgroep Amsterdam mag je aankijken, maar niet storen in hun teksten.” Wie zich niet wil omkleden voor een volle schouwburg, kan een deken ophouden.

Een bonte kerngroep van twintig deelnemers heeft vooraf uitgebreid met Roosen gerepeteerd en neemt nieuwelingen zorgzaam onder haar hoede.

Op een van de pyjamaborrels in Amsterdam is het duidelijk een hecht gezelschap geworden. Om twaalf uur zingen ze in drie talen voor de verjaardag van de uit Curaçao afkomstige Hélène en hebben ze elk een euro ingelegd voor een cadeaubon. Roosen kijkt in een eveneens cadeau gekregen zwarte zijden pyjama glunderend toe.

Een productieteam heeft ondertussen in en rond het decor extra luchtbedden neergelegd. Vrouwen die niet gemengd willen slapen, krijgen een plekje op het achtertoneel. Voor het slapen gaan volgt iedereen zijn eigen ritueel.

De Turkse Hulya fluistert op een tapijtje een gebed. Fatima uit Heemskerk luistert op haar telefoon enkele nummers van Omar Faruk Tekbilek en de Utrechtse Moniek heeft haar hond Jaantje naast zich neergelegd. Om één uur gaan de theaterspots uit en is het – op wat schoolkampgegiechel en een licht beschonken laatkomer na – stil.

Bij het ontbijt, dat Roosens vriend Titus Muizelaar in alle vroegte in de schouwburgfoyer heeft neergezet, wordt er enthousiast nagepraat. Hélène heeft veel nieuwe mensen leren kennen.

Een gepensioneerde galeriehoudster uit Brabant heeft sinds twee jaar een pied-à-terre in de Baarsjes en kon eindelijk „een beetje omgekeerd integreren in de multiculturele samenleving”. Een vrouw met een cocaïneverslaving uit de kerngroep heeft sinds jaren niet zo goed meer geslapen. „Ik krijg van iedereen complimentjes dat ik er zo goed uitzie”, zegt ze na haar vierde nacht op het podium.

„Jammer dat er hier ook geen dagprogramma is. Thuis ga ik met mijn duimen zitten draaien en is de verleiding om te gebruiken groot.” De schouwburg spoot in graffiti een uitspraak van haar op de gevel: „Jellinek-kliniek of drie maanden op een podium slapen, makkelijke keuze.”