Peter Philips maakt oude koormuziek enerverend

Het is een majeur evenement, de tournee van het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Peter Phillips. Als oprichter van de wereldberoemde Tallis Scholars is hij een excellente exponent van de fameuze Engelse koortraditie. Hoogtepunten zijn de 12-stemmige Missa Et ecce terrae motus van Antoine Brumel (c. 1460-c. 1515) en de 24-stemmige canon Qui habitat in adiutorio Altissmimi van Josquin des Prez (c. 1450 – 1521): voor elke zanger van het Kamerkoor een eigen partij.

Het effect van al die eindeloos, steeds hoger opstijgende complexe stemmenweefsels is overweldigend en vervoerend. Dat begint al in het Kyrie van de ‘aardbevingsmis’ van Brumel, waarin de aardbeving bij het sterven Christus nog natrilt. Phillips zet niet alleen het Nederlands Kamerkoor naar zijn hand maar ook de muziek. Hij brengt op beeldende wijze dynamiek en reliëf aan, bepaalt het tempo, komt met accenten en geeft impulsen, hij zorgt voor balans en schuwt fikse climaxen niet. Het is de befaamde Phillips-sound. Eeuwenoude kerkmuziek saai? Dankzij de zeer actieve Phillips en het gedreven Kamerkoor is die bijzonder enerverend.