Opinie

Marcel Getallen

Ik logeerde een paar dagen bij mijn moeder, een vrouw van in de tachtig bevangen door het schaatsvirus. Tijdens het eten meldde ze hoeveel medailles er die dag weer gewonnen waren, en ook hoe het kwam.

„Wij glijden veel beter over het ijs”, „Als de anderen moe worden zijn de Nederlanders nog fit” en „Andere landen hebben verkeerde pakken aan” waren een paar van de oorzaken van het succes. Als oud-logopediste wist ze bovendien waarom analist Erben Wennemars, van wie we alle twee knettergek werden, zo veel praatte. „Die had vroeger een spraakgebrek. Stotteren, denk ik. Nu praat hij extra veel.”

De 1.500 meter van de dames werd met ongekend enthousiasme gevolgd. Ze reden zo snel in de rondte dat ze rondetijden niet snel genoeg kon noteren. „Dat heb ik alleen bij de Nederlanders.”

Toen er een buitenlandse coach in beeld kwam zei ze: „Hij maakt dezelfde gebaren als de Nederlandse coach, ze gaan ons nadoen.”

Na afloop hoorde ik haar telefoneren met een vriendin. „Een, twee, drie en vier”, hoorde ik haar zeggen. „Nee, ‘een, twee, drie’ was donderdag, nu is het: ‘een, twee, drie en vier’.”

Om de dag compleet te maken keek ik daarna met haar naar ‘het Kofferspel’ in Miljoenenjacht, een programmaonderdeel waarbij een willekeurige landgenoot moet raden in welke koffer, een hoog dan wel laag bedrag zit verstopt en waarbij presentatrice Linda de Mol een kwartier lang heel hysterisch gesprekken voert over niets. Gisteren mocht Paul, een man met wallen onder de ogen, de koffers open maken. Zijn vrouw Anouk wilde eigenlijk niet in beeld, maar had zich toch op een speciale stoel laten zetten, zodat ze konden overleggen.

Linda, die eerst zei dat het een geluksspel was, vroeg de hele tijd aan Anouk of ze het eens was met het gekozen getal. „Als jij het niet eens bent met 21 moet je het nu zeggen!”

Anouk knikte.

Linda: „Het moet iets krachtiger Anouk, met iets meer overtuiging.”

Anouk: „Ja.”

Linda: „Gewoon uitstralen dat het een goed getal is.”

Anouk: „Duidelijk.”

„Ach sukkel”, zei mijn moeder nadat Paul een koffer met een verkeerd getal had gekozen. Ze was met een pen iets in De Gelderlander aan het schrijven, een som zo te zien.

„Zeventien”, zei ze opeens.

„Die koffer is er al uit”, antwoordde ik.

„Nee, zeventien medailles. En morgen weer drie. We staan tweede.”

Gek van de getallen verliet ik het ouderlijk huis.