Koereiger

Foto Thinkstock

Vorige week was ik een paar dagen te gast op de campus van een technische universiteit in Goa, India. Het terrein, dat 2.500 studenten huisvest, is ruim van opzet met uitgestrekte grasvelden tussen faculteitsgebouwen en studentenhuizen. De enige opvallende vogelsoort is de koereiger (Bubulcus ibis). Deze witte watervogel dankt zijn naam en wereldwijde verspreiding aan zijn associatie met vee en andere kuddedieren: koereigers eten voornamelijk opgejaagde insecten.

Omdat er geen runderen op het universiteitsterrein worden toegelaten, hebben de koereigers aansluiting gezocht bij de tuinlieden (meestal vrouwen) die de gazons in topconditie houden.

’s Morgens sproeien ze de grasvelden met water dat uit dikke tuinslangen klettert. Op die momenten slaan de vogels hun slag. Ze wijken niet van de tuinvrouw en haar waterstraal en verorberen zo allerlei gedierte dat voor de nattigheid vlucht. Het lukt mij niet om van afstand te zien welke soorten ze precies eten. Daarom vraag ik een tuinvrouw of ik haar werk even mag overnemen, in ruil voor een comfortabele stoel op mijn veranda. Lachend stemt ze toe.

De reigers trappen er niet in. Zelfs na vele vierkante meters sproeien blijven ze op veilige afstand. Ik denk door mijn korte broek en melkwitte benen.