Het getal 1714 is in Catalonië overal

Lang zag ik El Born gewoon als een van de aardigste wijken van Barcelona. In de wirwar van middeleeuwse straatjes en charmante pleintjes is het aangenaam verdwalen tussen trendy horeca, winkels en kunstgaleries. Een bezoek aan het recent geopende Cultureel Centrum Born verloste me van die naïeve gedachte. De knusse wijk blijkt het ground zero van Catalonië.

Dat althans stelt Quim Torra, de directeur van het centrum, die me rondleidt door het geheel gerenoveerde voormalige marktgebouw. Onder de vloer zijn ruïnes blootgelegd die een gruwelijk verhaal vertellen. Dat van 11 september 1714, de dag dat rebels Catalonië voorgoed onder Spaanse controle kwam.

De eigengereide regio herdenkt die nederlaag al jaren tijdens zijn nationale feestdag Diada. Maar nu Catalaanse nationalistische politici aansturen op een referendum over ‘zelfbeschikking’ in november, duikt het jaartal overal op. In Camp Nou bijvoorbeeld, het stadion van FC Barcelona. Bij elke thuiswedstrijd beginnen de fans hier na 17 minuten en 14 seconden voetballen ‘indepèndencia’ te scanderen.

Ook het stadsbestuur van Barcelona, in nationalistische handen, doet mee. Onder de titel Viure Lliure (Vrij Leven) is een uitgebreid programma opgezet rond de 300ste verjaardag. Met CC Born als kloppend hart.

De houten vlaggenmast voor het gebouw van gietijzer en glas is precies 17,14 meter hoog. In de boekhandel liggen – naast werken die alle economische voordelen van een eigen staat opsommen – hoge stapels geschiedenisboeken over 1714. En in het aangrenzende café schenkt een Catalaanse brouwer gemberbier met de naam 1714.

Het cultureel centrum draait rond de expositie Hasta Conseguirlo (Tot het bereikt is) – destijds de strijdkreet van de Catalaanse republikeinse garde. Nu verwoordt hij, volgens regiopresident Artur Mas, de ‘Catalaanse droom’.

De ruïnes zijn blootgelegd om te tonen hoe een deel van de stad met de grond gelijk werd gemaakt na 11 september 1714. Barcelona gaf zich die dag over aan een Spaans-Franse troepenmacht: sluitstuk van de Spaanse Successieoorlog.

Voor de meeste betrokken partijen is dit conflict al een jaar eerder geëindigd met de Vrede van Utrecht (1713). Niet voor de Catalanen. In de steek gelaten door hun Hollandse, Oostenrijkse en Engelse bondgenoten beseffen ze dat de strijd verloren is, maar ze weigeren overgave. Daartoe moet Barcelona eerst tien maanden worden belegerd. Op dit trotse, maar kansloze verzet legt de expositie veel nadruk.

Maar eerst wordt het dagelijks leven vóór 1714 getoond: Catalonië als bruisende, open en welvarende handelsnatie. In de vitrines liggen naast aardewerken schalen ook een kindertheeservies en speelgoed uitgestald. Catalonië wordt neergezet als land met eigen instituties en grondwetsteksten. Dat het als prinsdom onder de Kroon van Aragón viel, sinds 1492 verenigd met Castilië, blijft onvermeld.

En dan moet de slotzaal nog komen. Deze toont een videoanimatie over het beleg van Barcelona, waarin de uiteindelijke overgave ‘het einde van de Catalaanse staat’ heet. De uitsmijter is een film over het beleg. Een soort Catalaanse versie van Braveheart op een soundtrack van bombastische paukenslagen en dramatische strijkers.

Sinds de opening in september kwamen 800.000 mensen kijken, onder wie 50.000 schoolkinderen. Critici noemen het centrum een instrument voor propaganda en indoctrinatie. De krant El País recenseerde het spottend als ‘een mengeling van Yad Vashem, Disneyland en Nou Camp’.

Directeur Torra beaamt dat er destijds nog niet gesproken werd van ‘Catalaanse staat’. Dat het Catalaans nationalisme vooral een product is van de negentiende-eeuwse Romantiek. „Maar het is echt nodig deze geschiedenis te vertellen. De meest mensen zeggen : jee, dit wist ik allemaal niet.”