Die jongens praten niet met hulpverleners

Amsterdam West praat over criminele Marokkaanse jongeren. „Wat jij in een maand verdient, verdien ik in een dag.”

De politie zoekt naar sporen in Amsterdam, na de liquidatie van de Nederlandse Marokkaan Rida Bennajem in maart 2013.
De politie zoekt naar sporen in Amsterdam, na de liquidatie van de Nederlandse Marokkaan Rida Bennajem in maart 2013. Foto Novum

Het is zo simpel geld verdienen. Zo makkelijk om een kilo cocaïne te kopen, te versnijden, in zakjes te verdelen en met vette winst te verkopen. Een wapen nodig? „Je belt gewoon iemand, heb je nog een pistool? Vierhonderd euro? Oké, chill.”

Abdullah Makhlouf (24) – jonge Marokkaanse Nederlander, bijna kaal hoofd – wordt nog elke dag gebeld door zijn oude vrienden. Ze willen, net als hij, uit de criminaliteit stappen. „Dat is gewoon vet lastig als er geen werk is”, zegt Makhlouf, die nu lid is van een Jeugd Preventie Team, een groep surveillerende jongeren. Dan, ineens fel, tegen politici, politie en hulpverleners in de zaal: „Niemand gaat van jullie wat aannemen. Die jongens willen van jullie geen hulp.”

In een Amsterdams theaterzaaltje verzamelden zich gisteravond 150 bezorgde mensen. Politici, jeugdwerkers, Marokkaanse ouders, Nederlandse ouders, politieagenten en Marokkaanse jongeren. In de wijken Amsterdam-West en Nieuw-West waren afgelopen jaar acht Marokkaans-Nederlandse jonge mannen betrokken bij liquidaties, als dader of slachtoffer. De gemeente Amsterdam maakt zich zorgen.

Stadsdeelvoorzitter Martien Kuitenbrouwer van Amsterdam West stelt dat ‘formele’ diensten als gemeente, politie en Openbaar Ministerie er niet in slagen het probleem op te lossen. Daarom ging de gemeente gisteren in gesprek met het ‘informele netwerk’ rond de jongens. De moskee, sportverenigingen, families. Voor het eerst spraken voormalige criminelen uit de wijken over de hulpverlening. Hun boodschap was helder: de huidige aanpak om misstanden te voorkomen werkt niet.

Fehd El Ouali (29) zat vier jaar geleden nog in de gevangenis. De voormalige acteur heeft een zwarte baard en doordringende bruine ogen. Wat hij precies heeft gedaan, wil hij niet vertellen. „Ik was een straatcrimineel, en daarna een echte crimineel. Begrijp je? Ik heb veel geld gekend, ik heb armoede gekend. Maar ik vond mijn geluk niet. Het grote taboe is dat we niet kunnen praten over onze problemen, over identiteit. Met hulpverleners willen die jongens niet praten. Die begrijpen ze niet. Ze praten hooguit met iemand als ik, omdat ik het heb meegemaakt. Ik spreek hun taal.”

Sofyan Mbarki (29), docent economie aan een vmbo-school in West, herkent die houding van jongeren. Op school ziet hij dat de Marokkaans-Nederlandse jeugd op zoek is naar status en een eigen identiteit. Tegen hem wordt vaak gezegd: wat jij in een maand verdient, verdien ik in een dag. Die jongens zitten bij hem in de klas met een dik pak geld in de achterzak. Mbarki: „En dan moet ik zeggen dat ze woordjes moeten leren? Dat werkt gewoon niet. Misschien loont misdaad op de lange termijn niet, maar daar gaat het die jongens niet om. Ze willen nú dat T-shirt, nú dat horloge, nú die mooie schoenen. Dat geeft ze de status en het aanzien dat ze zoeken.”

Snelheid, dure auto’s, wapens. Dat ziet Ahmed Marcouch in de wijken. Het PvdA-Kamerlid leidt het debat. „Ik zie dat we te laat zijn, dat we ze pas vinden als ze geliquideerd zijn. We komen niet eens in gesprek.” Hoe goed bedoeld ook, de jongens denken dat een politicus als Marcouch hen niet écht begrijpt. „Met alle respect Marcouch, jij hebt te lang niet op straat geleefd.”

Wat dan wel de oplossing is? „Preventief fouilleren”, zegt Makhlouf stellig. „Het is zo makkelijk om aan een pistool te komen. Zoveel jongens lopen met een wapen rond en de politie doet niets.” Maar hulpverleners bieden geen soelaas, zegt hij. „Als je dat leventje leidt, ga je echt niet naar hulpverleners luisteren.”

Ook ouders van criminele jongeren zitten vaak niet te wachten op hulpverleners, zegt een moeder in de zaal. Ze zijn vaak bang voor instanties. Want organisaties als jeugdzorg kunnen je kinderen onder toezicht plaatsen, of nog erger: je kinderen uit huis halen.

Strafadvocaat Khalid Kasem (35) heeft zo elke week wel een huilende moeder van een van zijn Marokkaans-Nederlandse cliënten aan de telefoon, vertelt hij. „Zo’n moeder zegt dan dat haar oudste zoon in de problemen zit, maar dat ze geen hulp wil van jeugdzorg omdat ze nog vijf kinderen thuis heeft. En dan raak ik al mijn kinderen kwijt, denkt ze.”

Ondanks het begrip dat Kasem voor deze moeders heeft, vindt hij dat ouders ook alerter moeten zijn op crimineel gedrag van hun kinderen. Zij zouden het vroeger moeten signaleren. „Als je als moeder de was doet van je werkloze zoon en je ziet dat zijn kleding Fendi- of Gucci-labels heeft, moeten er alarmbellen bij je afgaan.”