De stille opmars van Lodewijk Asscher

Wie de krokusvakantie benut voor een bezoekje aan het Binnenhof, ziet het vanzelf: Algemene Zaken wordt geverfd. Het Torentje van de premier en de Trêveszaal, waar de ministerraad bijeenkomt, staan in de steigers. Nodig? Vast. Maar in Den Haag is alles ook politiek. Sinds het vierde kabinet-Balkenende hanteert de overheid de regel dat haar gebouwen in de winter geschilderd worden. Zij wil het goede voorbeeld geven: zo helpen opdrachtgevers schilders de winter door.

Vorige week werd minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Kamer gevraagd of de overheid dat beleid eigenlijk volhoudt. De PvdA-minister wist het zo snel niet van alle gebouwen, maar bij zijn eigen departement – en bij Algemene Zaken dus – wel, verzekerde hij. Maar, vertelde hij ook, dat was „maar een voorbeeld van een voorbeeld” hoe straks werkzaamheden in een branche moeten worden afgestemd op de nieuwe regels voor flexwerk. Enkele uren later stemde de Kamer in met de hervorming van de arbeidsmarkt – een van de grote wetten van dit kabinet.

Van het kleine naar het grote: als Kamerleden in het beslissende debat zulke vragen stellen – behalve over de winterschilder ging het ook over de invaljuf – dan weet je dat de minister zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Dan zijn de fracties niet meer bezig met de grote politieke aanval (zoals vorige week op minister Plasterk van Binnenlandse Zaken), maar met de concrete gevolgen van een wet die er hoe dan ook gaat komen – voor de schildersbranche, scholen, payrollbedrijven enzovoort. Geen kleine dingen voor de mensen die het betreft, maar politiek gezien ligt de grote lijn vast. Het ontslagrecht wordt simpeler, er komen nieuwe regels voor flexwerk en, in stapjes, een strengere en kortere WW.

Lodewijk Asscher boekte dus vorige week een belangrijk succes in de Tweede Kamer. Nu bereiken we een gevoelig punt. Waarom was dit niet het grote politieke nieuws van de week? Wie de ogen dicht doet, zal zeggen dat de week van twee andere PvdA’ers was: Plasterk en Samsom. De minister van Binnenlandse Zaken overleefde een motie van wantrouwen en PvdA-leider Samsom kreeg veel kritiek omdat hij daarna in woede ontstak tegen de indiener van die motie, D66-leider Alexander Pechtold.

Het simpele antwoord: in de hervorming van de arbeidsmarkt zat geen politieke spanning meer. Wat Asscher bereikte, was vorig jaar al uitgebreid in het nieuws. De hervorming van de arbeidsmarkt stond in het sociaal akkoord. Het was daarna een bestanddeel in het herfstakkoord waarmee de coalitie zich verzekerde van politieke steun om ook in de Eerste Kamer een meerderheid te halen. Vervolgens was het een kwestie van uitwerken. Dat deed Asscher. Hij hield contact met alle partijen, ook in de Kamer. Vorige week waren er geen verrassingen meer. Zelfs de kleine aanpassingen die de Kamer wilde, waren tevoren afgestemd. Alleen specialisten volgden het debat nog.

Pas achteraf valt het op: Asschers stille succes, in de week dat Samsom in het defensief kwam. Het onderstreept dat de vicepremier de coming man van de PvdA is. Asscher gaat nu op campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen, net als Samsom. Na een goed jaar inwerken is hij van plan zich politiek meer te profileren. Maar ook op pad zal hij nauwelijks praten over het Haagse binnenwerk, waar hij stilletjes bedreven in blijkt. Vorige week, na de woede-uitval van Samsom, werd Asscher gevraagd naar de gevolgen van de motie van wantrouwen voor het kabinet. „Zo heb ik niet naar het debat gekeken”, antwoordde hij. Zondag wenste hij op het PvdA-congres „het ideaal van volledige werkgelegenheid terug op de politieke agenda”. Een oproep aan de minister van Werkgelegenheid. Je zou bijna vergeten dat hij dat zelf is. Let op de winterschilder van de PvdA: de buitenstaander heeft altijd de mooiste plaats in Den Haag.