De hoogste Duitse rechter is de kluts kwijt over de euro

Het Duitse constitutionele hof raakte gedesoriënteerd. Later moet het zich in een wolk van woorden terugtrekken van harde eisen aan de redding van de euro, voorzien Vestert Borger en Tom Eijsbouts.

Het laatste besluit van het Bundesverfassungsgericht, het Duitse constitutionele hof in Karlsruhe, over de euro leent zich voor heel uiteenlopende lezingen. Het is ook koren op de molens van alarmisten die nu de status van de euro bedreigd zien.

Het hof veegde de vloer aan met de voornemens van de Europese Centrale Bank om in noodgevallen zoveel staatsobligaties als nodig uit de markt te kopen, het zogenoemde opkoopprogramma. Maar voor de goede verstaander geeft het hof vooral tekenen van onrust en zelfs desoriëntatie in eigen raadkamer.

Een van de eigen rechters, Lübbe-Wolff, wijst in haar afwijkende mening op de bron van alle onrust: het hooggerechtshof in Karsruhe tilt in deze uitspraak meer dan ooit boven zijn macht en ondergraaft daarmee zijn eigen gezag. Het is de eerste keer dat dit besef in het hof zo duidelijk klinkt, ook al is het nog in de minderheid.

Dat de nieuwe reeks voorwaarden en waarschuwingen die het hof opwerpt werkelijk de euro zouden bedreigen, is onwaarschijnlijk. Of is het hof juist uitgekiend pro-euro, zoals Melvyn Krauss in deze krant betoogde? Maar dat kan gezien de diepe onenigheid in zijn boezem toch moeilijk opzet zijn.

Die onenigheid spreekt boekdelen. Op het eerste gezicht is het Duitse hof bescheiden. Voor het eerst in zijn bestaan stelt het immers een vraag over de interpretatie van de Europese verdragen aan het hof van de Europese Unie.

Maar bij nadere lezing is het Duitse hof brutaal. In maar liefst 45 paragrafen betoogt het eerst gedetailleerd waarom de Europese Centrale Bank met haar opkoopprogramma van obligaties de Europese verdragen wel degelijk schendt. Vervolgens draait het scherp bij en geeft het in twee paragrafen een ‘alternatieve’ lezing, volgens welke de ECB wel conform de EU-verdragen zou kunnen hebben gehandeld. Maar daarin staat dan precies hoe het Europese hof aan de lange lijst grote bezwaren kan en dus moet tegemoetkomen. Dat is geen vraag, maar eerder een bevel.

Wolfgang Münchau opperde in de Financial Times dat het Duitse hof aanstuurt op een ‘constitutioneel conflict’ met de collega in Luxemburg. Maar dat doet dit hof nooit, hebben de rechters vaak genoeg gezegd. Waarschijnlijker is dat het Duitse hof juist zo hoog van de toren blaast omdat het weet dat dit conflict er niet komt. Men moet weten dat de ECB tijdens de hoorzitting voor het hof al precies aangaf, hoe het opkoopprogramma toch kan worden uitgevoerd in overeenstemming met de wensen van de rechters. En die punten heeft het Duitse Hof weer als condities in zijn ultimatieve eis verwerkt. Wapengekletter dus. Het Europese hof zal daarvan wel enige afstand nemen, maar er niet vierkant tegen ingaan.

Wat is dan het probleem? Toen het Bundesverfassungsgericht twintig jaar geleden oordeelde over het Verdrag van Maastricht, stelde het zijn eigen voorwaarden aan de inwisseling van de Deutschmark voor de euro. De muntunie moest een Stabilitätsgemeinschaft zijn. Hét symbool daarvan is een geheel onafhankelijke Europese centrale bank. In zijn wens om het Duitse volk te behoeden voor een ontoelaatbare ontwikkeling van de Europese Unie laat dezelfde rechter zich er nu toe verleiden om het beleid van de ECB zeer indringend te toetsen. Zo indringend, dat het nu de onafhankelijkheid van het Hof ten koste gaat van de onafhankelijkheid van het ECB.

Het hof maakt zich daarmee feitelijk tot spreekbuis van voorzitter Jens Weidmann van de Duitse centrale bank, de Bundesbank. Deze was in de ECB anderhalf jaar geleden als enige overstemd, maar blijft zich sindsdien luidruchtig keren tegen het opkoopprogramma. Nu probeert hij via de Duitse rechter alsnog zijn gelijk te halen, en die laatste gaat daarin nog mee ook. De ECB, lees je in de uitspraak van het Hof, heeft een ‘Auffassung’, de Bundesbank een ‘überzeugende Expertise’. Dit is een aantasting van de eenheid en het gezag van de ECB.

Maar de Europese Centrale Bank kan wel een stootje velen. Haar gewraakte opkoopprogramma had onmiddellijk succes op de speculatie tegen zwakke Europese munten en boekte jaren van tijdwinst voor de politiek; de bank heeft daarmee geweldig aan gezag gewonnen.

Anders, en pijnlijker, is het met het gezag van het Bundesverfassungsgericht zelf. In haar snedige en geestige ‘afwijkende mening’, kostelijke stof in elk college staatsrecht, legt rechter Lübbe-Wolf de vinger op de zere plek. Met zijn gewoonte van laatste waarschuwingen en voorwaarden aan de politiek, die nooit (kunnen) worden gevolgd door daden, ondergraaft het hof zijn eigen gezag. Ook nu zal de laatste waarschuwing slechts leiden tot een latere terugtocht in wolken van woorden.

Met een knipoog naar de filosoof Wittgenstein schreef Lübbe Wolf: „Als het rechterlijke lef toch moet inbinden wanneer het erop aankomt, kan de rechter zich beter helemaal niet met een zaak inlaten. Het spreekt niet voor een besluit van de rechter dat dit hem de mogelijkheid openlaat om later woordenrijk terughoudendheid te oefenen. In situaties waarin de rol van de rechter evident geen werkzame interventie toestaat, moet de rechterlijke terughoudendheid bestaan uit zwijgen.”