Curling is hot

Wat: curling

Wanneer: vandaag de tiebreaks voor de halve finales en morgen de halve finales (mannen & vrouwen)

Het waren de Schotten die tijdens een strenge winter, vroeg in de zestiende eeuw, voor het eerst stenen over het ijs keilden. Niet toevallig dezelfde regio waar men muziek maakt op open varkensblazen, in competitieverband gooit met boomstammen, en waar sterke drank net zo populair is als zuurstof. De Schotten gebruikten simpele stenen uit de rivier, waar ze een mooi opgepoetst koperen handvat opplakten. Curling. Overigens schilderde Bruegel in die periode ook Nederlandse boeren die het spel speelden.

Het is een soort jeu de boules met grote sjoelstenen en snelle laminaatbezems, waarbij harder wordt geschreeuwd dan bij een thuisduel van ADO Den Haag.

Curling werd in 1998 olympisch en wordt overal waar het regelmatig flink vriest enthousiast beoefend. Maar in Nederland kijken we het alleen om de vier jaar, als er zeker weten nergens schaatsen op tv is. Wijzend en lachend, dat wel, en we roepen graag vanachter een pilsje dat dát nou een sport is waar we zelf de Spelen mee kunnen halen.

Maar makkelijk is anders. De bedoeling is de stenen het dichtst bij de roos te krijgen, of stenen van de anderen weg te kaatsen. Wie de meeste stenen dichter bij die roos heeft dan de anderen, die wint. Curlers dragen één gladde en één ruwe schoen. Bij het schuiven van de stenen, het ‘bezorgen’, is het een kwestie van al glijdend balans houden op één been, goed mikken en ook nog in de gaten houden wie er moet vegen.

Dat wonderlijke bezemen is ook niet voor niets: de baan bestaat uit kleine, vastgevroren druppeltjes. De wrijving van het vegen smelt die druppeltjes, waardoor de steen harder glijdt. De steen draait, curlt dus, hard of langzaam naar de roos toe. Dat geschreeuw dat je hoort komt van de curler van dienst, die de vegers toebrult hoe of dat er geveegd moet worden.

Spannend en mysterieus, maar curling kan wel wat goede pers gebruiken. De Noorse mannen proberen het net als in Vancouver in 2010 in hysterische pyjama’s. Daar lijken ze de halve finales in te bereiken. Maar met pyjama’s krijg je de Russische toeschouwers niet warm. Dat doet het Russische damesteam een stuk beter. Nog altijd – vergis je niet – professionele curlers, maar curlers waar menig blootblad jaloers op is. Zelfs de NOS maakte een licht hijgerige reportage over de vier in charmante proporties gecurlde sportbunnies.

Seksisme? Zeker. Maar de dames zelf gaan het bepaald niet uit de weg. Google in je vrije tijd maar eens naar foto’s van Anna Sidorova, de kapitein van het team, of haar teamgenoten Ekaterina Galkina en Alexandra Saitova. De coach, type George Costanza, „maakt het niet uit hoe ze eruitzien”. Het gevolg: tribunes vol Russische kerels die net op het verkeerde moment juichen.

Maar die dames zijn naar huis. Tijd om weer gewoon naar de sport te kijken. Ook al is het een beetje lacherig.