Afluisterzaak al in december besproken in ‘commissie-stiekem’

Minister Hennis meldde dat de eigen diensten de 1,8 miljoen belgegevens hadden verzameld.

In de ‘commissie-stiekem’ is de werkelijke herkomst van 1,8 miljoen ‘Nederlandse’ belgegevens in handen van de Amerikaanse afluisterdienst NSA wel degelijk besproken.

Dat blijkt uit een reconstructie van deze krant van bijeenkomsten van de commissie. Daar krijgen alle fractievoorzitters vertrouwelijke informatie over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zij mogen daar niet over praten.

De kwestie ligt politiek zeer gevoelig. PvdA-leider Samsom ontstak vorige week in woede nadat D66-leider Pechtold een motie van wantrouwen had ingediend tegen minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) waarin stond dat hij de Tweede Kamer niet had geïnformeerd. Daarna ontstond een Haagse informatiestrijd, waarin bronnen aan verschillende media meldden wat er zou zijn voorgevallen.

Nu blijkt dat minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) en een van haar ambtenaren op 12 december de ‘commissie-stiekem’ meldden dat de belgegevens door de eigen inlichtingendiensten waren verzameld en met de NSA gedeeld. Plasterk was daarbij aanwezig.

Oppositiebronnen benadrukken dat het politieke belang van de informatie, die Hennis op 12 december met de commissie deelde, in hun ogen niet duidelijk was. Hennis noch Plasterk zou de relatie hebben gelegd met eerdere publieke uitlatingen van Plasterk. Die had gezegd dat de NSA 1,8 miljoen beldata had verzameld van Nederlandse gesprekken, zonder medeweten van Nederland. Door niet te zeggen dat het om een correctie van een eerder kabinetsstandpunt ging, ontging de politieke lading van de mededeling veel leden van de commissie.

In een motie van wantrouwen die acht oppositiepartijen onder leiding van D66-leider Pechtold vorige week tegen minister Plasterk indienden, werd hem verweten dat hij de Tweede Kamer niet over de werkelijke herkomst van de beldata had geïnformeerd, terwijl Plasterk daar al maanden van op de hoogte was. Met die motie impliceerden de acht dat zij ook niet in de vertrouwelijke commissie over de inlichtingendiensten waren bijgepraat. De motie van wantrouwen leidde tot een vertrouwenscrisis tussen Samsom en Pechtold.

Betrokkenen oordelen achteraf verschillend of uit de bespreking op 12 december volgt dat de Tweede Kamer in politiek opzicht ‘geïnformeerd’ is.

De problemen voor Plasterk ontstonden vanwege tegenstrijdige verklaringen voor de 1,8 miljoen belgegevens van Nederlandse herkomst waarover de NSA beschikte. Eind oktober 2013 legde hij in verschillende media uit dat de informatie door de VS zonder medeweten van Nederland moest zijn verzameld. Eind november wist hij al dat hij zich vergist had, en dat Nederlandse inlichtingendiensten ze zelf hadden verzameld en aan de VS verstrekt. Zijn vergissing hield de minister twee maanden buiten de openbaarheid, wat de Kamer hem verwijt.

Op 4 februari maakten Hennis en Plasterk de echte gang van zaken alsnog openbaar in een brief aan de Tweede Kamer, omdat de informatie in een lopende rechtszaak naar buiten dreigde te komen. Daarmee werd ook duidelijk dat Plasterk eerder een fout had gemaakt, en de Kamer maandenlang op het verkeerde been had gezet.

Op een ingelaste vergadering van de ‘commissie-stiekem’ diezelfde dag bespraken de aanwezigen de situatie. Minister Plasterk had gevraagd of hij in het aanstaande Kamerdebat over zijn fout aan de bespreking van 12 december mocht refereren. Zo wilde hij aantonen dat de informatie wel degelijk was gedeeld – zij het vertrouwelijk.

Maar tijdens de bijeenkomst wilde commissievoorzitter Halbe Zijlstra dat verzoek niet honoreren. Zijlstra, ook fractievoorzitter van de VVD, had daarvoor twee redenen: over de besprekingen van de ‘commissie-stiekem’ worden nooit mededelingen gedaan. Een melding door Plasterk zou ook leden van de oppositie benadelen. De kritiek die zij hadden op het gebrek aan politieke context van de informatie op 12 december, zouden zij niet openlijk kunnen delen. Tijdens de ingelaste vergadering van de commissie werd de vergadering van 12 december aan de hand van gespreksnotities en notulen gereconstrueerd. Zijlstra concludeerde dat de werkelijke herkomst van de belgegevens op 12 december was besproken, maar dat het belang van die informatie niet expliciet was gemeld.

Overigens zei Plasterk op 12 december na de uitleg van Hennis dat hij blij was dat hij de Amerikanen niet te hard had aangepakt, waarmee hij een impliciete verwijzing maakte naar zijn eerste fout.

    • Derk Stokmans