Vluchtelingen? Illegale infiltranten, bedoel je!

Israël verstopt asielzoekers uit Eritrea en Soedan aan de rand van Tel Aviv // Nu komen de 50.000 Afrikanen die er wonen in opstand // Premier Netanyahu wil dwarsliggers uitzetten

Alleen maar zand, rare kraters, tanks en barakken. De Negev-woestijn in het zuiden van Israël oogt vlakbij de grens met Egypte als een militair maanlandschap. Hier wil Israël de vreemdelingen uit Eritrea en Soedan onderbrengen. Weg uit het centrum, uit het zicht van Tel Aviv.

De buurt rond het busstation in het zuiden van Tel Aviv was de laatste jaren een getto geworden van zo’n 50.000 niet-Joodse Afrikanen in Israël. Daarbuiten lieten ze zich niet zien, behalve als schoonmaker. Tot zij vorige maand opeens met tienduizenden protestmarsen hielden in het hart van de stad. „Wij zijn vluchtelingen”, scandeerden ze, „wij hebben recht op vrijheid”.

Protesteren helpt niet, stelde premier Netanyahu ijlings. „Het zijn geen vluchtelingen, maar illegale infiltranten”. En: „We zijn vastbesloten ze allemaal te verwijderen.”

Netanyahu kan onmogelijk weten of de Afrikanen vluchtelingen zijn, want Israël beoordeelt nagenoeg geen asielaanvragen – hetgeen in strijd is met de Conventie van Genève, die Israël heeft getekend. En de premier kan de vreemdelingen ook niet zomaar ‘verwijderen’. Bij deportatie naar hun thuisland lopen ze vermoedelijk gevaar. Een alternatief is detentie, ver weg in de woestijn.

Het gloednieuwe detentiecentrum Holot bestaat uit loodsen van golfplaat, met futuristische koepels, en prikkeldraad. Het is onderdeel van een complex in aanbouw dat, eenmaal klaar, 16.000 Afrikanen moet vasthouden. Naar verluidt ’s werelds grootste vreemdelingendetentiecomplex. Helemaal niet onmenselijk, zegt de Israëlische regering tegen critici, want Holot is open.

En inderdaad stapt in de middag een vreemdeling door de bewaakte hekken van Holot naar buiten. Het is Tesfay (37), uit Eritrea. Hij zit al vijf weken in Holot en komt er voor het eerst uit. Eerder voelde hij zich te somber. De eerste vijf jaar in Israël waren niet zo beroerd, aldus Tesfay, een brede vent met zachte stem. De Eritreër kreeg weliswaar geen asiel, werkvergunning of hulp, maar wel elke drie maanden een tijdelijke verblijfsvergunning. Hij woonde in Tel Aviv en werkte, illegaal, als afwasser in een restaurant. Hij hield geld over om naar zijn achtergebleven vrouw en kind te sturen.

Alles veranderde toen het parlement in december een wet amendeerde die het mogelijk maakt de vreemdelingen oneindig vast te houden, zonder tussenkomst van een rechter. Vervolgens werd Tesfay in de rij voor het visumkantoor opgepakt en weggevoerd. Eerst naar een gewone gevangenis, toen naar Holot.

Nu wacht Tesfay buiten op een bus naar Beer Sheva, de dichtstbijzijnde stad, 70 kilometer verderop. Daar wil hij Eritrees eten. In Holot krijgt hij nooit vlees. Verder is er geen airconditioning op de hete dagen, geen verwarming in de koude nacht. Geen tv. Geen sportveld. Maar Tesfay zoekt geen vertier, zegt hij. „We hebben in ons hoofd geen ruimte voor plezier, we denken alleen maar aan vrijheid.”

De vrijheid in Holot is nogal beperkt. De vreemdelingen mogen het centrum alleen overdag verlaten. Buiten Holot wacht slechts woestenij. En vanwege een meldingsplicht en het busschema kunnen ze maximaal drie uur in Beer Sheva rondlopen. Als ze een tientje voor de bus kunnen neerleggen. Ze krijgen 3 euro per dag.

Uit protest tegen deze ‘open’ detentie liepen zo’n 150 Afrikanen weg uit Holot, naar Jeruzalem om de regering hun onvrede te tonen. Ze werden opgepakt en voor straf in een reguliere gevangenis gezet. Dit zette meer vreemdelingen aan tot protest. Tienduizenden togen naar ambassades in Tel Aviv. Elke avond zijn er demonstraties bij het busstation. Vorige week stonden vrouwen te huilen en te gillen voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Mutasim Ali (27) uit Darfur is een van de organisatoren van de protesten. De boomlange Soedanees spreekt vloeiend Engels en draagt kleurrijke pakken. Hij verliet zijn land nadat het regime in Khartoum hem als student driemaal had gearresteerd. Te voet bereikte hij zes jaar geleden Israël.

Het viel vies tegen. „Onze rechten als vluchtelingen worden niet gerespecteerd en Israël heeft geen vinger naar ons uitgestoken. Integendeel, politici noemen ons kanker en crimineel”, zegt Mutasim. „Maar we zijn niet gevaarlijk. We doen Israëliërs niks. Andersom zijn zij agressief.” Afrikanen werden de laatste jaren slachtoffer van racistische aanvallen. Er zijn molotovcocktails in hun huizen gegooid. Onlangs stak een Israëliër met racistisch motief een schaar in het hoofd van een Eritrese peuter.

Dat hij eerder nooit protesteerde tegen deze ontvangst, zegt Mutasim, was omdat de Afrikanen vrijheid genoten. Nu is de grens bereikt, zegt hij. Namens de vreemdelingen eist hij een einde aan de arrestaties en detentie, een asielprocedure voor iedereen en toegang tot gezondheidszorg.

Maar hoelang Mutasim het protest nog kan aanvoeren, is onduidelijk. Toen hij laatst zijn visum wilde verlengen, kreeg hij orders om zich voor het eind van deze maand te melden in Holot. Hij klinkt ontzet: „Ik ben geen dier!” Hij weet nog niet of hij zich zal melden, of wacht op arrestatie. Duizenden anderen kregen dezelfde oproep. Slechts een enkeling stapte ‘vrijwillig’ in de bus naar Holot. Israël wil het detentiecomplex dit jaar helemaal vullen.

Waarom die harde aanpak? De vreemdelingen vormen een „demografische bedreiging voor het Joodse karakter van de staat”, aldus premier Netanyahu. Israël telt 8 miljoen inwoners, van wie driekwart Joods is. Volgens een Israëlische diplomaat bij Buitenlandse Zaken is de demografie niet het probleem. Het ministerie wijst op „een omvangrijke uitdaging voor de economie”. Israël is echter een rijk land. Hoe dan ook, de harde retoriek slaat aan bij een groot deel van de bevolking.

Het detineren van vreemdelingen haalt hen niet uit het zicht, het is ook een afschrik- en wegpestmiddel, zegt een woordvoerder van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR). „De maatregel is draconisch.” Holot is blijkbaar zo bar, dat in januari bijna 800 vreemdelingen in Israël, in ruil voor 2.500 euro en een vliegticket, naar huis terugkeerden. Dit jaar hoopt Israël dat minimaal 5.000 vreemdelingen van dit aanbod gebruik maken.

UNHCR veroordeelt Israël bijzonder fel. „Israël zou er niet zo makkelijk mee weg mogen komen”, volgens dezelfde zegsman. „Het heeft het Geneefse verdrag getekend en moet asielaanvragen beoordelen”. Ook „opslag” in Holot is volgens UNCHR in strijd met internationaal recht.

Vandaag zou de Soedanees Khaled (41) terugkeren naar Afrika. Hij is doodop van de gevangenis, zegt hij aan de telefoon. Hij wil vrij zijn. Hij vliegt naar Khartoum en zegt dan opnieuw te zullen vluchten naar Egypte. Van daaruit wil hij proberen naar Nederland te komen.