Unieke prestatie, op verkeerde dag

Goud voor shorttrackster Jorien ter Mors op de lange baan verbaast schaatswereld

Ontlading bij Jorien ter Mors, zaterdag nog „een klein hoopje mens” na haar vierde plek in het shorttrack. Gisteren schoffeerde ze de schaatstop met goud op de 1.500 meter. Ten koste van favorietIreen Wüst.
Ontlading bij Jorien ter Mors, zaterdag nog „een klein hoopje mens” na haar vierde plek in het shorttrack. Gisteren schoffeerde ze de schaatstop met goud op de 1.500 meter. Ten koste van favorietIreen Wüst.

Eindelijk had ze haar olympische medaille. Maar wat haar betreft was het op de verkeerde dag – en in het verkeerde stadion.

Jorien ter Mors behaalde gisteren in de Adler Arena in Sotsji een van de merkwaardigste medailles uit de Nederlandse sportgeschiedenis. Ze won de 1.500 meter op de langebaan, de ijsbaan waarop ze af en toe een uurtje traint om een betere shorttrackster te worden. Uitgerekend op haar favoriete shorttrackbaantje had ze een dag eerder op 0,02 seconde brons gemist. „Ik had heel graag deze gouden medaille willen inruilen voor een medaille in het shorttrack”, sprak ze resoluut. Al was het brons.

Zo liggen de verhoudingen nu eenmaal bij de 24-jarige Jorien ter Mors, een raadsel op schaatsen uit Enschede. Ze mag de komende vier jaar olympisch kampioene zijn op het koninginnenummer van de langebaan – ze is en blijft een volbloed shorttrackster. Zelfs voor heel veel geld, zo garandeerde ze gisteravond, zal ze zich niet laten verleiden tot een overstap naar een commerciële langebaanploeg. Ook al wordt er in die tak van het schaatsen veel meer betaald. „Ik blijf shorttracken. Je maakt mij niet blij als ik een heel jaar lang alleen maar op de langebaan moet rijden.”

Wat Ter Mors gisteren in Sotsji presteerde, is ongehoord op de Olympische Spelen. Dat een shorttrackster een half middagje overkomt vanuit een naburige hal en met het goud om haar nek weer maakte dat ze wegkwam, is niets minder dan een sportieve schoffering van de complete wereldtop in het langebaanschaatsen.

En dat terwijl de Nederlandse langebaanschaatsers hun buitenlandse tegenstanders al acht dagen alle hoeken van de Adler Arena hadden laten zien. Het maakte de whitewash op de 1.500 meter, met Nederlanders op de plaatsen één tot en met vier, nog moeilijker te verteren voor voormalige toplanden als Duitsland, Canada en de Verenigde Staten.

Het lijkt allemaal vanzelf te gaan, waar Ter Mors ook op het ijs verschijnt. Met één training en een half proefwedstrijdje in de benen reed ze gisteren op zeeniveau een absolute wereldtijd (1.53,51), waarop zelfs uittredend olympisch kampioene Ireen Wüst (1.54,09) haar tanden stuk beet.

Verbaasd is ze niet, maar Ter Mors beseft dat het niet de gewoonste zaak van de wereld is dat iemand even switcht naar de langebaan en dan het goud „wegkaapt”. Maar ze weet wat er allemaal aan vooraf is gegaan. „Ik moet er hard voor werken", zegt Ter Mors. „Al die uren zwoegen op het kleine baantje, op de langebaan, in het krachthonk, op de fiets. Ik krijg het zeker niet cadeau.”

Ook haar coach Jeroen Otter schrikt niet van de coup die zijn rijdster pleegde op de ijsvloer van de Adler Arena. „Geloof me, zaterdag reed Jorien in het shorttrack drie keer zo’n 1.500 meter. Dat deed veel meer pijn dat die 1.500 meter op de langebaan. Wij trainen gewoon fokking hard”, zegt Otter.

Voor Ter Mors liep het drukke weekeinde uit op een emotionele achtbaan. Zaterdag zag ze haar grote droom, een olympische medaille in het shorttrack, uiteenspatten met een vierde plaats in Iceberg Skating Palace. Kapot was ze. „Jorien is 1,82 meter lang, maar zaterdagavond was ze een klein hoopje mens”, zegt Otter. „Een ander zou zijn schaatsen door de boarding smijten, maar Jorien gaat huilend uitfietsen. Zo’n pro is ze.”

Zondagochtend zat ze alweer te puzzelen in het olympisch dorp, met haar ploeggenote Yara van Kerkhof. „Zaterdag had ik het gevoel dat ik alles waarvoor ik vier jaar keihard had gewerkt, had verloren”, zegt Ter Mors. „Maar ik had niet zo hard gewerkt om hier bij de pakken neer te gaan zitten. Dus ik heb de knop omgezet, goed geslapen en ben met een fris hoofd opgestaan.”

Het is Jorien ter Mors ten voeten uit. Snel schakelen, de volgende race wacht. Andere schaatsen aan – en rijden. Niet blijven hangen in wat geweest is. In Sotsji mocht ze vorige week niet uitkomen op de 3.000 meter langebaan, omdat ze tijdens het olympisch kwalificatietoernooi kampte met de naweeën van een griep. Een gemiste kans op een medaille, zo werd haar gisteren gevraagd. „Nee, dat maakt me helemaal geen reet uit”, antwoordde ze. „Dat kunnen we niet meer terughalen.”

Niet dat alles haar makkelijk af gaat. In mei vorig jaar overleed haar vader, haar grootste fan, aan kanker. Het verklaarde haar tranen op het middenterrein, nadat ze gisteren plotseling de beste schaatsster van de wereld was. „Het was een zwaar jaar voor me. De dood van mijn vader in de zomer, het begin van de winter was een gevecht voor me. Daarom was ik zo emotioneel.”

Topsport leerde haar vooruit te kijken. Haar grote droom kan nog altijd uitkomen in Sotsji: morgen rijdt ze de heats van de 1.000 meter in het shorttrack, de finales volgen vrijdag.

Nooit eerder slaagde een schaatser erin medailles te halen in twee verschillende disciplines op dezelfde Spelen. De laatste keer dat een wintersporter een vergelijkbare prestatie leverde was 62 jaar geleden, toen de Fin Heikki Hasu in Oslo eremetaal haalde bij het langlaufen en op de noordse combinatie.

Ter Mors heeft al eerder aangegeven dat het haar op de ijsbanen langs de boorden van de Zwarte Zee niet is te doen om dergelijke records. Maar na haar zege op de langebaan is een unieke dubbelslag dichtbij. „Ik ben heel blij met deze gouden medaille, maar ik hoop dat er nog een shorttrackmedaille bij komt.”