Teleurstellende economische groei voor Japan

De skyline van Tokio.
De skyline van Tokio. Foto AFP / Yoshikazu Tsuno

De groei van de Japanse economie in het vierde kwartaal is lager uitgevallen dan was voorspeld. Volgens cijfers van de Japanse regering groeide de economie tussen oktober en december met een procent op jaarbasis. Ten opzichte van een kwartaal eerder groeide het bruto binnenlands product met 0,3 procent. De groei was hiermee ongeveer de helft kleiner dan analisten hadden voorzien.

In Europa is men blij met 0,3 procent groei, maar voor Japan is dit percentage teleurstellend. NRC-economieredacteur Maarten Schinkel leg uit:

“De Japanse premier Shinzo Abe heeft het afgelopen jaar flink uitgepakt met het monetair- en het begrotingsbeleid: de Abenomics. Door op grote schaal staatsobligaties op de kopen en door extra overheidsuitgaven moet het vuurtje van de economie worden aangestoken. Maar dit ambitieuze plan moet natuurlijk wel werken. Met een groeicijfer van 0,3 procent zouden Europese landen blij zijn, maar in Japan hield men rekening met een hoger cijfer. Als je zo hoog inzet en zulke grote risico’s neemt, dan mag het resultaat namelijk ook wel iets structureler zijn. Als het monetair beleid ophoudt dan zakt de boel weer in, dus de vraag is hoelang Japan dit kan volhouden.”

Volgens voorlopige cijfers groeide de Japanse economie over heel 2013 met 1,6 procent. Dat is iets hoger dan de 1,2 procent van het jaar daarvoor. Sinds Japan aan het eind van 2012 uit de recessie kwam, is de economie vier kwartalen achtereen gegroeid, gesteund door de flinke overheidsuitgaven en agressieve monetaire ondersteuning.

Vorig jaar voor het eerst in vijf jaar inflatie

Analisten rekenden voor het vierde kwartaal op meer groei, op basis van een flinke groei van de bouwproductie en hogere uitgaven door consumenten en de overheid. De groei werd echter gedrukt door een lagere export als gevolg van minder economische groei in China en andere grote markten. Minister van Economische Zaken Akira Amari:

“De omstandigheden voor de export verbeteren niet zoals we hadden verwacht.”

Amari zei wel te verwachten dat het herstel van de Japanse economie stabiel zal blijven, gesteund door vraag van consumenten. In Japan was in 2013 voor het eerste in vijf jaar sprake van inflatie, met een stijging van de consumentenprijsindex van 0,4 procent over het gehele jaar. Daardoor kwam er een eind aan de deflatie die het land al bijna twee decennia in zijn greep hield. Die ontstond halverwege de jaren negentig, toen de Japanse vastgoedzeepbel uiteenspatte en de economie zijn momentum verloor, schreef NRC Handelsblad al eerder (€):

“De Japanners (127 miljoen) gingen minder geld uitgeven, waardoor de prijzen moesten dalen. En als er eenmaal deflatie is, versterkt die zichzelf: waarom vandaag een nieuwe televisie kopen als die morgen goedkoper is?

Japanners zijn hun situatie een “comfortabele recessie” gaan noemen. De hoogtijdagen waarin Japanse merken als Toyota en Sony wereldwijd de dienst uitmaakten waren weliswaar voorbij, maar rampzalig was het ook niet. De economische groei schommelde al die tijd rond de nul procent, maar de werkloosheid bleef laag en door hard werken en sparen was er voor iedereen nog pensioen.”

Japan sukkelde in slaap, zo schreef NRC, en op technologiegebied wordt het land nu vooral voorbijgestreefd door Zuid-Korea. Sinds enkele jaren groeit het besef dat er iets moet veranderen. NRC:

“De bevolking vergrijst zo snel dat Japan de welvaart niet kan vasthouden zonder overtuigend ingrijpen.”

Vandaag begint de vergadering van de Japanse centrale bank. Verwacht wordt dat het monetaire beleid ongewijzigd blijft en dat het bestuur zelfs meer actie in het vooruitzicht stelt als een btw-verhoging per april te veel effect heeft op de consumentenuitgaven.