Opinie

Simone God, kapitein, regisseur

Mijn opa stierf twee jaar voor ik geboren werd. Hij hield nog een kleine speech voor het gebeurde, Hij ‘regisseerde’. Achteraf werd er gezwegen, een ‘natuurlijke dood’ geregistreerd. Het gebeurde was immers illegaal en christelijke vrienden en kennissen wilden er niets van weten.

Een dik decennium later voerde Els Borst de euthanasiewet in, waardoor mijn andere opa twee jaar geleden naar eigen wens kon sterven: netjes volgens protocol en met een afgesproken datum, zomaar op een middag in januari.

De huisarts moest de spuitjes ter plekke klaarmaken en deed dat aan de eettafel. Opa zat in zijn gebruikelijke stoel en wachtte ongeduldig; die paar minuten langer konden er opeens niet meer bij.

Er was een laatste wilsverklaring, ‘Ja’, toen een slaapmiddel, daarna een spierverslapper.

Achteraf bekende de huisarts dat hij trillende handen had. Alleen mijn opa had dat misschien gezien.

‘I am the captain of my soul’, vermeldde zijn overlijdensbericht, een regel uit het 19e eeuwse gedicht ‘Invictus’. Mijn moeder vond het iets te stoer, want op het laatst was hij, frêle in zijn pyjama, alles behalve onoverwinnelijk.

Iets te stoer en overmoedig is wellicht ook het idee dat we het leven volledig naar eigen hand kunnen zetten, maar het is wel de wijze waarop we onze samenleving inrichten: ieder zijn eigen kompas in de hand, het leven min of meer maakbaar. Of zoals die andere beroemde regel uit ‘Invictus’ luidt: ‘I am the master of my fate’.

Afgelopen donderdag begon de Week van de Euthanasie. De meeste verhalen die bovenkomen – van de geschrapte leeftijdsgrens in België tot de doodswens van psychiatrische patiënten – zijn complexer dan die van ernstig zieke opa’s.

Er wordt weleens gezegd dat het leven ontheiligd raakt door hulp bij zelfdoding, maar het is alleen de dood die wat minder mystiek lijkt. Dat maakt het leven nog niet minder waardevol.

Vrijheid is dat kunnen doen wat niet hoeft, een ervaring van surplus, overvloed. Euthanasie is niet noodzakelijk, want dood gaan we toch. Maar juist de verwezenlijking van het niet-noodzakelijke (ook wel: shoppen, veilig vrijen, kunst), getuigt van menselijke vrijheid.

Tweeënhalf decennia geleden was er die stiekeme bijeenkomst rond het bed van mijn ene opa en de vrees dat ‘het prikje’ in zijn arm zou worden ontdekt.

Twee jaar geleden schreef de andere opa de bewuste middag in zijn agenda: ‘Dag der Engelen’ stond er, ook al geloofde hij niet dat er boven iemand of iets op hem wachtte.

De dood in de agenda lijkt symbolisch voor de vervolmaking van de mens als god, kapitein, regisseur. Soms zonder vaste koers of met trillende handen, maar toch duidelijk aan het roer.

Wie dat koste wat het kost wil tegengaan, heeft evengoed last van grootheidswaan.