Op je twaalfde jaar in de wiethandel is niet normaal

Criminaliteit in Amsterdam-West is heel dichtbij. Het stadsdeel wil er iets aan doen.

Amsterdam-West worstelt met een golf liquidaties van Marokkaanse-Nederlandse jongens. In een jaar tijd waren acht jonge Marokkaans-Nederlandse mannen uit Amsterdam Nieuw-West en West betrokken bij extreem geweld – als slachtoffer of dader. Politie, gemeente en hulpverlening krijgen onvoldoende grip op hen. Ook volgende generaties lopen het risico in de zware criminaliteit te belanden, meent stadsdeelvoorzitter Martien Kuitenbrouwer (PvdA).

Om een beter beeld te krijgen van de achtergronden van jongens uit criminele groepen roept het stadsdeel ‘informele netwerken’ – familie, sportverenigingen, moskeeën – op zich te verenigen. Dat moet nog meer slachtoffers voorkomen. „Politie, gemeente en hulpverleners kunnen het probleem niet alleen oplossen. We hebben elkaar nodig”, zegt ze.

Waarom?

„Alles in de wereld van deze jongens gaat via informele contacten. Buren, familie en de moskee weten vaak wel hoe het met deze jongens gaat en waarmee ze zich bezighouden. Dat informele netwerk zou je moeten gebruiken en ondersteunen, naast het werk van politie en hulpverleners.”

Jullie hebben de achtergronden van criminele jongeren onderzocht. Hun dossiers zijn verspreid, waardoor overzicht ontbreekt. Hoe kan dat?

„Het gaat om een summiere analyse, als aftrap voor de discussie. Het is geen wetenschappelijk onderzoek, maar versnippering van informatie is soms inderdaad een probleem. Het beleid van Amsterdam om de top-600 te volgen, de zeshonderd meest criminele jongeren in de stad, brengt deze netwerken al in kaart. Die aanpak gaat versnippering tegen en verbetert samenwerking tussen organisaties. Het proces is al in gang gezet.”

Wat is jullie beeld van jongeren die afglijden naar zware criminaliteit?

„Het gaat bijna zonder uitzondering om Marokkaanse-Nederlandse jongens die al vroeg een carrière in de misdaad hadden. Geen baan, geen diploma.”

Wat wordt van ouders en buren verwacht?

„Criminaliteit leeft heel erg in de buurt. Maar in de Marokkaanse gemeenschap rust er een taboe op het onderwerp, door schaamte. Nu wordt nog te vaak gedaan alsof het probleem er niet is. Daarom moet het bespreekbaar worden gemaakt, zodat ouders, zussen, ooms en tantes aan de bel trekken als ze zien dat kinderen afglijden. Want het is niet normaal dat je een scooter steelt op je elfde of dat je een wiethandel begint als je twaalf jaar oud bent.”

Waar moeten ze naartoe met hun informatie?

„We moeten niet weer een meldpunt oprichten. Maar mensen moeten zich ervan bewust zijn dat hun informatie belangrijk is. Ze durven nu niet naar de politie te stappen omdat ze bang voor de criminele jeugd. Maar als het normaal wordt erover te praten, wordt die stap minder groot.”

De meeste geliquideerde jongens in Amsterdam komen uit West. Toeval?

„Ik heb daar geen hard bewijs voor, maar ik denk het niet. De jongeren in West zijn erg kwetsbaar.”

Waardoor lopen die jongeren meer risico in de zware criminaliteit te belanden?

„Criminaliteit is voor deze jongeren heel dichtbij. In deze buurten kennen veel jonge kinderen wel iemand die in de criminaliteit zit. Dat gaat van winkeldiefstal tot drugshandel. Hierdoor zijn de kinderen kwetsbaar. De zuigkracht van de criminele kant is erg groot. En niemand zegt ‘doe eens normaal’ tegen die jongens.”

Is dit een sociaal-economisch probleem?

„Dat is niet dé reden om crimineel te worden. Er zijn ook jongeren die het wel goed doen, maar die gelden niet als voorbeeld in de wijk. Dat zou wel zo moeten zijn.”

Is dit een poging de liquidatiegolf te stoppen?

„Ik pretendeer niet dat ik daartoe in staat ben. Een groot deel van de oplossing ligt in het afsluiten van de toegang tot wapens. Jongeren kunnen er erg makkelijk aan komen. Voor politie en justitie ligt daar een taak, ook internationaal. Ik kan proberen het gesprek te openen met de informele netwerken. Nu er zoveel liquidaties zijn geweest, moeten we het taboe hierover doorbreken.”