Musicalliedjes van Sondheim klinken met orkest zoals ze bedoeld zijn

Wie zich aan Stephen Sondheim waagt, grijpt hoog. De grootste musicalvernieuwer van de laatste halve eeuw heeft het zich nooit gemakkelijk gemaakt. Zijn ritmiek is vaak hoekig, met onverwachte intervallen, zijn melodielijnen maken grillige tournures en zijn zangteksten wemelen van de dubbele betekenissen. Sondheim zingen vergt dan ook een hogeschoolcombinatie van zangvernuft en acteursinterpretatie. En dat kan snel mis gaan.

Maar in Putting it together gaat het zo goed als nooit mis. Integendeel: hier wordt dat sublieme materiaal volop recht gedaan. Het moge „elitair en onverkoopbaar zijn”, zoals verteller Paul Groot in een spottend openingspraatje zegt, maar het tilt dit vaak zo clichématige genre ver boven de middelmaat uit.

Putting it together is geen reguliere musical, maar een compilatie van (welgeteld 34) nummers uit Sondheims oeuvre – zodanig gerangschikt dat er, zonder verbindende spreekteksten, toch een nieuw verhaallijntje ontstaat. Met een jong koppel, een ouder koppel en een verteller. Ze zitten aan een lange tafel, lopen heen en weer en maken wat ironiserende danspasjes. Het achtkoppige orkest vormt het decor, meer opsmuk is er niet. Zo trekken de vijf zingende acteurs alle aandacht. En die zijn ze waard. Porgy Franssen, Paul Groot, Brigitte Heitzer, Esther Maas en Matthias Quadekker laten stuk voor stuk, en in welluidende samenzang, horen hoe mooi intelligentie en techniek in dit repertoire kunnen samengaan. Hooguit klonk Franssen zaterdagavond, tijdens de première, soms wat onvast in zijn solonummers. Verder is één nadeel onoverkomelijk voor wie deze songs in het Nederlands gaat vertalen. Jeremy Baker heeft menigmaal briljante equivalenten gevonden voor de als een legpuzzel geconstrueerde teksten. Zo vertaalde hij Sondheims lijfspreuk „art isn’t easy” als „kunst is geen kunstje”. En de sarcastische heilsdronk „here’s to the ladies who lunch” werd „leve de vrouw van niveau”. Maar het op zichzelf adequate „maak er een geheel van” rolt nu eenmaal minder vanzelfsprekend uit een zangersmond dan het originele „putting it together”. De voorstelling is een initiatief van Esther Maas, die zelf ook meespeelt. Eén van haar overwegingen was, zegt ze op de site, dat musicals in Nederland zelden meer klinken zoals ze waren bedoeld. Bijna alle theaterproducenten hebben de afgelopen jaren bezuinigd op hun orkestbezettingen. Deze acht musici, onder leiding van Jeroen Sleyfer, laten Sondheims klankkleur, met zijn vele staccato’s, echter precies zo klinken als hij die wilde horen. Hout en koper geven de toon aan. De al of niet door keyboards ten gehore gebrachte strijkers, die in veel andere musicals het publiek laten wegdommelen in een als aangenaam ervaren halfslaap, ontbreken hier.

In de regie van Peter de Baan wordt Putting it together gespeeld met alle finesses waarmee dit materiaal tot leven komt. Hij heeft er een kruising tussen een half-geënsceneerd recital en een gezongen komedie van gemaakt – en dus wijkt het resultaat ook in dat opzicht af van het reguliere aanbod. „Dit is geen show van Van den Ende”, schreef Jeremy Baker in zijn Nederlandse vertaling van Art isn’t easy. Dat klopt. Zelfs het woord show zou ongepast zijn. Maar glansrijk geslaagd is dit initiatief in elk geval wel.