Hoe dominant zou Nederland zijn op de Spelen als er bergen waren?

Drie keer al bezetten Nederlandse schaatsers het hele podium:clean sweeps. De dominantie wekt bewondering, verwondering en afgunst. Twee Noren en een Rus trokken zich terug voor de 10 km, waarop de Nederlanders favoriet zijn.

Willen buitenlanders op de Winterspelen in Sotsji niet langer als kanonnenvoer van de Nederlandse schaatsers dienen? Het lijkt erop, want voor de 10.000 mannen van morgen hebben zich de Noren Håvard Bøkko, Sverre Lunde Pedersen en de Rus Ivan Skobrev teruggetrokken. Om zich te sparen voor de ploegachtervolging.

De Nederlandse overheersing van het schaatstoernooi is internationaal niet onopgemerkt gebleven. Met een mengeling van bewondering, verwondering en afgunst wordt de medailleoogst bekeken. „Hoe dominant zou Nederland zijn op de Winterspelen als er bergen waren? Maar goed dat het vlak is”, twitterde een Britse journalist met gevoel voor humor en een ondertoon van respect.

Nederland is halverwege de Winterspelen de nummer twee van het medailleklassement, achter Duitsland.

De stortvloed aan medailles is ongekend. Het recordaantal van elf op de Winterspelen (Nagano, 1998) is met zeventien al ruimschoots overtroffen. En dan moeten de 10.000 meter (mannen), 5.000 meter (vrouwen), de ploegachtervolgingen en de aflossing (mannen) shorttrack nog komen.

De dominantie bij het schaatsen vertaalt zich in nog een opmerkelijke record: Nederland is het eerste land met drie clean sweeps op één Winterspelen. Noorwegen, Duitsland, Zweden, voorheen de Sovjet-Unie en de voormalige DDR hebben wel vaker het podium volledig bezet, maar verdeeld over meerdere Winterspelen.

Alsof het niet op kan, overschreed Nederland in Sotsji ook glansrijk de grens van 100 medailles op de Winterspelen. Koen Verweij trok zaterdag een ontevreden gezicht na zijn tweede plaats op de 1.500 meter, maar hij is wel verantwoordelijk voor de jubileummedaille. De honderdste. De vrouwen op de 1.500 meter brachten gisteren het (voorlopige) totaal op 103.

De tweede plaats van Nederland in het medailleklassement is relatief. De rangorde wordt bepaald door het aantal gouden plakken. Dan legt Nederland het met vijf tegen zeven af tegen Duitsland. Maar alle medailles bij elkaar opgeteld is Nederland met zeventien de nummer één, net voor Rusland en de Verenigde Staten, die beide op zestien staan. Koploper Duitsland komt niet verder dan twaalf plakken.

Overigens wordt het medailleklassement niet officieel erkend door het IOC. De Olympische Spelen worden niet gezien als een wedstrijd tussen landen, maar als een platform waar ’s werelds beste sporters tegen elkaar strijden. En moge de beste winnen.

De medaillespiegel wordt bijgehouden door organisatiecomités van Olympische Spelen, media, sporthistorici en wetenschappers. Interpreteren staat vrij. Er is ook een klassement op te maken door het aantal medailles te spiegelen aan de grootte van de nationale olympische ploeg. Of te delen door het inwonertal. Of door het nationaal inkomen als uitgangspunt te nemen. Of combinaties van die criteria.

Nog een opvallend feitje uit Canada: zes van de veertien medaillewinnaars komen uit Quebec. Nou, ook in die statistiek telt Nederland mee. Dankzij Michel Mulder (goud en brons), Ronald Mulder (brons) en Lotte van Beek (brons) gaan (vooralsnog) vier medailles naar één stad: Zwolle.