Het swingt niet, maar wat geeft ’t?

Keeper Cillessen weet: met de minste tegengoals win je vaak de titel.

Ajax-huurling Joeri de Kamps (links) van Heerenveen in duel met Ajacied Lasse Schöne, die gisteren een hattrick maakte.
Ajax-huurling Joeri de Kamps (links) van Heerenveen in duel met Ajacied Lasse Schöne, die gisteren een hattrick maakte. Foto VI Images

Als de fanatieke aanhang zich vooral bezighoudt met de roep om het oude clublogo, dan kan het bestuur rustig achterover leunend constateren dat het verder wel goed zit met Ajax. Het swingt niet echt op het veld, maar wat geeft het? De vierde titel van Frank de Boer, een unieke reeks voor een trainer in de Nederlandse voetbalgeschiedenis, lijkt weer een week dichterbij gekomen.

Twee van de drie titelconcurrenten (Vitesse en Feyenoord) liepen dit weekend averij op en volgende week spelen er weer twee (Twente en Feyenoord) tegen elkaar. En dan moet het traditioneel sterke voorjaar nog beginnen: de maanden maart, april en mei, waarin Ajax sinds 2010 op twee na al zijn (39!) wedstrijden won. Dan wacht meteen Feyenoord uit, op 2 maart.

Het verhaal is bekend: een echte Ajax-spits is er al even niet meer geweest. Van die aanvallers uit de tijd van het oude clublogo en Europese successen. Johan Cruijff ontving gisteren in de Arena een prijs van de UEFA voor zijn verdiensten voor het voetbal en Marco van Basten is nog even de trainer van Heerenveen. Zo telde de Arena gisteren, met co-bondscoach Patrick Kluivert als toeschouwer en Dennis Bergkamp als assistent-trainer van Ajax, ineens vier generaties aanvallers uit de beste stal. Oude glorie.

Met drie goals was rechtsbuiten Lasse Schöne gistermiddag na de zege op Heerenveen (3-0) de gevierde man. Hij paradeerde na de wedstrijd niet met de wedstrijdbal, de gebruikelijke trofee na een hattrick, want hij vond ook wel dat het gehalte aan penalty’s (twee van de drie goals) wat glans wegnam van zijn prestatie. Hij verdubbelde in een middag zijn seizoensproductie, nog altijd twee minder dan clubtopscorers Kolbeinn Sigthorsson en Davy Klaassen, die allebei acht keer scoorden. Dat is karig.

Maar wat er achter niet in gaat, hoeft voorin niet rechtgezet te worden. Voor dubbele cijfers moet je achterin zijn, waar doelman Jasper Cillessen voor de tiende keer de nul hield. Sinds hij Kenneth Vermeer eind september verving als eerste doelman, kreeg Cillessen in vijftien eredivisieduels maar vijf goals tegen. Spektakel? Hoeft niet van Cillessen. In negen van de laatste dertien seizoenen ging de titel naar de ploeg met de minste goals tegen. „Maak je er steeds één meer, word je uiteindelijk kampioen.”

Restverdediging

Ajax heeft cijfermatig gezien de beste defensie van Nederland, met twintig doelpunten tegen. Centrale verdediger Joël Veltman dankt die statistiek aan de „de restverdediging”, een begrip dat raakt aan de essentie van De Boers prozaïsche voetbalbeleving. Omschakeling, takenpakket, het ‘treintje’ van doordekkende spelers in de as van het veld. En wat hij niet kan verklaren noemt De Boer, zoals afgelopen vrijdag bij een vraag over de mindere vorm van zijn team in de tweede helft van een wedstrijd, het „mysterieuze van voetbal”.

Weer ging het zo, al bleef het gisteren zonder erg. Heerenveen was in de eerste helft nergens. De voorhoede met topscorer Alfred Finnbogason, ondersteund door de talentvolle middenvelder Hakim Ziyech, moest lang wachten op spaarzame kansen. De Friese kanonnen zwegen, kregen ook amper munitie of buskruit.

Kwestie van Ajax’ restverdediging? Tik het woord in in Google en je krijgt als eerste resultaat een college van trainer De Boer, opgenomen door een journalist van vakblad De Voetbaltrainer. Over wat de rechtsback van Ajax moet doen als de linksback mee opkomt: óók druk zetten naar voren.

„Vaak staat die back dan hier, gewoon te kijken”, zegt De Boer in het filmpje, terwijl hij het witte magneetje van de rechtsback vijftien denkbeeldige meters achter de middellijn op een bord plakt. Een blauw magneetje – een vleugelspeler van de tegenstander – staat daardoor helemaal vrij op zijn eigen helft, precies op de plek waar de bal komt als de aanval afgeslagen wordt. De Boer: „Er is zo geen druk op de bal, iedereen loopt nu achteruit. Dan valt het team in tweeën.”

Daarom wil hij juist dat elke speler in eigen zone alvast druk zet. De Boer speelt weer met de magneetjes. Als de rechtsback nu óp die ingezakte buitenspeler van de tegenstander staat, dus ruim tien meter op de helft van de tegenstander, „dan heeft hij altijd druk op de bal”. Het risico ligt in de zestig meter die hij in zijn rug laat, maar dat is dan maar zo. De Boer: „Er is geen één speler die hier niet aan meedoet.” Restverdediging dus.

Simpel

Voetbaltactiek voor de fijnproever. „Het komt er op neer dat we, op het moment dat we de bal verliezen, niet geslacht worden. Laten we het niet moeilijker maken dan het is.”, zei doelman Cillessen gisteravond. „Het begint voorin. Op het moment dat wij de bal verliezen en we geven goed druk voorin, waardoor zij geen goede lange pass kunnen geven, dan komen we niet in de problemen met de ruimte die onze verdediging in de rug laat. Laten we voorin de pass te makkelijk geven, krijgen we achterin problemen. Simpel.”

Cillessen zag het gisteren tegen Heerenveen allemaal lang goed gaan, ver weg van zijn doel. Tot na ongeveer een uur spelen in de Arena. IJveraar Siem de Jong, sinds vorige week terug van een hamstringblessure, was niet meer bij machte zijn storende werk te doen in de spits. En Thulani Serero, koning restverdediging op het middenveld, had het veld verlaten met een zeurende lies. Meteen verslapte de greep van Ajax, met twee schietkansen voor Heerenveen tot gevolg.

Dat was fijn voor Cillessen, ben je geneigd te denken. Zou hij niet meer willen laten zien, met het oog op het WK? „Als ik niets te doen krijg in de competitie door het goed neer te zetten, doe ik het ook goed. Ik hoef geen tien tot vijftien reddingen per wedstrijd te maken om me bij de bondscoach in de kijker te spelen.”

Ajax, dat voor het eerst in negen duels weer eens met meer dan één doelpunt verschil won, bekoort lang niet altijd en lang niet iedereen. Maar verliezen deed de koploper intussen al twaalf duels niet meer. Niet voor niets wordt er aan Jaap Stam getrokken door Clarence Seedorf, trainer van AC Milan. „We gaan toch niet naar Milan hè, Japie?”, klonk het toen de coach van de Ajax-verdediging na de rust weer zijn plekje opzocht.