Opinie

Experimenteren met flexwerkers

Ik ken veel mensen met tijdelijke contracten die na drie jaar een nieuwe baan moeten zoeken. Volgens de wet heb je dan namelijk recht op een vast contract, en werkgevers zijn huiverig om dat aan te gaan. Voor deze flexwerkers is er slecht nieuws: binnenkort moeten ze al na twee jaar op zoek naar een andere baan.

Het kabinet wil ‘het gat tussen vast en flex’ verkleinen. Daarom wil het de ‘keten’ van tijdelijke contracten verkorten: een werknemer mag dan nog maar twee jaar tijdelijke contracten krijgen. Het kabinet hoopt dat werkgevers straks sneller iemand vast in dienst zullen nemen.

Maar deze hoop is misplaatst, waarschuwden arbeidseconomen en de Raad van State vorig jaar al. In veel gevallen zullen werknemers niet een vast contract krijgen, maar achter de geraniums belanden met een uitkering. Zeker onder de huidige economische omstandigheden hebben werkgevers genoeg aanbod om uit te kiezen. Waarom zouden ze iemand een vast contract aanbieden als er verse arbeidskrachten staan te trappelen om een jaarcontract te ondertekenen?

Afgelopen woensdag en donderdag vergaderde de Tweede Kamer over de maatregel. De oppositie was kritisch, om de reden die ik net noemde. Minister Asscher van Sociale Zaken had begrip voor de kritiek maar meende toch dat het een goede maatregel was. Waarom? Nou, dat geloofde hij gewoon. Uit het debat bleek dat Asscher weinig feiten had om dit geloof op te baseren, afgezien van een OESO-rapport dat hij nogal eenzijdig had geïnterpreteerd. Voor het overige leek er vooral sprake te zijn van wensdenken.

Asscher reikte de oppositie nog wel de hand: de maatregel wordt een jaar uitgesteld (van 1 juli 2014 tot 1 juli 2015) en hij wordt na drie jaar geëvalueerd. Om de een of andere reden was de oppositie, die eerder ernstige bezwaren had gemaakt tegen de plannen, blij met dit compromis.

Ik was verbaasd over deze uitkomst. Wat heeft uitstel voor zin? Een slechte maatregel is over een jaar niet ineens een goede maatregel. De enige inhoudelijke reden om hem een jaar uit te stellen, lijkt de verwachting te zijn dat de economie in 2015 is aangetrokken en dat werkgevers dan sneller vaste contracten zullen uitdelen. Maar dit is een problematische aanname. Ten eerste weten we niet hoe de economie zich zal ontwikkelen. Ten tweede loopt de groei van de werkgelegenheid altijd achter op die van de economie. En ten derde liet Asscher in het debat merken geen bewijs te hebben dat de maatregel in economisch betere tijden wél werkt.

Het kabinet gebruikt dus een trial and error-methode om erachter te komen of deze maatregel iets positiefs oplevert. Maar als niets erop wijst dat een plan goed zal uitpakken, waarom zou je dan, ten koste van honderdduizenden flexwerkers, een beetje gaan experimenteren?