Drieduizendste

Koen Verweij kwam drieduizendste van een seconde tekort om goud te winnen op de 1.500 meter. Dat is een handvol centimeters. Verweij is veruit de beste verliezer van het toernooi Een paar minuten na de finish dacht Verweij nog dat het verschil kleiner was. In gesprek met verslaggever Bert Maalderink sprak de schaatser over eenduizendste.

Koen Verweij kwam drieduizendste van een seconde tekort om goud te winnen op de 1.500 meter. Dat is een handvol centimeters.

Verweij is veruit de beste verliezer van het toernooi

Een paar minuten na de finish dacht

Verweij nog dat het verschil kleiner was. In gesprek met verslaggever Bert Maalderink sprak de schaatser over eenduizendste.

Maalderink corrigeerde: „Drieduizendste.”

Verweij, op cynisch toon: „Bedoel ik.”

Iedereen boven, onder en naast Koen Verweij wilde de verliezer opbeuren. Met zilver moest je – hóórde je blij te zijn. Een tweede plek op de Spelen, mooi toch?

Maar Koen Verweij wilde geen aai over de bol.

Verweij had verloren en dat moest je incasseren, vond hij. Als een vuistslag op je neus. Bam, in your face.

Verweij had geen enkele behoefte om de geschiedenis in twijfel te trekken, al was die pas een paar minuten oud. Drieduizendste is drieduizendste. Gedane zaken nemen geen keer.

Veel schaatsliefhebbers vroegen zich af „waar Koen het had laten liggen”. Ja, in de baarmoeder, nou goed.

Bert Maalderink: „Je reed een geweldige race.”

Koen Verweij, droog: „Lijkt me niet.”

Ik begon hard voor Koen te juichen. Er was geen compliment dat deugde voor de nummer twee. De schaatser had zijn hakken in het zand gezet. Hij ging niet op zoek naar obligate verklaringen en bleef volharden in de rol van verliezer. Nee, het was geen rol. Het was zo echt als de pest.

O, wat wilde iedereen thuis graag een lach bij Verweij zien om van de steen in hun buik af te komen. De natie kon toch niet gaan slapen voordat hun topsporter het ongemak van verlies wegnam. De druk op de sporters om te reageren zoals er gereageerd dient te worden is groot.

Kon die Verweij een vrolijke plooi toveren op dat uitgestreken smoel?

Koen Verweij verrotte het.

Ik hoopte dat hij die stuurse blik tot aan zijn dood ging volhouden. Een stokoude Koen Verweij die op zijn tachtigste tijdens een sportgala als oud-winnaar van zilver wordt binnengehaald. Filmpje van zijn race in Sotsji. Koen meteen in het rond meppen met zijn wandelstok.

Lachen omdat het moet? Dat nooit.

Verweij over de tweede plaats: „Het is gewoon mijn plek niet.”

Het maakte zijn ambitie helder: hij kwam voor goud en niets anders dan goud. Net zoals Jorien ter Mors eerlijk zei dat ze haar goud zo wilde inruilen voor een shorttrackmedaille. Maar van die eerlijkheid wil de supporter niet weten. Hun schaatsers moeten nederig en dankbaar zijn.

Verweij: „Ik verlies hier gewoon.”

Zo was het. Heel simpel. Een ander was sneller. Hoeveel sneller doet er niet meer toe. Verslaggever: „Dankjewel, man.”

De schaatser liep weg. Verweij is veruit de beste verliezer van het toernooi.