De schutter speelde videogames, vooral een onschuldig dansspel

De Amerikaanse regering zou de invloed van gamegeweld op scholieren onderzoeken. Daar kwam weinig van terecht.

Dance Dance Revolution
Dance Dance Revolution

‘Het Congres maakt geld vrij om de effecten van gewelddadige videogames op jongeren te laten onderzoeken. Onwetendheid helpt ons niet. De feiten niet kennen helpt ons niet.” Was getekend: president Obama, in januari 2013.

Het vuurwapendebat dat na een schietpartij op een basisschool in Newtown, Connecticut, losbrandde was op een hoogtepunt. Grote thema’s waren vuurwapenbezit en – met name omdat de wapenlobby met de beschuldigende vinger naar games wees – de rol van gewelddadige videospellen bij vuurwapengebruik.

Het debat leverde voor de gamesindustrie enkele gedenkwaardige momenten op. Vice-president Biden vroeg – en dat was uniek - mensen uit de industrie en onderzoekers aan te schuiven bij een rondetafelgesprek in het Witte Huis. En niet veel later bemoeide een Amerikaanse president zich voor het eerst in de geschiedenis beleidsmatig met videogames, wat resulteerde in Obama’s opdracht aan het Congres 10 miljoen dollar te steken in onderzoek naar verbanden tussen games en agressie.

Zowel het gesprek als de onderzoeksmiljoenen werden in de game-industrie met gemengde gevoelens ontvangen. Goed dat we voor een gesprek worden gevraagd, maar kunnen we erop vertrouwen dat de politiek oprecht de dialoog zoekt? En is sowieso de oorzaak van de gesprekken niet verdacht?

Al jaren wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen games en agressie. Het leeuwendeel van de studies oordeelt negatief, en de spaarzame uitzonderingen zijn doorgaans methodologisch zwak. De uitnodiging had daarom een aura van politiek opportunisme: nooit eerder was de industrie in het centrum van de Amerikaanse macht op de koffie geweest, in goede of slechte tijden. Was de regering-Obama oprecht bezorgd over de gamende jeugd of werd een blusdeken gezocht voor nationale paniek?

Veertien maanden na het Newtown-drama is het games-en-agressie-verhaal uit de media verdwenen. En dat terwijl de feiten grote aanleiding geven het debat opnieuw te voeren. In november bracht de FBI een rapport uit over de schietpartij in Newtown. Daaruit bleek dat schutter Adam Lanza zeker gamede, maar dat het onschuldige bewegingsspel Dance Dance Revolution met afstand zijn favoriete spel was. En recent achterhaalde journalist Mike Rose wat er met de 10 miljoen dollar onderzoeksgeld was gebeurd. In een lang artikel doorzoekt hij de academische wereld en interviewt hij gameonderzoekers, maar niemand heeft ook maar het minste gerucht gehoord over hoe het geld wordt gebruikt.

Het zet vraagtekens bij de intenties van de regering-Obama. Kennelijk is dat onderzoek niet zo belangrijk dat er binnen een jaar aan begonnen moet worden. En kennelijk zijn de feiten sowieso niet erg belangrijk, want er kwam geen Witte Huis-respons op het toch opvallende FBI-rapport. Dance Dance Revolution trekt het tapijt weg onder de games-en-gewelddiscussie, en geeft de sceptici gelijk: de regering was nooit echt bezorgd om de gamende jeugd.

De ronde tafel en de 10 miljoen: allemaal politiek. En hoe kan het eigenlijk ook anders, met een president die publiekelijk games voor zijn dochters koopt en een vrouw heeft die kinderen in 2010 in een campagne tegen jeugdobesitas opriep vaker games te spelen als Dance Dance Revolution?