‘China noir’ wint de Gouden Beer in Berlijn

De Gouden Beer voor ‘Black Coal, Thin Ice’ lijkt steun voor Chinese filmmakers tegen de censuur. Maar moet de beste film niet gewoon winnen?

Acteur Liao Fan laat zijn prijzen zien. De Zilveren Beer voor hem, de Gouden Beer voor ‘Black Coal, Thin Ice’.
Acteur Liao Fan laat zijn prijzen zien. De Zilveren Beer voor hem, de Gouden Beer voor ‘Black Coal, Thin Ice’. Foto AP

De 64ste editie van de Berlinale werd een Aziatisch feestje. Naast een Gouden Beer voor de Chinese noir Black Coal, Thin Ice won acteur Liao Fan een Zilveren Beer als alcoholistische inspecteur in die film. Beste actrice werd Haru Kuroki als dienstmeisje in het Japanse overspeldrama The Little House. De Chinese filmmaker Lou Ye won een Zilveren Beer voor camerawerk in Blind Massage.

De zege is een verrassing, omdat de Amerikaanse film Boyhood van Richard Linklater met kop en schouders boven de concurrentie uitstak. Toch is het dat ook niet: westerse films maken al een decennium lang weinig kans op het Berlijnse filmfestival. Dus ook het sensationele Boyhood niet, een in twaalf jaar opgenomen film waarin de zesjarige Ellar Coltrane echt opgroeit tot student. Linklater behielp zich zaterdagavond in het Berliner Palast met een Zilveren Beer voor beste regie.

Met de winnaar Black Coal, Thin Ice is nog iets meer aan de hand. De Berlinale profileert zich al langer als etalage voor de Chinese film. Dit jaar waren drie van de twintig competitiefilms Chinees, alle met een eigen censuurverhaal. Zo kreeg regisseur Lou Ye in 2006 een werkverbod van vijf jaar opgelegd omdat hij zijn Summer Palace – over liefde in de schaduw van de slachting op het Tiananmenplein – ongecensureerd in Cannes toonde. Over competitiefilm No Man’s Land worstelde filmmaker Ning Hao al sinds 2010 met de censor, die het eind te cynisch vond van deze ‘spaghetti-eastern’ waarin een advocaat in de Gobiwoestijn strijdt tegen stropers, truckers en souteneurs.

De Gouden Beer voor Black Coal, Thin Ice is dus ook een solidariteitsprijs. In deze seriemoordenaarsfilm met kritische onderstroom van Diao Yinan treft de politie lichaamsdelen tussen de kolen aan, waarna het spoor naar een medewerkster van een stomerij leidt. De film markeert een ‘China-noir’-trend: denk ook aan het dit jaar in Cannes bekroonde, maar in China verboden A Touch of Sin, dat nu in Nederland draait. Opgenomen in de besneeuwde roestbelt van Noord-China, kan Black Coal, Thin Ice bogen op de meest bizarre schietpartij ooit, maar excelleert hij in het tonen van een immorele, corrupte samenleving waar geweld de norm is en de moordenaar nog het sympathiekste personage blijkt.

Toch dringt zich wel de vraag op of de Gouden Beer geen veredelde aanmoedigingsprijs wordt als niet de beste film wint maar de film die steun verdient. Nadat de Gouden Beer in de halve eeuw na 1951 zelden buiten West-Europa of Noord-Amerika was beland, werd hij de afgelopen tien jaar tweemaal aan China toegekend en voorts aan Peru, Brazilië, Bosnië, Iran, Turkije, Roemenië en Italië, met het obscure Caesar Must Die. Op het Iraanse A Separation in 2011 na beklijven die film nauwelijks.

Voor westerse films waren er wel troostprijzen in Berlijn. De vederlichte pastiche The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson won de Grand Prix, de tweede prijs. De kunstfilm Kreuzgang van Dietrich Brüggemann won de Zilveren Beer voor beste script. De 91-jarige Franse maestro Alain Resnais de Alfred Bauer Prijs voor films die ‘nieuwe perspectieven in de filmkunst openen’, hoewel zijn Aimer, Boire et Chanter nogal op een ouderwetse boulevardklucht leek.

Het viel op dat in het jaar van Sotsji en de Russische homowetten op het traditioneel homovriendelijke Berlinale Russische films vrijwel ontbraken. Dat lijkt een discrete Duitse boycot, maar kan ook samenhangen met recente aanvaringen over internationale co-producties, nu Rusland de steven richt op patriottenfilms.