Balen van zilver, juichen met brons

Voor schaatsers Verweij en Wüst betekent zilver niets anders dan het missen van goud

Shorttracker Sjinkie Knegt viert zijn brons op de 1.000 meter. SchaatserKoen Verweij kwam drieduizendste van een seconde tekort voor goud.
Shorttracker Sjinkie Knegt viert zijn brons op de 1.000 meter. SchaatserKoen Verweij kwam drieduizendste van een seconde tekort voor goud. Foto ANP/AP

Minutenlang zit hij met zijn hoofd naar beneden op de kussens in de binnenbaan, de handen in de blonde haren. Vijftien tellen had er voor zijn naam een ‘1’ gestaan, wist Koen Verweij. Vijftien tellen goud. Langer niet.

Dan heft hij het hoofd omhoog. Tegenover hem, op het grote scorebord, ziet hij nog een keer wat hij al weet: 1. Zbigniew Brodka 1.45,00; 2. Koen Verweij 1.45,00. Drieduizendste van een seconde te traag voor goud. Over het middenterrein van de Adler Arena vliegt een bidon. Met een gezicht als een oorwurm staat Verweij op het podium. Huldiging voor olympisch zilver op het koningsnummer 1.500 meter? „Ik verlies hier gewoon.”

Eén hal verderop op het olympisch park, in het Iceberg Skating Palace, was shorttracker Sjinkie Knegt een paar uur eerder op de zaterdagmiddag juist „superblij” met zijn bronzen medaille. De behendige Fries schreef op de 1.000 meter historie met de eerste olympische medaille voor Nederland in het shorttrack.

Een tastbaar resultaat voor het programma dat schaatsbond KNSB in 2006 opzette in een sport die wordt gedomineerd door Koreanen, Chinezen, Canadezen en Amerikanen. Knegt, die vorig jaar al eens zilver haalde op de WK in Debrecen, was geëmotioneerd door de grootsheid van het evenement. „Dit is niet iets wat je zomaar doet.”

Ireen Wüst probeerde gisteren haar emoties in toom te houden na haar tweede plaats op de 1.500. „Dit voelt wel een klein beetje als verliezen”, sprak ze slechts. Maar uit de manier waarop ze zich na afloop zo snel mogelijk uit de voeten maakte, bleek dat de teleurstelling dieper zat.

Hoe logisch. Regerend olympisch en wereldkampioen, eind december nog een fabelachtige 1.53,31 bij het olympisch kwalificatietoernooi. Torenhoog favoriete was ze op haar lievelingsafstand, na eerder goud op de drie kilometer en zilver op de 1.000 meter. Maar geen moment kon ze de winnende tijd van Jorien ter Mors bedreigen. Slechts zilver. „Het is nog even moeilijk om te incasseren.” Al omhelsde ze na afloop wel direct de winnares.

Intussen rende Lotte van Beek met een grote glimlach door de Adler Arena. Spontaan pakte ze een rood-wit-blauwe wimpel en zwaaide naar de fans. Haar beste race ooit, derde plaats, vóór ploeggenote Marrit Leenstra. „Ik ben zeker blij met mijn bronzen medaille”, jubelde de 22-jarige olympisch debutant. En met een sprong à la Jan Ykema betrad ze het podium bij de huldiging.

De ene olympische medaille is de andere niet. Ykema sprong in Calgary 1988 zo onvergetelijk een gat in de lucht voor een nooit verwachte tweede plaats op de 500 meter, achter de ongenaakbare Duitse meestersprinter Uwe Jens Mey. Ronald Mulder straalde in Sotsji van oor tot oor na zijn brons op de 500 meter, al was het maar omdat tweelingbroer Michel goud had. Zoals Margot Boer ook dol van vreugde over het middenterrein rende na brons op 500 en 1.000 meter. Eindelijk geen vierde, maar een prijs.

Dat zag Leo Visser toch anders, toen hij in Albertville 1992 op een bankje naast de baan moest toezien hoe de Noren Johann Olav Koss en Ådne Søndral nipt sneller reden op de 1.500 meter, voor Visser de laatste race van zijn carrière. Geen goud maar brons. Visser vloekte zo hard dat het debutant Rintje Ritsma, die naast hem zat, veiliger leek om strak vooruit te blijven kijken.

„Gvd, dit kan niet”, riep Bart Veldkamp in 1994 in Hamar, waar Koss hem zijn olympische titel op de tien kilometer afnam. Brons? Het liefst wilde de Hagenaar de huldiging overslaan. Terwijl hij vier jaar later in Nagano juist dolgelukkig in de armen viel van vader en coach Hans, na zijn derde plaats op de vijf kilometer. Als eerste ‘schaatsbelg’ een medaille.

Verweij (23) kon zaterdag onmogelijk ontevreden zijn over zijn race. Vier jaar geleden kwam de West-Fries niet in de buurt van kwalificatie voor de Spelen, en werd hij bij TVM weggestuurd met een teveel aan branie en tekort aan trainingsijver. Dit jaar keerde hij als volwassen sporter terug, om op het moment dat het moest de beste prestatie uit zijn carrière te leveren. Zijn 1.45,00 is een wereldtijd op een laaglandbaan. De Pool Brodka is al twee jaar lang de regelmatigste miler van de wereld. Maar verliezen met 0,003 seconde? „Ik hoop dat ik blij kan zijn met zilver”, sprak Verweij sip. Ooit.

Hoe ver olympisch goud gaat boven zilver? Rintje Ritsma wordt regelmatig genoemd in een rijtje van grote kampioenen die helemaal niets wonnen op de Spelen: Hilbert van der Duim, Hein Vergeer. Al haalde de viervoudig wereldkampioen nog altijd twee keer zilver en vier keer brons. Maar geen goud. Heeft de jonge Verweij nog alle tijd om over vier jaar toe te slaan? Wondertalent Falko Zandstra was blij met zilver in Albertville 1992, zijn tijd kwam nog wel. Hij haalde twee jaar later hooguit nog eens brons en twee vierde plekken. Geen goud.

Verweij verkeert bij TVM constant in de ‘gouden’ omgeving van Sven Kramer (vijf kilometer) en Ireen Wüst (drie kilometer). „Ik krijg op mijn flikker van Kramer”, besefte hij meteen na zijn tweede plaats op de schaatsmijl. Wüst, zijn kamergenoot in het olympisch dorp, stuurde ’s avonds een getergde tweet de wereld in. Oneerlijk dat er geen twee gouden medailles waren uitgereikt. Toen wist ze nog niet dat ze zelf een dag later ook genoegen zou moeten nemen met zilver. Verweij zelf legt zich nog lang niet neer bij een carrière zonder goud. Over vier jaar is hij terug op de Spelen. „Ik moet en zal hem hebben.”