Wat doen we met de

aso’s?

Reportage

Ze zijn te slim voor de psychiatrische kliniek, niet crimineel genoeg voor de cel en te gevaarlijk voor een gewone buurt: de onaangepasten, of ‘aso’s’. De oplossing: speciale asocontainers, zoals in Tilburg. Maar kan dat wel zomaar?

tekst Lineke Nieber en Freek Schravesandefoto’s Peter de Krom

Midden in het raam van containerwoning 709 zit sinds kort een klein rond gat. Een kogelgat, denkt de buurman van 707. Hij kan het weten, nachtenlang kijkt hij Discovery Channel. Theo Leijten, opzichter van de negen ‘asowoningen’ aan de rand van Tilburg, denkt eerder aan een kwajongensstreek. Katapult, carbidschot misschien? Maar ook hij heeft geen idee. De bewoner zelf heeft over het gat nog niet geklaagd. „En dat is het meest verontrustend.”

Bovenaan de woonladder van een samenleving staan keurige bewoners. Kopers en huurders die hun afval in de kliko gooien en na tienen de volumeknop terugdraaien. Een tree eronder vind je mensen die begeleid wonen. Gehandicapten die zelfstandig willen, maar niet kunnen. Probleemjongeren. Daaronder staan de verwarden en verslaafden van een instelling, permanent onder toezicht.

Maar wie nog verder wil afdalen, richting daklozen, moet springen. De ontbrekende trede is die van de onaangepasten. Zoals beleidsmakers zeggen: te slim voor de psychiatrische kliniek, niet crimineel genoeg voor de cel en te luidruchtig, vies of gevaarlijk voor een gewone buurt. Ze heten ‘aso’, ‘tuig’, of ‘woonterrorist’. Ze wonen in doorsnee buurten en treiteren de buren weg. Naar schatting 2 tot 4 op de 10.000 inwoners vallen in deze categorie.

Gemeenten weten zich met hen geen raad. Overlastgevers beroepen zich op hun woonrecht en alleen met een dik dossier met klachten en een uitspraak van de burgerlijke kantonrechter krijgt de verhuurder overlastgevers uit hun huis. Bij koophuizen kan de gemeente meestal helemaal niets beginnen, tenzij de buren zelf naar de rechter stappen.

Maar de nieuwe trede, van Scandinavisch hout, lijkt gevonden. Steeds meer gemeenten zien in skaeve huse, ‘rare huizen’, de oplossing voor overlastgevers. Wooncontainers naar Deens model, met een opzichter en op afstand van de bewoonde wereld. Plannen daarvoor zijn er in Utrecht, Eindhoven, Almere en Doetinchem. En deze maand maakte ook de burgemeester van Amsterdam bekend zo snel mogelijk locaties voor 24 aso-containers te zoeken – geschikte bewoners zijn al gevonden. Of het werkt? Proeftuin van de nieuwe aanpak is Tilburg, waar skaeve huse sinds vijf jaar loopt.

Theo Leijten (55) , een bonkige ras-Tilburger, pakt een bekertje Senseo en gaat zitten achter zijn bureau. Hier vanachter de luxaflex kan hij het hele terrein overzien. Negen losstaande wooncontainers in zachtgroene kleur met een achtertuintje en twee kliko’s naast de deur. Links een bouwplaats, verderop een sportveld en rechts een ROC, alles afgescheiden met een hek. Achttien uur per week is dit zijn observatiepost.

Bijzondere huisregels zijn er in skaeve huse niet, hulp wordt aangeboden maar is niet verplicht. De containers zijn bedoeld voor één of twee mensen, geen gezinnen. Bewoners betalen een normale huurprijs: 530 euro per maand.

Een rastafari op de fiets koerst af op huisje 701. „Die maakt zijn vaste rondje langs vrienden en gaat straks methadon halen”, zegt Theo Leijten. Na 27 jaar huismeester bij moeilijke projecten kent Leijten, gelauwerd vrijwilliger, elke junk van Tilburg. Vanuit zijn post, ook een lichtgroene container, tuurt hij soms urenlang over het terrein. Ook ’s nachts met de lichten uit en het rolluik bijna dicht, zodat niemand weet dat hij er zit. Wat hij dan ziet gebeuren? „Meestal niks.”

Een paar weken eerder. Nikki van huisje 703 probeert een prullenbak met een >> >> kluwen aan rode spanbanden achterop haar elektrische fiets te binden. De bak zit vol mappen. Een cursus schuldhulpverlening, twee blauwe mappen budgetcoaching. Ze gaat verhuizen naar een grotere woning en laat trots de foto’s zien. „Kijk, de slaapkamer. Zes bij zes. Zo groot als deze hele woning.”

Nikki (46) is een forse vrouw met kort paars haar. Ze praat luid en als ze zich opwindt nog luider om daarna weer te verstommen, alsof ze van zichzelf schrikt - de cursus agressiebeheersing heeft gewerkt.

Tot 2010 woonde Nikki in een galerijflat. Drugsgebruik en harde muziek leidden tot aanvaringen met de huismeester. Ze pestte hem, legde zijn motor aan de ketting, verspreidde briefjes door de flat. „Het ging van kwaad tot erger.” De druppel, zegt Nikki, was het moment dat ze met haar brommer in de lift stapte en de huisbaas anderhalf uur door de flat achtervolgde. Ze kreeg een gesprek met Theo Leijten. Die zei: ‘Je krijgt nog één kans, maar niet hier’. „Ik moest huilen. ‘Toch niet die kleine groene huisjes daar?’”

Van de verhuizing – „zo gepiept, ik stond de hele dag strak” – heeft Nikki geen moment spijt. Meteen stond overbuur Adje op de stoep voor een bak koffie. Maar belangrijker, hier vond ze rust. ‘Foute’ vrienden kwamen niet meer langs en Nikki kon werken aan zichzelf. „Alle hulpverlening kwam hier op zijn plek. Nu ben ik drugs- en schuldenvrij.”

Alleen van het stempel ‘aso’ wil ze nog af, vandaar de verhuizing. Nikki trekt in bij haar nieuwe vriend. „Je hebt skaeve huse, dus je bent tuig. Dat stigma maakt me boos.”

Het bestaan van ‘tuig’ werd voor het eerst zichtbaar met de introductie van de Woningwet in 1902. Bij de ontruiming van sloppenwijken kwamen uit krotten en kelders mensen naar boven die ‘onmaatschappelijken’ werden genoemd. Verwilderd of, zoals in Limburg, niet-katholiek.

Naar sociaal-democratisch inzicht werden ze naar ‘woonscholen’ als Zeeburg in Amsterdam of De Ravelijn in Maastricht gestuurd, waar probleemgezinnen onder toezicht woonden. Het heropvoedingideaal hield geen stand en de ‘aso’s’ verspreidden zich over steden met overlast tot gevolg.

Kleinschalige experimenten met ‘asocontainers’ zijn er al sinds de jaren 90. Ze duiken op en verdwijnen vaak weer. Maar de problemen met overlastgevers blijven en in 2011 legt PVV-leider Geert Wilders met de introductie van de term ‘tuigdorp’ de vinger op de zere plek. In zijn idee om ‘asocialen’ naar randen van de stad te verplaatsen, eerst weggehoond, zien steeds meer gemeenten een oplossing.

Bewoners willen rust

Terwijl Nikki met overladen fiets vertrekt, krijgt huisje 706 visite. De 70-jarige bewoner komt met stoffer en blik naar buiten, pakt de enkel van de bezoeker, een vriend, borstelt diens schoenzolen en laat hem binnen. Ooit had de bewoner een goede baan bij de spoorwegen, vertelt hij. Hij raakte aan de drank, verloor zijn vrouw en belandde hier. Maar liever wil hij het er nu niet over hebben. Het is elf uur ’s ochtends, „ik heb al een paar borrels op”.

Toen Theo Leijten dit project vijf jaar geleden begon, wist hij één ding zeker. Níet de containers tegen elkaar aan plaatsen zoals bij een eerder – opgeheven – project in Amsterdam. De bewoners, acht mannen en één vrouw, hebben bijna allemaal een dubbele diagnose: psychische problemen, verslaving, schulden. Allemaal komen ze uit een situatie waarbij ze de buren zo veel overlast bezorgden dat geen woningcorporatie in Tilburg ze nog toelaat. „Deze mensen hebben de ruimte nodig.” >>

>> Maar nu ze de ruimte hebben, houden ze zich opvallend gedeisd. Onderling contact is er weinig en hun dagritme is vaak overzichtelijk: laat opstaan, boodschappen doen, post ophalen, eten koken, televisiekijken, vroeg naar bed. Geen harde muziek, geen gescheld. Op het terrein is het doodstil en – op wat achtertuinen na – best netjes.

Zeker de eerste jaren was er nog toeloop van oude vrienden, vaak junk, dealer of zwerver. „Al die visite was ook vaak het grootste probleem in hun oude woonsituatie”, zegt Theo Leijten. „Ze waren niet de baas over hun eigen woning.”

Dreigt het nu uit de hand te lopen, dan grijpt Leijten in. Driemaal legde hij ongewenste gasten een terreinverbod op. Eén keer was een wooncontainer volledig overgenomen door vreemden, de bewoner was op vakantie. Leijten draaide van het huisje alle gas, water en elektra uit – in zijn observatiepost staan alle hoofdkranen binnen handbereik.

Bewoners zelf hebben inmiddels ook niet zo’n behoefte meer aan al die toeloop. Ze vroegen Theo Leijten om een hek en om camerabewaking. Ze willen rust, op tijd naar bed. Bijna elke dag meldt zich bij de observatiepost wel een bewoner met een klacht. Rumoer, gladheid vanwege bladeren op de grond, gras dat op de hoekjes niet goed is bijgeknipt. „Ja hallo”, zegt Nikki, „ik betaal wel huur”.

De voormalig buren van een ‘aso’ hebben van skaeve huse eigenlijk het meest profijt, zegt Leijten. „Die zijn blij dat overlastgevers weg zijn.” Maar ook de overlastgever zelf heeft baat bij rust, denkt hij. Neem Mustapha van huisje 708. De Turkse migrant met heimwee moest zijn woning uit vanwege drank en ruzies. Hij kwam in een wooncontainer terecht en is sinds een jaar van de drank af. Zijn huis is netjes: achter zijn badkamerraam staan identieke Euroshopper-shampooflessen strak op een rij.

Kritiek van de directe omgeving, die de wooncontainers vijf jaar geleden liever niet zag komen, verstomde. En inmiddels heeft Theo Leijten al heel wat delegaties van ambtenaren rondgeleid. Gemeenten waar de alternatieven voor overlastgevers zijn uitgeput, hebben hun hoop nu gevestigd op skaeve huse. Ze hopen ook dat wooncontainers bovendien een afschrikwekkende werking hebben op anderen. Belangstelling is er ook uit het buitenland. Britse en Russische media kwamen al langs.

Maar maak je geen illusies, zegt Leijten ook. Mustapha van huisje 708 is vooralsnog het meest geslaagde voorbeeld van allemaal, „zolang hij niet terugvalt”. Want deze mensen, weet hij, zullen de bovenste trede van de woonladder niet snel bereiken.

Waarom niet? Waarom kunnen 4 op de 10.000 inwoners van een stad niet tussen anderen wonen? Waarom kun je ze niet gewoon zéggen dat hun muziek na tienen zachter moet?

De beste geluidsapparatuur

De deur van de observatiepost in Tilburg gaat open. Verbaasd staat Theo Leijten op. Maandenlang zag hij in huisje 707 geen teken van leven en nu staat de jongste bewoner van skaeve huse, 40 jaar oud, zomaar ineens voor de deur, met baseballcap en kisten.

Hij ziet er eigenlijk nog veel jonger uit. „Dat is ook meteen mijn probleem”, zegt de man opgewekt. De bewoner van 707 voelt zich niet serieus genomen, al zijn hele leven niet. Hij heeft „een IQ van 160” en moest op zijn veertiende naar een gesloten psychiatrische instelling. „Mijn ouders wilden mij uit huis hebben, zodat ik niet het zwarte schaap van de familie zou worden.” Hij glimlacht. „Nu ben ik dat toch geworden, maar dan van de maatschappij.”

De bewoner van 707, „vrouw noch man”, is arbeidsongeschikt verklaard, vertelt hij. Hij leeft vooral ’s nachts, al twintig jaar. Einde van de middag staat hij op, kijkt alle nieuwsprogramma’s en doet een rondje Teletekst. „Pagina 101, 102 en 103, dan 221, 220 en 238.” ’s Nachts maakt hij radio. Alles tapet hij op cassettebandjes, de best gelukte bandjes bewaart hij. „Muziek uit de jaren 50, dat is minder in mineur dan de muziek van nu.”

Theo Leijten is achter zijn bureau gaan zitten.

De bewoner van huisje 707 vervolgt. Hij voelt zich weggepest uit de samenleving. Niet híj gaf overlast, hij had juist last van anderen. Het is de buitenwereld die jaloers is, op zijn intelligentie, zijn modellenmaten, zijn geluidsapparatuur. Het is de buitenwereld die zulke harde muziek draait dat hij ’s nachts wel zachtjes radio móét maken om dat te overstemmen. Het is de buitenwereld die hem als ‘aso’ bestempelt. Terwijl hij juist houdt van orde, netheid en structuur.

Theo Leijten houdt zich in.

Of de bewoner zijn huis wil laten zien? „Ja, dat is goed.”

De deur gaat open, maar verder dan de gang kom je niet. Zijn huis is een container vol kleding, kinderspeelgoed, eten, chipszakken en koffie. In de gootsteen staat een grote schep tussen gestapelde pakken koffiemelk. Alle ramen zijn afgeplakt, de slaapkamerdeur is ingetrapt en ruimte voor het matras is er alleen nog in de gang. In de hoek staan twee enorme geluidsboxen, de grootsten van skaeve huse.

De bewoner verexcuseert zich. „Ik heb nog niet opgeruimd.” <<