Waar Ferry kwam, volgde herrie

Ferry Hoogendijk (1933-2014)

In zijn woonplaats Naarden overleed vrijdag de voormalige hoofdredacteur van Elsevier en kingmaker van de nieuwe politiek van de LPF.

Journalist, politicus, kunsthandelaar: wie van de Ferry Hoogendijk zal het in de overlevering winnen? Het is nog wat vroeg om de balans op te maken; vrijdag overleed de oud-hoofdredacteur van Elseviers Magazine, de voorloper van het huidige weekblad Elsevier. Hij was 80 jaar oud, en al geruime tijd ziek. Hij leefde al jaren in betrekkelijke rust in Naarden, met de handel in moderne Chinese kunst als opvallende bezigheid. Hij opereerde daarbij samen met zijn buurman Herman Heinsbroek, die in 2002 kortstondig minister van Economische Zaken was geweest, op voorspraak van zijn grote fan – Ferry zelf.

Maar als Ferry Hoogendijk de laatste jaren nog eens in de publiciteit kwam, ging het meestal niet over de kunst, en ook niet meer vaak over de 23 jaar dat hij vanaf 1962 werkte bij Elsevier. Dan ging het over de acht maanden dat hij politicus was.

Acht maanden bracht Ferry Hoogendijk in 2002 als lid van de Tweede Kamer door in het hart van de politiek. Hij was onder diverse fractievoorzitters de kleurrijke nummer twee van de LPF-fractie, dat mogelijk nog kleurrijker gezelschap van 26 politieke wezen die na de moord op Pim Fortuyn samen een krankzinnig politiek avontuur beleefden. De Nieuwe Politici hadden geen enkele ervaring in Den Haag, maar vormden in een klap een regeringspartij met grootse plannen om alles anders aan te pakken. Ferry Hoogendijk was in dat gezelschap als vanzelf de nestor. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw had hij als hoofdredacteur zijn Elsevier een conservatieve confrontatiekoers laten varen. De VVD-coryfeeën Van Riel en Wiegel waren toen zijn baken. In 2002 werd hij ineens kingmaker van de nieuwe politiek. De belangrijkste LPF-ministers dook hij persoonlijk op uit zijn telefoonklapper. Ondernemer Heinsbroek, maar ook hoogleraar Eduard Bomhoff. Juist die twee onverenigde karakters brachten het eerste kabinet Balkenende in 87 dagen tot een daverende ontploffing. „Het ging zo snel allemaal: ik moest ministers benoemen die ik amper kende”, zei Hoogendijk later. In de fractie ging het al niet beter. „De LPF zat vol met baantjesjagers, discutabele figuren, en vier mensen met een dokterstitel – die laatsten zijn helemaal lastig te hanteren”, stelde Hoogendijk vast. De LPF-kamers voorzag hij van meubels van zijn andere buurman, Jan des Bouvrie. Begin 2003 waren ze weer ingepakt, weg van het Binnenhof.

De „behoorlijke sof” met de LPF was de ontknoping van zijn levenslange fascinatie voor macht. In Elsevier vertelde hij vorig jaar dat hij al als jongen in Gouda „als een soort gek” bij de radio zat om Kamerdebatten te volgen. Hij werd parlementair verslaggever, en op zijn 32ste hoofdredacteur bij Elsevier. Hij hield van polarisatie, en niet van links – dus de jaren zeventig waren mooi, en het blad had er een formule aan die verkocht. Maar er was ook veel ruzie, en dat leidde in 1985 tot zijn val bij Elsevier. Vanaf toen rijmde ‘Ferry’ op ‘herrie’.