Opinie

    • Ik

Stuiver

Het jochie voor me bij de kassa heeft twee blikjes cola van 52 cent per stuk. „Dat wordt een euro en vijf cent”, zegt de caissière. Hij kijkt bedremmeld naar de euro die hij zo stevig in zijn vuistje had geklemd. „Dat is tekort”, zegt de caissière, „ga eerst maar thuis een stuiver halen.” Ik

Het jochie voor me bij de kassa heeft twee blikjes cola van 52 cent per stuk. „Dat wordt een euro en vijf cent”, zegt de caissière.

Hij kijkt bedremmeld naar de euro die hij zo stevig in zijn vuistje had geklemd.

„Dat is tekort”, zegt de caissière, „ga eerst maar thuis een stuiver halen.” Ik had het jochie natuurlijk vijf cent kunnen geven, maar ik had een beter plan. Net voordat hij naar huis wil rennen, houd ik hem tegen. „Koop één blikje!”, zeg ik tegen hem.

„Nee, want mijn broertje wil ook een blikje cola.”

„Vertrouw me maar”, zeg ik met een glimlach.

Hij zet een blikje op de band.

„Dat is vijftig cent”, zegt de caissière, die nog niets vermoedt.

Ze geeft hem een muntje van vijftig cent als wisselgeld.„Nou kun je ook het tweede blikje kopen”, zeg ik. Hij lacht zijn tanden bloot.

Daarna moet ik afrekenen. De caissière lacht niet naar me. „Dat is 18,05 euro”, zegt ze bits. Ik pak een biljet van 20 euro. „Wil je een stuiver erbij?”, vraag ik.

Erwin Witteveen

    • Ik