Stroomcampagne: sympathiek maar marginaal, helaas

Stroomsterren, zo heet de campagne voor duurzame stroom. Stap over, keer de kolenboeren de rug toe. Echt? Doen? Schrijver Pepijn Vloemans denkt mee.

Bij Medemblik verrijst de hoogste wind-molen ter wereld, in totaal bijna tweehonderd meter hoog; de as van de wieken draait op 135 meter.
Bij Medemblik verrijst de hoogste wind-molen ter wereld, in totaal bijna tweehonderd meter hoog; de as van de wieken draait op 135 meter. Foto Dijkstra

In de vermakelijke documentaire Who killed the electric car? wordt het lot gefilmd van de EV-1, de allereerste puur elektrische auto van General Motors. Er zit ook een interessante les in voor de communicatieafdeling van vervuilende industrieën. Wat GM namelijk niet besefte, was de pijnlijke PR-spagaat die de introductie van EV-1 tot gevolg zou hebben. „Om een schone auto echt aan te prijzen”, merkt een commentator fijntjes op, „moet je suggereren dat je eigenlijke product vies is.” Niet veel later werden vrijwel alle EV-1's teruggeroepen en vernietigd.

Net als autoproducenten hebben de grote elektriciteitsmaatschappijen in Nederland iets uit te leggen. In tijden van klimaatverandering draaien ze nog altijd voornamelijk op kolen en gas. Ze zijn ook absoluut niet van plan op eigen initiatief over te stappen op zon en wind. Maar dat laatste is een publiek geheim.

Logisch: ten opzichte van auto's hebben energieleveranciers het voordeel dat elektronen elektronen zijn. De productie van stroom is voor de meeste mensen onzichtbaar. Er is ruimte genoeg om, tussen kolencentrale en stopcontact, wat aan de communicatie te sleutelen, oftewel: ‘groen te wassen’.

Met ‘groencertificaten’ bijvoorbeeld. In een opmerkelijke advertentie trok de Nederlandse Energiemaatschappij (NEM) een jaar geleden al het boetekleed aan. Met bravoure bekende ze goedkope en nietszeggende certificaten uit Noorwegen te gebruiken om stroom te ‘greenwashen’. ‘Weet u hoeveel het ons in 2012 kostte om (...) een gemiddeld Nederlands gezin een jaar lang 100 procent groene stroom te leveren? Nou? €1,44. (...) Alle grote energieleveranciers in Nederland (wij dus ook) bezondigen zich hieraan.’

Groenwassen

Het is precies dit groenwassen dat het nieuwe initiatief Stroomsterren, een samenwerkingsverband van milieu- en consumentenorganisaties, wil tegengaan. In een deze week gelanceerde campagne wijzen ze vijf ‘stroomsterren’ aan, die de ‘allergroenste stroom’ van Nederland leveren. ‘Kiest u voor een van de vijf stroomsterren?, dan heeft u met zekerheid echt groene stroom in huis’, belooft hun website. Dat is een goede zaak natuurlijk, maar is dat eigenlijk wel mogelijk – groene stroom?

Om te beginnen met het slechte nieuws: nee. Er bestaat in Nederland nu niet zoiets als gegarandeerd groene stroom – tenzij je zelf aan de slag gaat met zonnepanelen en batterijen. De reden hiervoor is dat het elektriciteitsnet een voortdurend fluctuerende, zeer complexe dans van elektronen is, opgewekt in gascentrales die aan- en afslaan, windmolens die draaien en stilstaan, plus de per minuut variërende import en export van stroom uit Engeland, Noorwegen, Duitsland en België. De claim van Sterrenstroom ‘echt groene stroom’ te garanderen, is daarom in strikt technische zin niet waar te maken.

Het goede nieuws is dat Sterrenstroom in haar beoordeling de investeringen zwaar laat meewegen die leveranciers doen in nieuwe duurzame projecten. Daarmee raken ze de kern van de zaak: het maakt namelijk nogal wat uit aan wie je je maandelijkse stroomrekening betaalt. Stort je dit geld op de rekening van een bedrijf dat gelooft en investeert in duurzame energie, of gaan je euro’s naar de leveranciers die hun kolenstroom groenwassen?

‘Alleen door te investeren in duurzame productie kan de transitie naar een duurzame energieproductie tot stand komen’, staat er te lezen op de site van Sterrenstroom. Dat is de essentie van de huidige energietransitie. Zo moeilijk is die namelijk ook weer niet: niet meer investeren in alles wat vies is, en investeren in energie uit wind en zon, en de opslag van elektriciteit. (Het hete hangijzer blijft kernenergie, dat Sterrenstroom in de slechtst denkbare categorie stopt, terwijl deze CO2-vrije energiebron de duurzame beweging in toenemende mate verdeelt.)

Lokale windmolens

Goed, jouw maandelijkse bijdrage vloeit niet meer naar de zakken van kolenboeren en hun aandeelhouders, maar naar een sympathieke coöperatie van lokale windmolens. Jij voelt je goed dat je dit besloten hebt. Maar wat dan? Maakt het wel iets uit in de echte wereld? Is het de moeite van overstappen (dat Sterrenstroom overigens voor jou belooft te doen) eigenlijk wel waard? Sidderen energiebedrijven als E.ON en RWE als jij, consument, met je miezerige kilowattuurtjes, wegloopt?

Ook hier is het antwoord – zoals bij zo veel dingen in het leven – wat aan de teleurstellende kant. De stroom die jij niet afneemt, wordt waarschijnlijk per direct afgezet aan een andere consument met minder gewetenswroeging. De dans der elektronen gaat door alsof jij nooit geboren was.

Waar de grote energieleveranciers pas echt bang voor zijn, is een overheid die strenge wetten uitvaardigt. In Duitsland is de waarde van de grote vier elektriciteitsgiganten met 75 procent gekelderd sinds de invoering van een tarief dat een vaste vergoeding garandeert voor lokaal opgewekte groene stroom.

Maar Nederland is geen Duitsland. Wij bieden zo’n vast tarief niet, wij onderhandelen een suf energieakkoord bij elkaar. En zolang er geen overheid is die de noodzakelijke actie ontplooit, is weglopen van de klassieke kolenboeren slechts een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Wie zelf geen dak heeft om zonnepanelen op te leggen, of geen muur om te isoleren, moet andere wegen bewandelen om de energietransitie vanaf de zijlijn aan te moedigen. En dan is het handig als die wegen wat worden bijgelicht door Stroomsterren. Sympathiek. Maar geen sprong voorwaarts, helaas.