Gesjoemel met tijdelijke contracten

Dat hij een man is, dat mag in dit stuk wel prijsgegeven worden. Maar niet hoe hij heet. Ook niet waar hij werkt, of waar dit gesprek plaatsvindt. Als het naar hem terug te leiden is, kan het zijn baan kosten, vreest hij.

Want wat hij kwijt wil, gaat over hoe universiteiten sjoemelen met tijdelijke contracten. Dat willen ze vast niet in de openbaarheid hebben.

Het begint ermee dat steeds meer wetenschappers op een tijdelijk contract werken. Het ene na het andere rijgen ze aan elkaar. Zo zwerven ze van universiteit naar universiteit. Hijzelf ook. Zonder enige zekerheid op een vaste aanstelling. Zonder garantie van inkomen. „We hebben in Nederland inmiddels een heel leger aan tijdelijke mensen zonder uitzicht”, zegt hij. Daar heb je dan voor gestudeerd.

Gelooft u het niet? Lees de laatste cijfers van de Vakbond voor de Wetenschap, de VAWO, er maar op na. Die houdt het bij. Het percentage wetenschappers op een tijdelijk contract is sinds 1995 bijna verdubbeld, zo berichtte de vakbond afgelopen september. Van 22,8 naar 40,7 procent. En dan zijn de promovendi niet eens meegerekend! Anders zou het percentage op 60 komen. De cijfers zijn gebaseerd op statistieken van de Vereniging van Universiteiten, de VSNU.

Welke organisatie heeft zo’n grote flexibele schil, vraagt hij zich af. Maar dat is niet het ergste. Het gaat hem er vooral om, hoe met werknemers wordt omgesprongen. Met promovendi, postdocs, universitair docenten en universitair hoofddocenten. Een voorbeeld.

„Een universiteit belde me, twee weken voordat een college zou beginnen. Of ik dat college even wilde komen verzorgen. Ik zei dat het eigenlijk niet mocht. Dat ik al het maximum aantal tijdelijke contracten achter elkaar had gehad. Toen kreeg ik te horen dat ik dat college toch maar moest komen geven, en intussen tijdelijk een uitkering kon aanvragen. En dat ik over een aantal maanden wel uitbetaald zou krijgen.”

Zo worden er meer illegale constructies verzonnen, zegt hij. Het komt ook voor dat ze willen dat je het werk als zzp’er komt doen. Ook als het om zo veel uren gaat dat je er niks naast kunt doen. „Dan zeg je dat het niet mag, omdat je als zzp’er ook andere opdrachtgevers moet hebben. Anders ben je in verkapte loondienst. Maar dan zeggen ze dat je maar iets moet verzinnen. Dus ga je bijvoorbeeld een andere zzp’er zogenaamd inhuren. Ik heb gewoon aan belastingontduiking gedaan.”

Het is vernederend, zegt hij, zoals er met mensen wordt omgesprongen. „Je wordt opgetrommeld voor vakken die anderen kwijt willen. Hoogleraren bijvoorbeeld, of onderzoekers die een grote zak geld hebben binnengesleept en hebben afgedwongen dat ze vooral onderzoek mogen doen.”

En wat gebeurt er vervolgens? „Je geeft een vak een jaar of twee, en dan komt er voor jou weer een ander in de plaats. Die nieuwe gooit al het voorgaande weg, moet zelf eerst weer inlezen en zich de stof eigen maken. Om de 2, 3 jaar vindt er grote kapitaalvernietiging plaats. Vind je het raar dat er zo slecht wordt gesproken over het universitair onderwijs in Nederland.”

Bij de VAWO vinden ze dit een van de raadsels. Waarom wordt er zo achteloos omgesprongen met onderwijs? Het is toch een van de kernfuncties van de universiteit? In het bedrijfsleven zie je ook dat de flexibele schil is gegroeid, maar de primaire processen houden ze strak in eigen hand. Die besteden ze niet uit.

De man die anoniem wil blijven, zegt dat niemand iets over al deze misstanden durft te zeggen. Want dan vragen ze je een volgende keer niet meer, en kom je vervolgens ook nergens meer aan de bak. „Voor jou honderd anderen.”