Overheid laat moslima’s aan hun lot over

De emancipatie van moslima’s in Nederland blijft beperkt tot een minderheid. En de overheid doet er, net als ten tijde van de emancipatie van de Nederlandse vrouw, niets aan, constateert Heleen Crul.

Mijn nieuwe werkster kwam voorrijden in een auto, bestuurd door haar man. Ze droeg een hoofddoek en een zwarte wijde jurk. Ze sprak goed Nederlands en ik had dan ook geen enkel probleem met haar. Acht weken later moest ik haar, na lang aarzelen, ontslaan. Ik vond het lastig dat ik niet even mijn huis uit mocht om boodschappen te doen. Want dan was ze met mijn man alleen. En dat mocht niet van háár man, en van haar geloof, vertelde ze.

De huidige positie van moslima’s heeft overeenkomsten met Nederlandse vrouwen en meisjes, die begin jaren zeventig eenzelfde soort discriminatie ondergingen. Kerkelijk en wettelijk werden hun gedrag, positie en toekomstmogelijkheden aan banden gelegd.

Wie, zoals ik, deze situatie nog heeft meegemaakt, blijft verbaasd en verheugd over hoe huidige rechten en mogelijkheden die vrouwenlevens ingrijpend hebben veranderd. Ja, de emancipatie van Nederlandse vrouwen is (nagenoeg) voltooid. Maar dat hele proces moet bij zich bij de doorsnee moslima nog grotendeels voltrekken. Voor mij is hun discriminatie, hun handelingsonbekwaamheid, het gebrek aan rechten, kortom hun onmacht om zich als een volwaardig mens te ontwikkelen, een soort een déjà vu.

De emancipatie van moslima’s in Nederland blijft beperkt tot een minderheid. Voor het merendeel van de meisjes en vrouwen zijn er tal van beperkingen op het gebied van kleding, onderwijs, activiteiten buitenshuis, de keuze van een partner. Dat alles heeft maar een doel: ze in het gareel houden. Uit naam van Allah, zoals dat vroeger bij ons uit naam van God gebeurde. Ontkenning van de rechten van de vrouw als een volwaardig mens met een eigen identiteit en de verwezenlijking van een persoonlijk traject tot ontplooiing, zijn daarbij de wapens. Wie daar onder uit wil, wacht mishandeling of uitstoting.

Het maagdschap is bij een islamitisch huwelijk een absolute eis, zoals dat ooit ook bij ons was. Onlangs meldde zich, zo viel in het blad Medisch Contact te lezen, een radeloze, doodsbange jonge moslima bij een huisarts. In haar huwelijksnacht had ze niet gebloed. Toch was ze tot haar huwelijk maagd geweest. De arts vertelde haar toen dat ontmaagding niet altijd leidt tot bloeding. De vrouw vroeg aan haar een brief voor haar man en schoonouders waarin dat vermeld stond. Waarmee ze hopelijk het etiket ‘hoer’, zware mishandeling of verstoting, kon verkomen. De eis als maagd het huwelijk in te gaan heeft inmiddels geleid tot een hausse in herstel van maagdenvliezen bij moslima’s.

Het is een bekend fenomeen dat immigranten in een vreemd land behoudender worden, hun eigen cultuur soms dwangmatig blijven koesteren, ingegeven door een mix van heimwee en verlangen naar vertrouwde vastigheid. Deze weerzin tegen inburgering en acceptatie van een andere, vrijere samenleving doet zich nu in extreme mate voor bij de integratie van moslims. Niettemin wordt de aanpassing aan de Nederlandse samenleving en de emancipatie van moslima’s niet uitsluitend verhinderd door het stringente politiek-religieuze systeem dat de islam kenmerkt. De lafheid van de Nederlandse politici speelt daarbij ook een verwerpelijke rol. We zijn in Europa het land met de grootste ontkerkelijking, maar niettemin is het recht op godsdienstvrijheid als argument gekozen om moslims ‘gewoon’ door te laten gaan met hun geloof, leefstijl en het onder supervisie stellen van hun dochters en vrouwen.

Ons land heeft in de loop der tijden talrijke, uiteenlopende immigranten gehuisvest die zich hier aanpasten. Demografisch onderzoek laat zien dat de doorstroming en aanpassing bij de eerste generatie nieuwkomers al leidden tot beter onderwijs voor hun kinderen, de tweede generatie. De derde generatie voelde zich vervolgens helemaal Nederlands. De verwachting is echter dat dit bij de moslims in ons land wellicht vijf generaties kan duren. Maar bovenal is het verbijsterend en seksistisch om de gelijke behandeling van vrouwen en mannen die in ons land wettelijk verankerd is, niet te laten gelden voor moslima’s. Dat is strijdig met de rechten van de mens (v).