Opinie

Meer vonnissen voor

je euro’s

Recht Folkert Jensma

Toegang tot de rechter, net als tot het reisbureau en de bank. De rechtspraak moet èn goedkoper èn meer produceren. Hoe doen we dat?

Vorige week gaf ik hier de stevige kritiek weer die experts hebben op de bescherming van de rechtsstaat door dit kabinet. Er werd tijdens een hoorzitting in de Senaat scherp en kritisch over gesproken, met mooie voorbeelden – het was ook fijn opschrijven. Maar toen ik het in de krant teruglas, had ik er geen zin meer in.

Wat zijn we het weer met elkaar eens. Niemand had een hint van een oplossing of een nieuw idee. Behalve dan ‘pas toch op’ en blijf van onze centen af. In blogs en op Twitter was de ontvangst sceptisch: predikers voor eigen parochie, tobbers, een besloten feestje. Helemaal niet gek dat Opstelten en Teeven daar eens flink aan de luiken rammelen. De juridische beroepsgroep zit in het defensief. En dat moedig ik nog aan ook met een empathisch stukje.

De echte vraag is natuurlijk – en wat nu? Hoe verbeter je toegang tot het recht zonder dat de rechter overbelast raakt? Hoe houden we de rechtsstaat bestuurbaar, betaalbaar en productief bij teruglopende budgetten? Nu gebeurt er wel iets aan innovatie. Onlangs is de eerste digitale zaak voor de e-kantonrechter gebracht. Er staat een radicaal nieuw internetproces voor de burenrechter in de wacht. Ook worden er eenvormige digitale procedures voor civiel- en bestuursrecht voorbereid, die de burger via internet kan starten.

De rechtspraak wordt eindelijk gedigitaliseerd – de burger zal toegang tot de rechter krijgen net als tot het reisbureau en de bank. Ook omdat het goedkoper moet. Geldgebrek lijkt de komende jaren permanent, terwijl de vraag niet kleiner wordt. Behalve door de Hoge Raad had de Senaat zich beter ook door McKinsey kunnen laten inlichten. Het zal de komende jaren over vraag en aanbod gaan. Over communicatie met de markt en verantwoording aan de burger. Nu bestaat er in Den Haag het HiiL, een kenniscentrum over rechtspraakinnovatie, dat eind december de toekomst in kaart bracht. ‘Releasing the value of courts’ vat wereldwijde ervaringen hiermee samen. Overwerkte rechters, dichtgeslibde rechtbanken, niet te bedaren slachtoffers, oprukkend management, overproductie van regels en druk uit media & politiek – het blijken universele verschijnselen.

Er zijn elders al rechtbanken die publiekelijk beoordeeld worden op toegang, snelheid en bejegening. De behandeltijden zijn publiek, de leeftijd van zaken, de termijn overschrijdingen, de kwaliteit van de dossiers, de tevredenheid van de deelnemers en de kostenefficiëntie. In de VS worden rechtbanken op internet net zo gerecenseerd als restaurants.

Dankzij datamining wordt straks publiek wie er boven of beneden het gemiddelde straft, wie er veel zaken aankan, veel verzoeken toewijst en wie vaak wordt gewraakt. In veel landen worden ‘publieksvisitaties’ georganiseerd, waarbij zittingen worden beoordeeld. Binnenkort voor iedereen toegankelijk via court-apps voor tablet en smartphone.

Interessant is ook de internationale ervaring met innovatie. Budgetten verhogen blijkt geen zin te hebben. Rechters hebben andere prikkels nodig om beter te werken. Bijvoorbeeld van hun professionele trots: een betere publieke verantwoording speelt daarop in. Overheden doen er goed aan zich juist niet op het opnieuw ontwerpen of digitaliseren van bestaande regels te storten. Dat leidt niet tot lagere kosten, betere toegang of hogere productie. Duitse rechters zagen al weinig heil in traditioneel zaaksmanagement, maar dan in miniatuur, op Ipads.

Het Hiil rapport beveelt dat aan wat voor juristen het moeilijkst is: laat alle regels en vaste gebruiken los, analyseer eerst het probleem, experimenteer met oplossingen en stel standaardiseren uit. Stimuleer de werkvloer om aan productontwikkeling en trial and error te doen. Oriënteer je op de burgers of bedrijven en ga nieuwe dingen doen. Ik kan het hier niet helemaal samenvatten. Maar de sleutel zit ook in een radicale verhuizing naar internet: online rechtsbedeling in een eenvoudiger, advocatenvrij format. Geweldig rapportje. Eindelijk licht en uitzicht, als je maar de luiken openzet.