Ik zou in Sotsji zo twintig homo’s kunnen aanwijzen

Interview

Thijs Smeenk is journalist voor persbureau ANP. Hij doet verslag vanuit Sotsji en is homo. „Poetin hoeft niet te doen alsof homoseksualiteit hier niet voorkomt.”

tekst Michiel Dekker foto’s Robin Utrecht

T hijs Smeenk: „Het is fascinerend en verbazingwekkend hoe anders de wereld kan zijn op vier uur vliegen van Amsterdam. Ik was in het Holland House toen president Poetin onaangekondigd langskwam en schrok hoe hij door Nederlanders als held werd onthaald. Iedereen probeerde hem een hand te geven, of met hem op de foto te gaan.

„Het is slim van Poetin dat hij even een kijkje neemt bij het land dat hem heeft bekritiseerd om zijn antihomowet. Ik snap echt wel hoe het werkt, waarom ons koningspaar een biertje met hem drinkt. De handelsbelangen zijn te groot. Maar ik blijf erbij dat de politieke delegatie naar Sotsji minder zwaar had gekund.

„Ik hoop echt dat we nog een antihomoprotest zullen zien. Ireen Wüst heeft alles om de ster van deze Winterspelen te zijn. Ik heb haar vaak gesproken, maar nooit over haar biseksualiteit. Dat wil ik zeker nog eens doen. Stel dat ze straks vier medailles heeft, en de wereldpers verzamelt zich. Dan een statement maken, vertellen over haar ervaringen met haar geaardheid: het zou een historisch moment zijn.

„Ik ben opgegroeid in Hoevelaken, een christelijk dorp. Over homoseksualiteit werd niet gesproken. Ook niet bij biologie op de middelbare school in Amersfoort, of in tv-programma’s. Homo’s, daar maakte je grappen over. Je jeugd zou de mooiste tijd van je leven moeten zijn, maar dat was het voor mij niet.

„Ik was dertien toen ik erachter kwam dat ik jongens interessanter vind dan meisjes. Dat werd pas twee jaar later een probleem, toen jongens uit mijn voetbalteam begonnen met uitgaan en meisjes zoenen. Ze vroegen wat ik al had gedaan, wat mijn smaak dan was. Ik ontweek de gesprekken in de kleedkamer, kon niet meer meepraten. Het voelde als een afwijking.

„Zeker in het voetbal is ‘homo’ een geaccepteerd scheldwoord, of misschien is het niet eens schelden. Maar als je in de kast zit, voelt het wel zo. Ik wilde niet dat het uitkwam en ben gestopt met voetbal toen ik zestien was. Toen had ik alles willen inleveren om geen homo te hoeven zijn. Ik ben begonnen een enorme muur om me heen te bouwen.

„Ik ben naar de school voor journalistiek gegaan, liep stage op de sportredacties van Sp!ts en De Telegraaf en werd opgemerkt door het ANP. Daar werd ik voetbalverslaggever, in een wereldje van macho’s. Mijn ouders heb ik op mijn drieëntwintigste verteld dat ik homo ben, maar op mijn werk wist nog niemand ervan.

„Uiteindelijk was dat niet vol te >> >> houden. Ik heb een brief geschreven naar mijn directe collega’s waarin ik ze vertelde dat ik zou stoppen met voetbaljournalistiek. Het was zelfbescherming. Ik zou de eerste zijn geweest. Als in het voetbal bekend zou worden dat ik homo was, kon ik het wel vergeten, dacht ik.

„Mijn angst was onterecht, ik kreeg heel goede reacties. Uiteindelijk heb ik wel vijf coming-outs beleefd. De leugens zijn voorbij, maar het heeft lang geduurd voordat ik mezelf kon accepteren. Zonde, als ik er op terugkijk. Maar dat proces heeft me ook veel gebracht. Ik ben heel zelfverzekerd, niet meer van slag te brengen.”

„Ik ben overgestapt van de sport- naar de binnenlandredactie, maar werd na het vertrek van een collega gevraagd toch het schaatsen te blijven doen. De Nederlandse prestaties beschrijven is mijn eerste taak in Sotsji, maar ik heb een dubbelrol. Ik ben de enige vertegenwoordiger van het COC, misschien wel de enige niet-sporter die uit eigen ervaring iets kan betekenen voor homo’s.

„Vroeger was ik bang dat mensen iets zouden merken als ik me verbaasde over antihomo-uitingen waar dan ook. Nu wil ik ze openlijk aan de kaak stellen. Hoe weet ik niet precies. Maar ik voel best de drang om me in Sotsji in het zicht te manoeuvreren.

„De situatie voor homo’s lijkt op de oude situatie in Nederland. Het gaat er gewoon nooit over. De antihomowet houdt onder meer in dat je er niet over mag praten met jongeren. Maar als ik zo om me heen kijk, is de gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers veel jonger dan bij de Spelen van Londen [2012] en Vancouver [2010]. En ik verberg mijn geaardheid echt niet meer.

„Ik ben niet bang, en ik denk ook niet dat dat nodig is. Ze zullen niet ingrijpen. De organisatie heeft in mijn ogen al een paar flinke knipogen gemaakt, met nummers van t.A.T.u en Queen in het voorprogramma bij de openingsceremonie. En premier Rutte heeft gewoon met Poetin gesproken over een gaybar in Sotsji.

„Ze hoeven niet te doen alsof homoseksualiteit in Sotsji niet voorkomt. Ik kan hier zo twintig mensen aanwijzen die in uiterlijk en gedrag homo kunnen zijn. De komst van internet is belangrijk in dit land. Ik kon vroeger niks opzoeken, dat kunnen de tieners nu wel. Dan zullen ze toch ook merken: goh, wat vreemd dat wij in ons land zo over homoseksualiteit denken.

„De jeugd is de generatie waarmee je moet beginnen. Als zij het normaal vinden, gaat het vanzelf. Voor het COC bezoek ik middelbare scholen voor voorlichting, van een vwo-klas in Bussum tot een vmbo-klas in de Bijlmer. De ene keer is er na afloop een jongen die voor zijn hele klas uit de kast komt, de andere keer voer ik na afloop een discussie met een meisje dat zegt dat er in de islam geen homoseksualiteit voorkomt.

„In mijn ogen zijn er voor homoacceptatie twee werelden te winnen: sport en geloof. Met de eerste gaat het nu rap. In elke grote sport is nu iemand uit de kast. Bekenden hebben ook mij geholpen de stap te zetten. Dat de Duitse oud-international Thomas Hitzlsperger laatst zijn coming-out maakte, was geweldig. Want hij was op het veld niet het meest zachtzinnige type. Goed dus tegen het stereotiepe beeld van homo’s.

„Laatst stond ik met vrienden Ajax te kijken in de kroeg, scheldt er eentje Balotelli van AC Milan uit voor homo. Ik kan daar nu om lachen, hoef er niks meer van te zeggen. Hij besefte zelf al dat het een stomme gewoonte is.

„Ik voetbal zelf weer, bij de senioren van SC Hoevelaken 8. Met allemaal verschillende soorten jongens. Als je ze vertelt dat je homo bent, zeggen ze: prima hoor, maar zullen we nu een biertje doen? Ook ben ik jeugdtrainer, van jongens van elf en twaalf. Ze stellen er gewoon vragen over, hun ouders ook. Ik denk dat het ze oprecht niet uitmaakt.

„Ik ben ook verbonden aan de John Blankenstein Foundation, die in samenwerking met de KNVB bij voetbalclubs langsgaat. Het vergt moed van bestuursleden om ons uit te nodigen, want het amateurvoetbal loopt nog jaren achter. En de clubs die ons uitnodigen, zijn de clubs waar dat het minst nodig is.

„Tien jaar geleden gaf ik mijn leven een 5 of 6, nu een 8 of 9. Dat is waarvoor ik het allemaal doe. Ik snap dat Ireen Wüst na vier jaar training eerst helemaal voor haar medailles gaat. Maar ik hoop dat ze daarna inziet dat juist zij als olympisch kampioen mensen hun geluk kan teruggeven. Er is niks mooiers.” <<